Met een Mem begint ook het woord מורה (móreh: leraar). In de woestijn, op de berg Sinaï, kreeg Mozes onderwijs over de Richtlijnen voor het samenleven in het Beloofde land. God Zelf was Zijn Leraar! Het woord מורה (móreh) hangt samen met het werkwoord ירה (járáh: werpen, schieten, richten, aanwijzen). Ook is hiervan afgeleid het woord (תורה Tóráh: Aanwijzing, Onderwijzing, Richtlijn). Deze unieke Richtlijnen betreffen vooral de verhouding tussen God en de naaste, maar daarbij is de relatie tot het Beloofde Land en alles wat men bezit inbegrepen: niet stelen, afstaan van de eerstelingen, schulden kwijt schelden (sabbatsjaar), het land herverdelen (jubeljaar). Een onderwijzer die niet naar deze Onderwijzing verwijst is een ‘on-wijzer’, die zijn leerlingen onwijs houdt of maakt.
Het gewone Hebreeuwse woord voor onderwijzen is overigens niet, ירה maar (למד liméd, met de Mem in het midden), dat de versterkte vorm is van למד (lámad: leren, studeren). De letters van dit woord zijn betekenisvol. De Mem מ middenin verwijst naar de ‘woestijntijd’, de ‘wachttijd’, de ‘leertijd’: geen studie zonder regelmaat, zonder vaste tijden. De Daleth ד aan het slot geeft aan waar het bij het onderwijzen en leren omgaat: dat er deuren opgaan. Niet het verzamelen van feiten is het studiedoel, maar dat men perspectieven krijgt op Gods Programma voor leven en samenleven en op Zijn bedoeling met Israël in het Land van Belofte en met de volkeren daar omheen. Ja, meer nog: dat men zelf door die deur gaat, binnengaat in het Land waar Gods geboden gelden, ingaat in Zijn Koninkrijk. De Lamed ל vooraan, de enige letter in het Hebreeuws die door de bovenlijn gaat, duidt erop dat onderwijzen vooral gericht moet zijn op het bijbrengen van respect voor de grootheid van Israëls God. Hij gaat alle begrip te boven en Hij is ‘vreselijk’ groot. Het hoofddoel van alle onderwijs is ‘leren Hem te vrezen’: ‘opdat zij leren Mij te vrezen alle dagen’ (Deut. 4:10;14:23; 31:12,13). De vreze des HEREN is het begin van alle praktische en creatieve kennis., Ps. 111:10).
Evenals de ouders zijn ook de leraren slechts tussenpersonen: de uiteindelijke Leraar is God Zelf door Zijn Woord en Zijn Geest. Ieder mens mag rechtstreeks leren van Hem en Hem vragen om kennis: ‘leer mij Uw paden – leid mij in Uw waarheid en leer mij’ (Ps. 25:4,5).’Wie is’, vraagt Job, ‘een מורה moreh, als Hij?’ (Job 36:22; zie ook Jer. 31:34).