Vóór het begin van de staat Israël werden er in het lege land her en der kibboetsiem gesticht. Mensen leefden en werkten er samen, deelden de opbrengsten van de landbouw en industrie, aten gemeenschappelijk in grote eetzalen en de kinderen sliepen bij elkaar op slaapzalen zoals dat in jeugdkampen gewoonlijk is. Ouders bezochten uiteraard regelmatig hun kinderen, maar zowel vader als moeder werkten in of voor de kibboets. Deze vorm van samenleving is zo goed als verdwenen in Israël. In de jaren ’70 sliepen de kinderen bij hun ouders in huis en de dorpjes raakten steeds meer geprivatiseerd of werden vakantieparkjes. Er zijn nog maar een paar ‘echte’ kibboetsen over in Israël.
Een moshav is een samenleving van zelfstandige ondernemers. Men heeft gemeenschappelijke landbouwgrond ter beschikking en dikwijls gebruikt men elkaars werktuigen, maar verder zijn de gezinnen geheel zelfstandig.