In veel kerken, ook in reformatorische kring, zoekt men de relatie met de ‘verloren jeugd’ te herstellen door hen muzikaal tegemoet te komen.
Terecht constateren jeugdwerkers en pastores, dat niet alleen de relatie kerk en jeugd verstoord is, maar dat ook bij de moderne kerkjeugd een vrijwel algemene relatiestoornis is ten opzichte van de HERE God Zelf. Iemand schreef: ‘Het is net of de werkingsruimte van de Heilige Geest wordt beperkt of gedimd, op de één of andere wijze. Waar komt die beperking of dimming vandaan? Het is in ieder geval een triest feit, dat nagenoeg heel de moderne, ook de kerkelijke, jeugd bijna dagelijks op de één of andere manier verkeert in het krachtenveld van de moderne popmuziek, muziek die vanwege de betrokkenheid op de ‘andere kant’ onweerstaanbaar een dimmende werking heeft.
De ‘verloren jeugd’ buiten en binnen de Christelijke gemeente muzikaal tegemoet komen, door aansluiting te zoeken met de hen zozeer aansprekende moderne popmuziek, is zeker een edele poging. Maar gezien het eigen zeggingskarakter van de moderne heidense muziek, is het zeer de vraag of dit niet een ‘kromme stok’ is. In Gods Hand kan een kromme stok soms slagvaardig zijn, maar mag de Christelijke gemeente een op zich verkeerd middel bewust hanteren? Is dit geen heilloze weg, die meer kwaad dan goed doet? Een klein beetje goed, een religieuze ervaring, een bekering, kan geen enkel kwaad rechtvaardigen. Waarom zoekt men niet onverbloemd de aansluiting bij de klassiek Bijbelse muziekstijlen om van daaruit iets nieuws te doen ontstaan: geen tragische, maar hoopvol klinkende muziek; geen naargeestige, ‘wormstekige,’ maar aanstekelijke, blijmoedige lofzang-muziek; geen religieuze, hemelse wegvluchtmuziek, maar muziek die aards gericht is met zicht op Jeruzalem, op vrede voor alle volken. Kortom muziek die moderne losgeslagen jongeren weer weet te boeien!