Waar is God in onze tijd? Dat is een vraag van velen. Misschien onbewust of bewust ook wel van u. Sommigen zeggen: God is er niet of is er niet meer. Ze leven in een godvergeten wereld of in een door God vergeten wereld.
Maar de Bijbel zegt: God, althans de God van Israël, is minstens op drie plaatsen: Hij is daar waar Hij gehoord, waar Hij gedankt en waar Hij gediend wordt. Anders gezegd: Hij is in onze oren, in onze mond en in onze handen en voeten. Hij is daar waar Hij gediend wordt in liefde. Dat God in onze oren zit, is Bijbels gezien zelfs het eerste en allerbelangrijkste. Wij willen altijd God be(grijpen) met ons verstand, met onze ervaringen, maar God zegt: Hoor Israël! De God van Abraham, Isaak en Jacob is in wezen een Stem, Die roept. Hij riep Abraham uit Ur en Israël uit Egypte.
En vandaag de dag roept Hij ons, waar u zich ook bevindt. Heden zo gij Zijn Stem hoort, de Stem Die zegt: Ik ben uw Bevrijder, uw Metgezel, uw Adviseur. Laat u bevrijden, vergezellen en adviseren. Hij is overal waar we zijn Woord willen horen. Ook thuis aan tafel of waar u ook de Bijbel openslaat en luistert. Overal waar zijn stem tot klinken komt, daar is Hij. Wie oren heeft om te horen, die hore. Maar behalve in onze oren is Hij ook in onze mond. De Bijbel zegt, en dat is eigenlijk iets raars, iets mystieks, het staat o.a. in Psalm 22, dat Israëls God troont op de lofzangen van zijn volk. Met andere woorden: Hij gaat zitten op onze lippen. Ons loflied is zijn zetel, zijn stoel, zijn troon. Waar wij dankzeggen of lofzeggen is Hij erbij.
Er is verschil tussen dankzeggen en lofzeggen: danken is meer persoonlijk voor wat we zelf van God ontvangen of ervaren hebben zoals eten, drinken, kleren en nog meer van dat. Lofzeggen is breder, dan gaat het om Gods macht en majesteit in de schepping en de geschiedenis. In de schepping: elk blaadje aan de kleinste bloem, als je het goed bekijkt, dwingt al tot lofzegging: Hoe groot zijt Gij! Maar daar is ook zijn macht en majesteit in de geschiedenis der wereld en met zijn volk Israël in het bijzonder. Denk aan de bevrijding uit Egypte, aan de doortocht door de woestijn en de intocht in het Beloofde Land. En met name aan zijn bevrijdend handelen in Jehoshua/Jezus van Nazareth, die opstond uit onze dood. Overal waar dit onder woorden wordt gebracht, uitgezegd of uitgezongen: hoe groot zijt Gij, daar is God. Hij is niet alleen in het woord, Hij is ook in ons antwoord. Iedere keer als we Dank U zeggen: “Dank U voor elke nieuwe dag; dank U voor het leven; voor de bevrijding,” halen we Hem naar ons toe. Beseffen we dat wel? Danken voor het dagelijks brood of aan een feestelijk diner is zeker niet niks. Dat zijn geen vrome fratsen.
Maar er is meer. Behalve in onze oren en op onze lippen, is Hij ook in onze handen en voeten, in onze daadwerkelijke liefde. Want in ons liefhebben mogen we zijn liefde weerspiegelen: ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkander lief hebt zoals Ik u heb liefgehad.’ Liefhebben is wat anders dan verliefd zijn en Jehoshua zegt niet dat we verliefd moeten zijn op elkaar, maar dat we elkaar moeten liefhebben. Wat is verliefdheid, of beter gezegd, erotiek? Het is een tinteling in je bloed; een onberedeneerbaar verlangen om bij de ander te zijn omdat hij of zij ons aantrekt; ons boeit, omdat deze ons bevrediging, levensvervulling kan geven. Verliefdheid is de drift om de ander te bezitten; voor altijd bij je te hebben. Deze wordt in de Bijbel niet afgekeurd, integendeel. Denk aan het Hooglied, een soort erotisch verhaal. We mogen wel zeggen dat verliefdheid een Godsgeschenk is, sterker nog: dat God verliefd is op zijn mensheid. Want we zijn Zijn bruid. Hij verlangt naar ons, naar de gemeenschap met ons voor altijd en eeuwig.
Maar verliefdheid is wat anders dan liefde, althans de liefde waar Jehoshua het hier over heeft: zoals Ik u heb liefgehad. En hoe heeft God ons liefgehad? Dan moeten we de Bijbel lezen. De Bijbel, kortweg Gods liefdesgeschiedenis, is een ontroerend verhaal. Bijvoorbeeld, toen God Zijn bruid had weggeroepen uit Egypte, bevrijd had uit deze verschrikkelijke tirannie, toen duurde het nog geen drie maanden of Israël zei tegen God: Het hoeft niet meer, we zijn verliefd op een ander. En toen dansten ze om het gouden kalf. God was woedend, dat is te begrijpen, en als Hij zich in zijn drift had laten gaan, dan had Hij dit hele volk in een keer vernietigd, weg ermee! Maar dat deed Hij niet, waarom niet? Omdat Hij niet alleen verliefd was op Israël, maar Hij had haar lief en liefde is wat anders dan verliefdheid. Verliefdheid is vluchtig en kan verdampen van het ene moment op het andere. Dat kan men ook ervaren in het huwelijk. Er zijn gouden tijden, dat men weer ouderwets verliefd is op elkaar, dan zou u weet ik wat willen doen voor de ander, maar dan gebeurt er plotseling iets; er valt een verkeerd woord of er worden kwetsende dingen gedaan. En dan kunnen die warme gevoelens ineens weg zijn van het ene moment op het andere. In plaats van een tinteling in de buik kan er zelfs gif in de aderen komen. En als men aan het huwelijk begonnen is alleen op basis van deze gevoelens, dan kan een huwelijk van de ene op de andere dag kapot gaan. En zo gebeurt het ook in onze tijd haast aan de lopende band. Het gaat niet meer, zeggen ze, we voelen niets meer voor elkaar. De aantrekkingskracht, de erotiek is weg. Vaak zit er helemaal geen derde tussen, die komt pas later, in de leegte wordt die aangezogen en hoopvol begint men aan een nieuwe erotische relatie, totdat ook die plotseling kan afbreken. Velen in onze tijd worden daar wanhopig van. Ze zien niets meer in het huwelijk en zoeken een uitweg in een afstandelijke relatie waarbij ieder op zichzelf blijft, in eigen huis, in eigen kamer, vrijblijvend en vluchtig. ‘Maar dit gebied Ik u,’ zegt Jehoshua, ‘dat gij elkaar lief hebt zoals Ik u heb liefgehad.’ En het hoofdkenmerk van God liefde is juist dat het niet afstandelijk, niet vrijblijvend, niet vluchtig is, maar duurzaam tot de dood, zelfs over de dood heen.
De liefde van God heeft de vorm van een vast verbond, van geslacht op geslacht. Als God eenmaal ‘ja’ gezegd heeft tegen Abraham, dan kan Hij niet meer terug. Hij kan zijn woord niet breken. Dan zou Hij zichzelf breken, want Hij is in wezen een Woord. Daarom, als Israel danst rond het gouden kalf, dan kan Hij niet zeggen: ‘Weg met dat trouweloze volk,’ maar dan gedenkt Hij zijn verbond met Abraham, Isaak en Jacob en dan vergeeft Hij de misdaad, de ontrouw van zijn volk. Dat wil niet zeggen dat Hij dit zomaar door de vingers ziet. Voor vergeven staat in de Bijbel een woord dat letterlijk betekent: dragen, nasa. נשא Hij draagt de zonden van zijn volk. Hij neemt die op Zich alsof het zijn eigen waren. Hij gaat op de plaats van Israël staan en zo komt Zijn toorn op Hemzelf neer. De Bijbel, Gods liefdesverhaal, vertelt ons hoe Hij zijn woede over deze wereld verwerkt in Zichzelf, in zijn hart, in zijn Zoon. Dat is het geheim van Golgotha: ‘Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld draagt.’ Waar is God? Zie het Lam. Wie Mij gezien heeft, zegt Jezus, die heeft God gezien. Hij is de liefde Gods in levende lijve. De trouw van God in eigen persoon. En overal waar die liefde weerspiegeld wordt, daar is God.
Nog één ding moet erbij gezegd worden, maar dat ligt gevoelig: de liefde Gods is duurzaam en gaat tot het uiterste, maar is bovendien ook exclusief. God is namelijk geen allemansvriend. Hij geeft zijn liefde niet zomaar in het wilde weg aan jan en alleman, aan alle mensen. Hij is kieskeurig, hij kiest één mens: Abraham en Hij kiest één volk tot Zijn bruid, om – en daar gaat het om – via deze ene, via dit ene volk, alle geslachten der aarde Zijn liefde te bewijzen. Eén met het oog op allen, dat is ook het wezen van het huwelijk tussen man en vrouw als weerspiegeling van de liefde Gods, het is een één op één relatie. Alle anderen zijn uitgesloten, hoe lief en aardig ze ook zijn, ze worden er buiten gezet en er staat dan een kring om de geliefden heen. ‘Die twee,’ zegt God, u vindt dat op één van de eerste bladzijden van de Bijbel en Jehoshua haalt dat later uitdrukkelijk naar voren, ‘die twee zullen tot één vlees zijn,’ tot een totale levensgemeenschap, waarbij de geslachtsgemeenschap, de seksualiteit is inbegrepen. Daarbuiten niet, absoluut niet!
Dat vele Bijbelse figuren van dit programma zijn afgeweken, zelfs Abraham, doet niet af aan de kracht van dit program. Gods oerbedoeling is dat slechts die twee één zijn. Waarom zo exclusief in de liefde? Waarom zo’n nauwe kring om twee mensen? Om - en dat is het puur - om des te meer ook anderen lief te kunnen hebben. Want twee kunnen meer dan één. Niet zomaar liefde voor jan en alleman – je kunt niet de hele wereld op je nek nemen – maar voor hen die God ons toevertrouwt. Elkaar liefhebben, exclusief, betekent samen sterk zijn in de liefde voor anderen. Daarom is het huwelijk een één op één relatie, als iedereen je vriend is, is niemand je vriend. Als iedereen je echtgenoot is, je bedgenoot, is niemand je echtgenoot, is niemand je bondgenoot in deze godvergeten wereld. Maar door te kiezen voor deze ene en alle anderen uit te sluiten, uitdrukkelijk op afstand te zetten, kun je samen dienstbaar worden aan zijn wereld. Daarom is echtbreuk ook zo ingrijpend, het breekt niet alleen iets af bij mensen, ouders, kinderen – onherstelbare schade vaak – maar het breekt ook iets af van God, van zijn krachtige Aanwezigheid in deze wereld. Want waar die twee één zijn, daar is Hij met zijn kracht, daar wordt een samenleving op gebouwd. Maar waar het huwelijk afgebroken wordt, daar wordt de samenleving afgebroken, althans de samenleving op Bijbelse basis. Want het huwelijk, de één op één relatie in duurzame trouw is typisch een verschijnsel van de Bijbelse cultuur.
In geen enkele andere cultuur komt dit voor dan alleen in de Joods-Christelijke. De oude heidenen kenden wel allerlei erotische relaties en ook wel man/vrouw(en) verhoudingen, maar niet de exclusieve één op één relatie, niet het unieke trouwverbond waarin de liefde Gods zich weerspiegelt. Dat is typische Israëlitisch. Daarom, waar het huwelijk wordt afgebroken, wordt Israëls God afgebroken en omgekeerd waar, zoals in onze tijd, het oude heidendom in allerlei nieuwe vormen weer opkomt, daar wordt vanzelfsprekend het huwelijk teruggedrongen en vervangen door allerlei relatievormen, die zogenaamd modern zijn (van samenwonen tot lat-relaties) maar die zo oud zijn als het oudste heidendom.
Jehoshua zegt tegen zijn leerlingen: ‘Blijf bij Mij als een rank aan de Wijnstok. Laat mijn kracht, mijn woord en Geest dagelijks door je heen stralen.’ En waar is Hij? Waar is zijn Geest, zijn kracht? Hij is allereerst daar waar Hij gehoord wordt. Iedere dag is het goed om een paar pauzes in te lassen, om even samen stil te zijn voor Zijn stem. Hij is dan in onze oren. En elke dag aan tafel dank te zeggen: ‘Dank U voor deze dag, dank U voor elkaar, dank U voor Uw bevrijdende liefde.’ Want Hij is met Zijn kracht, met zijn Geest op onze lippen. Dan zal het ook gelukken om in deze stressvolle, bijna ‘zonder God of gebod wereld,’ Zijn liefde te weerspiegelen.