1. Kant Eén:
Pasen betekent: onze aarde heeft toekomst!
De HEER is waarlijk opgestaan! Echt lichamelijk opgewekt! Er is geen sprake van een geestverschijning of een spiritistische seance. Op de Paasavond zegt de Opgestane tegen zijn discipelen: ‘ziet Mijn handen en Mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet dat Ik heb’ (Luk.24:39). Waarom is dat zo belangrijk? De lichamelijke opstanding betekent dat er toekomst is voor dit lichaam en dus voor deze aarde, want ons lichaam is aards van aard. De lichamelijke opstanding betekent dat er heling mogelijk is van ons lichaam en ook van onze vervuilde verziekte aarde. Nu al en straks volkomen.
Het unieke van de Bijbelse paasboodschap is niet allereerst dat er leven is na de dood, in het hiernamaals, in een geestelijke wereld. Dat zou geen echt nieuw evangelie geweest zijn. Dat wisten immers de oude Babyloniërs al en de oude Egyptenaren. Vooral de Egyptenaren met hun pyramiden waren sterk gericht op het leven na de dood. Ook de latere Grieken waren zeer betrokken op een leven áchter dit leven, op een geestelijke werkelijkheid die ons overstijgt.
Helaas moeten we zeggen, dat ook binnen het Christendom vaak Grieks gedacht is: het eigenlijke leven is het hemelse, het geestelijke; we moeten ons niet teveel hechten aan dit aardse, ons onthechten om hemelwaarts te streven. Maar dat is een halve waarheid die erger kan zijn dan een hele leugen.
Op Paaszondagmorgen ligt de nadruk juist níet op de hemel, maar op de aarde: de Heer is waarlijk, écht lichamelijk opgestaan en dus is er hoop voor deze aarde, voor dit lichaam.
In feite is dat één doorlopende lijn in heel de Heilige Schrift, van Mozes, de Profeten en de Psalmen: het gaat God om de aarde, ‘vrede op aarde’ met Tsion in het centrum (Micha 4:1-4, Lukas 2:14). Het gaat God niet om de hemel, maar om de hemel op aarde. Met deze Paasboodschap begint en eindigt de Bijbel. De profeet Johannes zag ‘de heilige stad, een nieuw Jeruzalem neerdalen uit de hemel’ en hij hoorde zeggen: ‘zie, de tent van God is bij de mensen’ (Op.21:2,3), God woont tussen ons in, Immanuël. ‘God komt op aarde wonen in groene eeuwigheid’, zingt een kerklied en dat is kortweg Kant Eén van de Paasboodschap.
2. Kant Twee: Pasen betekent ook opstanding uit onze geestelijke dood
Opstanding betekent niet alleen toekomst voor onze aarde, maar ook toekomst voor ons menszijn op aarde; radicalen bevrijding uit geestelijke slavernij, uit de macht van de satanische schuldeiser. Pasen betekent meer dat alleen heling van ons lichamelijk bestaan, het betekent ook heling in onze relatie met God. De diepste gebrokenheid, de allergrootste ellende in ons mensenbestaan is de breuk met Hem die ons in het leven riep: God de Schepper.
Onze ellende (letterlijk betekent het woord ‘ellende’: ‘el= ex = uit het land zijn’) is niet alleen dat we weg zijn uit het ‘Beloofde land’, weg uit het ‘Paradijs’, maar vooral dat we weg zijn uit het Land van God, weg uit Zijn gemeenschap. Niet zomaar toevallig weg, weggedwaald van God, maar vanwege onze ongehoorzaamheid, onze rebelse geest: we willen niet dat Hij Koning over ons is, we willen ons niet buigen voor Zijn Gezag. Door onze opstandigheid, onze eigenwilligheid en afkerigheid hebben we niet alleen de Majesteit van de Heilige God gekrenkt, Hem als Wetgever geminacht, maar we hebben ook Zijn aarde, Zijn schepselen, Zijn harmonieuze wereld grondig verstoord en er een puinhoop van gemaakt. De pijn van deze puinhoop openbaart zich met name in onze moderne wereldsamenleving: nog nooit in geen enkele periode van de wereldgeschiedenis was er zo’n chaos op Gods goede aarde, nooit zoveel gebrokenheid, zoveel gewelddadigheid, zoveel armoe, zoveel honger, zo veel ziekte, zoveel verslaving.
Kant Twee van het Paasevangelie raakt het diepste geheim van het Bijbelse Evangelie: dat de Opgestane het Lam Gods is dat beladen met onze zonden de Toorn van God doorstaan heeft. Hij is opgestaan niet alleen uit onze aarde, niet alleen uit onze lichamelijke dood, maar uit onze geestelijke dood: opgestaan uit de Toorn van God. Hij heeft het overleefd, Hij heeft de tweede dood overleefd en daarom kunnen wij overleven, kunnen wij het Gericht Gods doorstaan. Want God heeft Zijn Toorn verwerkt in Zichzelf, in Zijn Hart, in Zijn Zoon. God neemt de beschadiging van Zijn Eer, van Zijn Naam, van Zijn schepping voor Zijn eigen rekening. Beladen met onze schuld wordt het Lam Gods de eeuwige dood in gestuurd.
3. Kant Drie: Pasen betekent verlossing van onze rebelse geest, Pasen en Pinksteren zij één
De Opgestane heeft ons niet enkel en alleen bevrijd van schuld, niet alleen de breuk met God geheeld en ons teruggebracht in het Land van God, in Zijn gemeenschap. Hij heeft ons ook innerlijk bevrijd uit het krachtenveld van de Boze, door de Kracht van Zijn Heilige Geest. Hij is onze Verlosser in de diepste zin van het woord. Bij Zijn geboorte zei de Engel: ‘gij zult Hem de naam Jêhóshúa`geven, want Hij is het die Zijn volk zal verlossen (jêhóshía`) van hun zonden (Matheus 1:21).
Met nadruk: bevrijden, verlossen, losmaken! Verlossen gaat verder dan vergeven en verzoenen. Bij vergeving en verzoening wordt de gestoorde relatie hersteld, bij verlossing wordt de oorzaak van de verstoring weggenomen: worden we bevrijd van onze rebelse geest, bevrijd uit het krachtenveld van de Tegenstander, los gemaakt uit geestelijke gevangenschap.
Zondigen volgens de Bijbelse betekenis is geen kwestie van falen of tekort schieten, het is niet zo dat wij die in wezen van goede wil zijn helaas per ongeluk gestruikeld zijn, toevallig door het ‘rode stoplicht’ gereden hebben. Nee, de Bijbel zegt dat we verkocht zijn onder de zonde: ‘het goede dat ik wil, dat doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil dat doe ik’ (Romeinen 7:15).
Wij kunnen ons niet meer onttrekken aan de satanische influistering: wij, gebonden aan de grote satanische Rebel, leven in een ‘natuurlijke’ rebellie tegen Gods gezag. Van nature zijn we zelfs geneigd God en de naaste te haten. Maar God die onze zonde op Zich genomen heeft, Die Zijn Toorn verwerkt heeft in Zichzelf, in Zijn Hart, in Zijn Zoon, heeft ons ook bevrijd uit de houdgreep van de Rebelse geest: Zijn Geest van heiliging staat ons te beschikking.
Het Paasgebeuren is de basis van het Pinkstergebeuren = de radicale vernieuwing van ons mens zijn: ‘laat dan de zonde niet langer als koning heersen’ (Rom.6:11,12).
4. Kant Vier: Pasen geeft perspectief op radicalen vernieuwing van onze wereldsamenleving: de Opgestane is dé Vredevorst
Pasen betekent meer dan alleen persoonlijke vergeving en verzoening, ook meer dan persoonlijk vernieuwing. Het Lam is ook de Leeuw = de Koning, Die vrede zal brengen op aarde, zoals de engelen zongen bij Zijn geboorte: ‘vrede op aarde’. De Opgestane, is de enige ware Vredevorst. Dat betekent: er is toekomst niet alleen voor deze aarde, voor dit lichaam, maar ook voor een menselijk samenleven óp deze aarde. Er is hoop voor onze onmenselijke, ellendige wereldsamenleving. Het sluitstuk van de Paasboodschap is: er komt een einde aan deze ellende, eenmaal definitief, maar ook nu al binnen de horizon van onze geschiedenis.
Een einde ook aan onze moderne ellende, die groter is dan ooit in de wereldgeschiedenis. Sinds Paaszondag is er gegronde hoop op een radicale verandering in onze wereldsamenleving vanuit Tsion voor alle volken: want Hij komt om de aarde te richten, Hij komt om alles recht zetten wat wij scheef en onderste boven hebben gezet. Hij is al bezig te komen.
Als we goed opletten, dan zien we de tekenen om ons heen. Er gaat een ritseling door onze moderne geschiedenis, die ingezet is met de Terugkeer van het Joodse volk naar het Beloofde land. Het Beloofde Land dat zo klein is als Kanaán maar tegelijk zo wijd als de wereld. Er is perspectief op de nieuwe aarde, waar ieder mag wonen onder eigen wijnstok en vijgenboom, in vrijheid. Hij komt! Ga uit Hem tegemoet!
Hoe doen we dat ‘Hem tegemoet gaan’? Dat doen we doen door de Rode Loper voor Hem uit te leggen. De Rode Loper van een feestelijke, dankzeggend leven, de loper van de levensheiliging, van de Bijbelse levensstijl waarbij heel ons leven geheiligd, verbonden is met de Heilige Zelf, door dankzegging en dienst.
Danken en dienen horen onlosmakelijk bij elkaar. Dienen is: Gods Liefde weerspiegelen in onze liefde voor de medemens en voor Zijn schepping. Danken is: Gods Liefde terugkaatsten in de lofzang. Hem prijzen om Zijn Liefde, om Zijn Zelfovergave voor onze bevrijding, om Zijn Grote Daden in onze geschiedenis, van de Uittocht uit Egypte en de Uittocht uit onze lichamelijke en geestelijke dood.
Door deze dankzegging te allen tijde, maar in het bijzonder op de gezette tijden, op de mo`adím (de speciale tijdstippen van het dagelijks morgen en avondgebed, van de wekelijkse Shabbat en de jaarlijkse feesttijden, van Pesach, Shawu`oth en Sukoth) leggen wij de feestelijke loper uit voor de komende Koning. Wij kunnen niet zelf met onze acties, met politieke of militaire middelen het Rijk Gods op aarde stichten.
De Godsrijken die wij stichten beginnen en eindigen in bloed en tranen, maar wij kunnen wel voor de komende Koning de Rode Loper uitleggen door dankzegging en dienst, in ons persoonlijk leven én in ons samenleven.
Met name door de dankzegging, want dat is een bijzondere vorm van doen. Feitelijk een vorm van niets doen: danken is alleen maar God bedanken voor wat Híj gedaan heeft. Meer is het niet. Maar vergis u niet! Er is geen grotere daad dan danken. Danken zet alles in beweging, zet God Zelf in beweging, want Hij troont op de lofzangen van Zijn volk (Psalm 22:4). Door te danken halen we Hem naar ons toe, maken we in ons midden een plek leeg, waar Hij, de komende Koning, alvast kan wonen in deze verworden wereld. Wonen wil Hij in het centrum van elke woonplaats, maar wonen wil Hij ook in onze woningen. Met name daar waar wij samenzijn rond de huistafel en dankzegging doen over het dagelijks brood en over de wijn in het weekend: daar wil Hij tronen in ons midden.