Volgens Chaim Clorfene, de directeur van het Derde Tempel Museum in Jeruzalem, is er één Hebreeuwse taal, maar zijn er twee verschillende manieren om Hebreeuws te schrijven. Eén van deze schrijfmanieren was zo’n 2000 jaar geleden geheel in onbruik geraakt en vergeten. Maar in de afgelopen eeuw is het herontdekt. De gevolgen van deze herontdekking zijn vandaag de dag nog niet helemaal voelbaar omdat niet duidelijk is in welk schrift de Tien Woorden zijn geschreven. Was het vergeten schrift het originele schrift van de Tien geboden in de Torah?
Eén taal; twee schriften
Dit vergeten schrift heet het Ivri, of Paleo-Hebreeuws. Het schrift dat wij heden ten dage kennen is het Ashurischrift.
Paleo-Hebreeuws was volledig uit zwang geraakt rond de tijd van de vernietiging van de tweede Tempel, in het jaar 70 vanaf onze jaartelling. Behalve een paar inscripties op een aantal Joodse munten waren er amper restanten meer te bespeuren van dit Hebreeuwse schrift.
In de Babylonische Talmud is een discussie te vinden over deze twee Hebreeuwse schriften; hier volgt een citaat:
Mar Zutra, of, zoals sommigen menen, Mar Ukba, zei: “De Torah is in het Ivri, Paleo-Hebreeuwse schrijfletters en heilige Hebreeuwse uitspraak gegeven aan het volk Israel. Later, in de tijd van Ezra, werd de Torah gegeven in het Ashurischrift en de Aramese uitspraak. Uiteindelijk werd aan Israel het Ashurischrift en de Hebreeuwse uitspraak gegeven, waarbij de originele Hebreeuwse letters en de Aramese uitspraak gelaten werden voor de niet geleerde mensen. “Rebbe Moshe zei: “Waarom wordt het Ashurischrift zo genoemd?” Het antwoord op die vraag is dat de taal zou zijn meegenomen vanuit Assyrië, vandaar de naam Ashuri.
Deze bovenstaande mening lijkt onderschreven te worden door vondsten van moderne archeologen welke menen dat, ongeveer 1800 jaar voor onze jaartelling, Fenicische arbeiders werden geïnspireerd door de hiëroglyfen in Egypte. De Feniciërs, die in Egypte woonden, ontwikkelden zogezegd een proto-Kanaanitisch fonetisch alfabet. Dit alfabet zou zijn ontwikkeld tot Paleo-Hebreeuws en zou tevens zijn ontwikkeld tot het schrift dat gebruikt werd bij alle volkeren in het Midden Oosten, zoals de Kanaänieten, de Moabieten, de Feniciërs en ook de Hebreeërs. Archeologen hebben potscherven en stenen gevonden met Paleo-Hebreeuwse lettertekens, die men terugvoerde tot aan de twaalfde eeuw voor onze jaartelling.
Ongeveer 800 jaar voor onze jaartelling zou het Paleo-Hebreeuws zijn aangepast in Babylon en omgeving en zou het verder ontwikkeld zijn tot het Aramese schrift. Zo’n 275 jaar later, rond 525 voor onze jaartelling, zouden de Joden in Babylon, met name de Schriftgeleerde Ezra, het schrift verder hebben ontwikkeld tot het huidige Ashurischrift.
Tijdens de gehele Tweede Tempelperiode was het Ashurischrift in gebruik voor alle heilige en seculiere doelen. Echter, het Paleo-Hebreeuws was niet geheel vergeten en is nog te vinden op munten uit deze periode. Het laatste wat van het Paleo-Hebreeuwse schrift gevonden is, is te zien op Bar Kochba munten, welke dateren van rond de 125 van onze jaartelling en deze munten zijn van groot belang voor de archeologie.
Bar Kochba leidde een opstand tegen de Romeinen 50, jaar nadat de Tweede Tempel werd verwoest. Rabbi Akiva zag hem als de Messias. Bar Kochba muntte zijn eigen munten door Romeinse munten opnieuw te slaan. Dit was symbolisch voor zijn rebellie tegen Rome. Hij sloeg drie Paleo-Hebreeuwse letters: jod, he, daled: Jehud (Judea), op zijn munten. Zijn keuze voor het Paleo-Hebreeuws was een gedurfde zet; terug naar het originele Joodse schrift in plaats van het schrift van de overheerser!
Nadat de opstand van Bar Kochba was neergeslagen, verdween het Paleo-Hebreeuws van het toneel. Het werd het dode schrift. Ware het niet dat het bovenstaande een discussiepunt was in de Talmud, dan zou het Paleo-Hebreeuws compleet vergeten zijn geweest. Het was zeker dat niemand het meer kon lezen omdat er geen voorbeelden meer de geschiedenis hadden overleefd, behalve tot dan toe deze drie letters op de munten van Bar Kochba.
In de twintigste eeuw veranderde alles: archeologen begonnen inscripties te vinden in het Paleo-Hebreeuws, welke dateerden vanuit de tijd van Koning David en zelfs eerder. En de Dode Zee Rollen werden gevonden, waarin een aantal voorbeelden van het Paleo-Hebreeuwse schrift. Het antieke Hebreeuwse alfabet was opgestaan uit de dood.
De tweede opinie in de Talmud verschilt radicaal van die van Mar Zutra. Citaat:
Rabbi Jehuda de Prins zei: “De Torah was als eerste gegeven aan Israel in Ashurischrift, maar toen zondigde het volk en het veranderde naar Ivri, Paleo-Hebreeuws. Maar toen ze tot inkeer kwamen, was Ashuri aan hen teruggegeven, zoals geschreven is: ‘Keert terug naar de burcht, gij gevangenen die hoop moogt koesteren (Zach. 9:12a)’ en heden ten dage zal ik de geschriften aan u teruggeven. En waarom heet het Ashuri? Omdat het recht is (me’ushar).
Deze opinie blijft geheel buiten het bestek van de archeologische bewijzen. Volgens de rabbinale traditie spraken en schreven Adam en Eva Ashuri-Hebreeuws. Voor bijna 2000 jaar was dit de enige taal ter wereld, volgens Genesis 11:1: ‘De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak.’
Nadat veel later de Joden in het land Kanaän kwamen, kwamen ze ook in aanraking met het Ivri, of Paleo-Hebreeuws van de volkeren om hen heen en begonnen ze dit te lezen en schrijven naast het Ashuri schrift. De Torahrollen zijn geschreven in het Ashuri in ieder geval vanaf de tijd van de Berg Sinai, tot ongeveer 150 jaar voor de vernietiging van Salomo’s tempel, een periode van ongeveer 750 jaar.
Op dit kruispunt in de geschiedenis had koning Manasse, koning van Juda, de offerhoogten omarmd (2 Kronieken 33:3) en de geleerden denken dat hij, voor hij zich verootmoedigde voor God, alle Torahrollen verbrand zou hebben. Daardoor zouden de Schriftgeleerden de kans hebben gehad om de Torah in het Paleo- Hebreeuws te schrijven, welke toen in die tijd het gangbare schrift was.
Het is bekend dat Ezra de Torah in het Ashuri schrift schreef. Torahrollen worden tot op de dag van vandaag gekopieerd van deze Ezrarollen.
Er is een derde mening in de Talmud aan te merken, citaat van rabbi Simeon ben Elazar:
“Het Ashurischrift is nooit gewijzigd, want er staat geschreven: ‘de wawei ha amudim’ (oftewel de haken, de waws, van de pilaren). De vorm van de waw, (welke letter betekent en eruitziet als een haak) is niet veranderd, de vorm is hetzelfde. Dus net zoals het Joodse handschrift niet is veranderd, zo ook niet hun schrijven.”
Deze mening geeft weer dat de Torah altijd al was geschreven in het Ashurischrift en nooit in het Paleo-Hebreeuws.
Rabbi Ben Elazar brengt twee bewijzen voor zijn mening aan:
Het eerste bewijs is dat het woord voor haak in de door Mozes geschreven Torah was de letter waw, welke is de zesde letter in het Hebreeuwse alfabet en welke ook de vorm heeft van een haak in het Ashurischrift. Aangezien in die dagen van Ben Elazar de waw de vorm van een haak had en de Torah van Ben Elazar in het Ashurischrift geschreven was, nam hij aan dat het schrift altijd Ashurischrift was geweest. Echter, ook in het Paleo-Hebreeuws ziet de waw eruit als een haak.
Het tweede bewijs van deze rabbi is een vers uit het boek Esther, waar Mordechai brieven stuurt naar de Joden in het koninkrijk, geschreven in hun ‘eigen schrift en taal.’ Rabbi Elazar redeneerde dat als de Joden schrift en taal niet veranderd hadden, dat deze dan nog steeds het Ashurischrift moest zijn.
Echter, ook deze mening houdt geen stand omdat de Joden wel degelijk hun taal veranderden in de tijd van Mordachai. Het boek Daniel, dat in die tijd geschreven werd, is gedeeltelijk in het Aramees geschreven! Waarom koos Daniel Aramees? Omdat het Aramees de Hebreeuwse taal had vervangen als de taal van de Joden en het werd de belangrijkste spreektaal voor de Joden voor het komende millennium.
We houden dus maar twee scenario’s over:
1. De Torah was geschreven door Mozes in het Paleo-Hebreeuws. Het werd veranderd door Ezra naar Ashurischrift gedurende de Babylonische ballingschap en zo is het gebleven tot op de dag van vandaag.
2. De Torah is geschreven door Mozes in Ashurischrift. Het werd veranderd naar Paleo-Hebreeuws gedurende het einde van de Eerste Tempelperiode en daarna weer teruggebracht naar het Ashuri door Ezra.
Deze hele discussie is van belang omdat het ook inhoudt in welk schrift de Tien Woorden zijn geschreven. De stenen tafelen welke ook door de vinger van God zijn beschreven.
De Jeruzalem-Talmud houdt vol dat de Tien Woorden in het Paleo-Hebreeuws zijn geschreven.
De Babylonische Talmud zegt dat ze geschreven zijn in Ashuri.
We blijven dus met twijfel zitten over welk schrift het originele schrift is. We zouden deze twijfel op kunnen heffen door een ontmoeting te hebben met de Hogepriester en de koningen van het Huis van David… tja.
De Mishna vertelt ons dat de Hogepriester, de Kohen Gadol, geheiligd moest worden met de heilige olie die Mozes gemaakt had. Dit is een van de 613 geboden van de Torah. Wat olie werd gegoten over het hoofd van de Hogepriester en dit werd, volgens het verhaal, dan met de vinger gestreken over zijn voorhoofd in de vorm van een X, een taw in het Paleo-Hebreeuws. Wanneer de koningen werden gezalfd, werd dezelfde olie gebruikt, maar nu met de vinger opgestreken in de vorm van een W, waarvan de specifiek schuine lijnen de Paleo-Hebreeuwse shin vertegenwoordigden.
De persoonlijke mening van de heer Chaim Clorfene is dat we niet de fout moeten maken om te denken dat, als het Paleo-Hebreeuws het originele schrift is, dat het dan ook heiliger zou zijn dan het Ashuri schrift. Feit is dat Ezra drie Hebreeuwse geschriften heeft geschreven en dat hij werkte met leiding van de Heilige Geest, wat een vorm van profetie inhoudt. De Hebreeuwse letters, die van zijn hand kwamen, herbergen sommige van de diepste en bijzonderste gedeelten uit de Torah. Deze letters hebben de Joden gesterkt voor de afgelopen 2500 jaar en zullen dat ongetwijfeld ook nog doen in de toekomst.
Tot zover de bevindingen van de heer Clorfene. Wij willen er nog aan toevoegen dat de Hebreeuwse taaltraditie al eeuwenlang werkt met de bijzondere vorm van woord met woord vergelijken. En het is de rabbijnen al lang bekend dat waar er twee letters in twee verschillende Hebreeuwse woordstammen met elkaar overeenkomen, deze woorden dan ook verband met elkaar kunnen hebben. Deze manier van Bijbelstudie wordt gedaan met het Ashurischrift, waarbij de betekenis van de letters van belang wordt geacht. De stelling dat het Hebreeuws Godstaal, Oertaal is, vindt steun in een eeuwenlange traditie, zowel van Joodse als van Christelijke zijde. Zie ook ons cursusboek: ‘Hebreeuws In Zes Dagen’.