Velen vragen zich af wat Paulus toch bedoelde met de doorn in zijn vlees (2 Kor.12:7). Er is zelfs een spreekwoord uit voortgekomen met als betekenis dat wanneer iets heel erg veel ongemak bezorgt; het is dan is als een doorn in het vlees, pijnlijk…
Paulus heeft gebeden of God deze doorn uit zijn vlees wilde verwijderen, echter, God sprak: ‘Mijn genade is u genoeg…’ Daaruit blijkt dat deze doorn niet te maken had met zonde, want zonde zou God nooit laten zitten in het leven van een van Zijn apostelen.
Waar heeft het dan wel mee te maken: met ziekte! En niet zomaar een ziekte, maar een aandoening die hoogstwaarschijnlijk direct is voortgekomen uit zijn bekering, destijds toen hij op weg was naar Damascus. Hij kwam toen Jeshoshua Zelf tegen, die in het Hebreeuws (Hand. 26:14) tot hem sprak: ‘Sha’ul, Sha’ul, waarom vervolgt gij Mij?’ Daarbij raakte Saul zijn gezichtsvermogen kwijt. Dit gebeurde omdat Jehoshua zoveel licht uitstraalde (Hand.9:3) dat Saul verblind raakte en met de gevolgen daarvan kampte hij waarschijnlijk tot aan zijn dood.
Ananias bad met de inmiddels bekeerde Saul die daarna Paulus genoemd werd, en toen zag hij weer, maar waarschijnlijk niet heel goed en dat weten we uit de Galatenbrief, waar hij zegt: ‘Jullie weten toch hoe ik de eerste keer het Evangelie heb verkondigd. Ik was toen ziek.’ Blijkbaar zag hij er toen helemaal niet goed uit en traanden zijn ogen erg, doch het hield de Galaten niet van hem weg want, zei hij: ‘Jullie wilden jullie eigen ogen wel uitrukken om ze aan mij te geven (Galaten 4:13-15)!’
Paulus kreeg bij zijn bekering nieuwe geestelijke ogen: plots had hij zicht op de Messias, maar daarbij werden zijn lichamelijke ogen achtergesteld, geen wonder dat God sprak: ‘Mijn genade is u genoeg!’ God wilde dat Paulus voortaan zag met zijn geestelijke ogen en een beetje lichamelijke afhankelijkheid van God is dan absoluut geen overbodige luxe.
Opnieuw in de Galatenbrief blijkt dat er iets met Paulus’ ogen aan de hand is: ‘Zie hoe ik zelf hier met grote letters tot u schrijf,’. Normaal gesproken dicteerde hij zijn brieven en dat wist men in die tijd, maar waarom schreef hij dan van die grote letters: wel, omdat hij kleine letters zelf blijkbaar niet meer zag... vandaar dat hij normaal gesproken zijn brieven dicteerde. Gelukkig maar: wat hij in het natuurlijke leven niet meer zo goed zag, onderscheidde hij in het geestelijk leven des te beter; heden ten dage plukken we nog de vruchten van zijn schrijfsels, hetzij gedicteerd, hetzij met grote letters. Gods genade was hem genoeg en reikt zelfs tot heden te dage.