Politiek Drieluik
Luik 1. ‘Uur Van De Waarheid 1905-1906’
Een objectief verslag van een hooggeleerde Nederlandse politicus over Palestina in het begin van de vorige eeuw: een land met een armelijke bevolking in een totaal verwaarloosd land, maar met een kleine groep hardwerkende Joodse kolonisten in hun midden.
Een reis rond de Oude Wereldzee
In het begin van de vorige eeuw, in 1905 en 1906 maakte prof. dr. Abraham Kuyper, na zijn aftreden als minister president van Nederland een rondreis door de landen die, zoals hij het noemde, ‘de Middellandse Zee omzoomden’, waaronder ook ‘Palestina, het Heilige Land’. Zijn waarnemingen en ervaringen heeft dr. Kuyper opgetekend in een tweedelig, lijvig boekwerk: ‘Om de oude Wereldzee’. In deel 1, pagina 433 tot 543 geeft hij een uitvoerig, gedetailleerd verslag van zijn bezoek aan het toenmalige Palestina. In 1925 heeft zijn zoon, dr H. H. Kuyper, een aparte uitgave verzorgd van dit verslag, onder de titel: ‘Palestina, Het Heilige Land’ (Kok, Kampen). Hieronder een zevental fragmenten daaruit.
1. Het aantal inwoners in 1906
Dr. Kuyper schatte de bevolking in die tijd op nauwelijks een miljoen: ’Rekent men nu, wat zeer hooggenomen is, de tegenwoordige bevolking op nog geen miljoen en weet men dat Palestina zelf deze karige bevolking niet dan schriel en armelijk voedt, dan is hiermee af te meten aan wat schier een ongelooflijke achteruitgang het land ten prooi werd’. Dr. Kuyper doelt hier op het land zoals het ooit was: een land ‘vloeiend van melk en honing’. Van deze miljoen ‘leeft slechts de helft in dorpen en gehuchten, en bijna de helft huist in steden, maar ook die steden zijn onbetekenend. Kuyper geeft dan een opsomming van deze steden: ‘In het noorden vindt ge alleen Safed met 20.000, Haifa met 13000 en Tiberias met 8000 inwoners. In het midden van ’t land eigenlijk alleen Nablus met circa 20.000 inwoners. En voorts in het zuiden behalve Jeruzalem, alleen Jaffa met 40.000, Gaza met 35 á 40.000, Hebron met 18.000 en Bethlehem met even 8000 inwoners.
*Over Jeruzalem met ruim 60.000 inwoners schrijft dr. Kuyper apart. Nazareth noemt hij ook wel, maar dat was meer een dorp.
2. Christelijke bevolking is ‘stationair’
Over de Christelijke bevolking het volgende: ‘Bethlehem is als geheel Christelijk, evenals Nazareth, waar op 500 na, alle ingezetenen van Christelijke belijdenis zijn’. In Gaza en Jaffa wordt het aantal Christenen op 3000 geschat. ‘Het weinig hoopgevende is alleen dat de cijfers stationair zijn. De toeneming van de bevolking is uiterst traag, en, zoals gezegd, bekeerlingen komen er niet bij’. ‘Reeds nu moet dan ook erkend dat de aanwas van het Joods element dien van het Christelijk element de loef afsteekt.
3. Jeruzalem is al weer een Joodse stad
Kuyper verbaast zich over het grote aantal Joden in het eeuwenoude Jeruzalem. ‘Safed en Tiberias zijn Joodse steden gebleven. Jeruzalem (= merendeels binnen het oude ommuurde Jeruzalem) is reeds weer een Joodse stad geworden (cursivering van ons). ‘Meer dan tweederde van de bevolking, d.i. 40.000, behoort er tot Israël, tegenover met inbegrip van het Turkse garnizoen, slechts 7000 Mohammedanen en 13.000 á 14.000 personen van de Christelijke belijdenis, alle kerken en sekten samengenomen.
4. De oorzaken van de verwaarlozing van het Beloofde land door de inlandse bevolking
Ter verklaring van de bijna ‘ongelooflijke achteruitgang’ van het ooit zo welvarende Beloofde Land, dat nu zijn eigen bewoners niet eens normaal meer kan voeden, noemt Kuyper een vijftal oorzaken:
a. ‘De verwaarlozing van den terrasbouw tegen de bergen’.
b. ‘De verarming van de bodem als gevolg van roofbouw en gebrek aan veestapel’ (voor bemesting)
c. ‘Vernieling der bosschen’.
d. ‘Ontregeling der irrigatie’.
e. ‘Onveiligheid die de omtrekkende Bedoeïenen veroorzaken’.
Kuyper stelt met een zekere ontzetting ‘dat ge nergens een land vindt dat zo sterk de indruk maakt van onder een vloek te zijn gekomen. Zelfs de vallei van Saron en Jizreël, eens Palestina’s glorie, stoot thans den kolonist vast af door haar onherbergzaamheid en uitdampende moerassen’.
5. De Joodse kolonisten kunnen het land doen herleven
Na een opsomming van een 18-tal ‘Joodse kolonies’, stelt dr. Kuyper: ‘Van meer dan éne kolonie kan gezegd worden dat ze werkelijk bloeit, en vooral in Hauran bij Tiberias en in het Overjordaanse is gelegenheid voor kolonisatie schoon; vooral nu de spoorlijn deze streken doorsnijdt en daardoor de afvoer beter wordt. Ook voor de aanleg van landwegen is door de kolonisten reeds veel gedaan; en waar steeds meer blijkt dat de Christelijke missie hier op rotsen ploegt en andere nationaliteiten niet aan immigratie naar Palestina denken, zal van de Joden de herleving van Palestina moeten komen. De inlandse Mohammedaanse bevolking weet zich niet tot hoger bestaansniveau op te werken’.
6. De meesten Joden gaan nog niet op Alijah
‘Een beter geslaagd en steeds krachtiger immigratie van het Joodse element zou daarom op zichzelf zeer gewenscht zijn. De neiging der geesten bij een natie die nog elf miljoen zielen telt, is in Hoger Hand, en die neiging keert zich bij Israël nog niet naar het land der Vaderen.’
7. Geen perspectief op een eigen Joodse Staat
Dr. Kuyper is wel optimistisch over de mogelijkheden en de krachtdadigheid van de kolonisten, die hard bezig zijn het eeuwenlang verwaarloosde land weer op te bouwen. Deze kleine groep kolonisten groeit wel, maar lang niet hard genoeg: de meeste Joden blijven liever hier. Daarom ziet Kuyper het niet gebeuren dat er ooit nog weer een eigen Joodse Staat ontstaat, zeker niet zolang de Joden ‘hun verwerping van de Messias niet teniet doen’ of… zolang de Messias ‘toeft’: ‘Er is een kleine groep enthousiasten, die er anderen heendringt, maar er zelf niet heengaat. Die er heengaan doen ’t voor het meerendeel in de verwachting van een betere existentie te vinden, en wie ’t elders goed heeft en ’t er even schikken kan, blijft. Zoo de religieuze idee Israëls nationaliteitsbesef opnieuw doordrong, dan ja! Maar tot dusver zag men ’t nog niet hiertoe komen.
‘Of het er ooit weer toe komen kan zolang Israël zijn verwerping van de Messias niet teniet doet, mag betwijfeld worden. Er is een belofte dat eens heel Israël weer tot het heil zal komen, maar door den Christus (cursivering door Kuyper zelf). En zolang die toeft, moge de Joodse kolonisatie Palestina economisch ten zegen strekken, maar aan de Juif errant (zwervende Jood) zijn eigen tent hergeven, kan ze niet.’
Een notitie: Wat niet kan, is wel geschied
Kuyper heeft gelijk dat de Joden dit zelf niet kunnen. Het kan alleen gelukken en het is gelukt onder de bevrijdende en zegenende Hand van Israëls God, Die een grote en krachtige kern van Zijn volk uit de barre woestijn van de Romeins/Christelijke ballingschap met Machtige Arm teruggevoerd heeft naar het hun Beloofde land. En als een wonder in onze ogen zijn ook de huilende wildernissen, dorre woestijnen en dampende moerassen herschapen in vruchtbare akkers die zo vruchtbaar zijn dat Israël een belangrijk export land is geworden.
Luik 2. ‘Uur Van De Waarheid 1918’
Hussein bin Ali, Sharif van Mekka, onderschreef en prees de Balfour Declaration.
Twee maanden nadat hij hoorde van de Balfour Declation schreef Hussein in de Meccaanse krant Al Qibla van 23 Maart 1918:
‘De bronnen van het land (Palestina) zijn nog maagdelijke grond en zullen ontwikkeld worden door de Joodse immigranten. Eén van de meest verbazingwekkende dingen tot voor kort was dat de Palestijn gewend was weg te trekken uit zijn land, zwervend over de hoge zeeën in alle richtingen. Zijn geboortegrond kon hem niet vasthouden.
Tegelijkertijd zagen we dat de Joden uit vreemde landen Palestina binnenstroomden, uit Rusland, Duitsland, Oostenrijk, Spanje en Amerika. De diepste oorzaak hiervan kon aan hen die de gave bezaten van een dieper inzicht, niet ontgaan. Zij wisten dat het land (Palestina) voor zijn oorspronkelijke zonen (abna’ihi-l-asliyin), in al hun verscheidenheid, een heilig en beloofd Thuisland was. De terugkeer van hun ballingen zal materieel en spiritueel een experimentele leerschool blijken te zijn voor hen die werken in de landbouw, in de fabrieken, in de handel en in alle dingen die met het land te maken hebben.’
Luik 3. ‘Uur Van De Waarheid 1977’
“Er bestaat geen apart Palestijns volk. Wij zijn Palestijnen om politieke redenen.”
Aldus Zoehair Mohsen, destijds hoofd van de afdeling militaire operaties van de PLO en lid van de uitvoerende raad van de PLO, in een interview met James Dorsey, gepubliceerd in ‘Trouw’ van 31 Maart 1977.
Volgens Mohsen bestaat er in feite geen apart Palestijns volk. “Tussen de Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen bestaan er geen verschillen. Wij maken deel uit van één volk, de Arabische natie. Kijk maar, ik heb familieleden met het Palestijnse, Libanese, Jordaanse en Syrische staatsburgerschap. Wij zijn één volk. Alleen maar om politieke redenen onderschrijven wij zorgvuldig onze Palestijnse identiteit. Het is namelijk van nationaal belang voor de Arabieren om het bestaan van de Palestijnen aan te moedigen tegenover het Zionisme.
Ja, het bestaan van een aparte Palestijnse identiteit is er alleen om tactische redenen. De stichting van een Palestijnse staat is een nieuw middel om de strijd tégen Israël en vóór de Arabische eenheid voort te zetten”.
“Een aparte Palestijnse entiteit moet voor de (Arabische) nationale rechten op komen in de dan nog overgebleven bezette gebieden. De Jordaanse regering kan niet namens de Palestijnen in Israël, Libanon of Syrië spreken. Jordanië is een staat met bepaalde grenzen. Het kan geen aanspraak maken op Haifa of Jaffa, terwijl ik wel recht heb op Haifa, Jaffa, Jeruzalem en Beërsheva. Jordanië kan alleen spreken namens de Jordaniërs en namens de Palestijnen in Jordanië. De Palestijnse staat zou het recht hebben om op te treden namens alle Palestijnen in de Arabische wereld.
Als wij eenmaal al onze rechten in geheel Palestina hebben verworven, moeten wij de hereniging van Jordanië en Palestina geen moment uitstellen.”