Moderne senioren spelen, sporten of toeren de wereld rond
De publieke eredienst is een zaak van het publicum, van de volksgemeenschap. Liturgie is letterlijk laos ergon = volkswerk. In principe is liturgie geen ‘kerkewerk’. De core business van de Kerk is: de verkondiging van de Bevrijding (Jeshuah) en van het doorgebroken Koninkrijk Gods dat heel de volkssamenleving omvatten wil.
De Kerk kan wel tijdelijk, zolang de volksgemeenschap nog onmondig is, de honneurs waarnemen en in de Zondagse verkondigingdienst een dosis liturgie opnemen, maar zodra de samenleving mondig genoeg geworden is – door kerkelijke e.a. instructie en geestelijke toerusting – moet de Kerk de publieke eredienst uit handen geven.
In handen van wie? Volgens de Bijbelse orde wordt het Godsvolk vertegenwoordigd door de זקנים zêqéním, de oudsten, de senioren of de presbyters (= het Griekse woord voor oudsten). Deze presbyters, deze ‘50 plussers’ zijn in de volksgemeenschap van Hogerhand gekozen uitverkorenen. Immers niemand kiest zelf de dag van zijn geboorte. In onze Westerse mede door de Griekse cultuur gestempelde samenleving – ‘alle mensen zijn gelijk’: niet het respect voor ouders en oudsten, maar de individuele kwaliteiten, deskundigheden en prestaties bepalen de rangorde in de samenleving – zijn de oudsten/presbyters verdrongen uit hun door de Schepper gegeven en hoogst verantwoordelijke voortrekkerspositie en vervangen door zelfgekozen deskundigen: schriftgeleerden, theologen, politici*, musici, zangers etc. In de openbare eredienst zijn de presbyters vervangen door de priesters: het woord ‘priester’ is nota bene afgeleid van presbyter! Uit louter verveling toeren moderne, in bepaald opzicht vaak zeer mondige presbyters de wereld rond, hangen rond in clubhuizen en café’s (met pingpong- en biljarttafels) of vermaken zich met balletje slaan op de golfbaan.
Voor een voltooide liturgie zijn deskundige musici, zangers, schriftgeleerden e.a. onmisbaar, maar de publieke eredienst moet staan onder directe verantwoordelijkheid van het presbyterium, de raad der oudsten. Na 2000 jaar bevoogding door kerkelijke dominante deskundigen is het de hoogste tijd om de verantwoordelijkheid voor de publieke eredienst uit handen te geven en in handen te leggen van het publicum zelf, vertegenwoordigd door de voorgangers in de tijd: de presbyters. En als dezen daartoe nog niet ten volle zijn toegerust, dan moet die toerusting spoedig worden afgerond, stante pede, meteen beginnen! Want uiteindelijk laat geen enkele samenleving zich blijvend bevoogden of ‘bemoederen’ door de Kerk. Het proces van ontvoogding (emancipatie) is historisch onstuitbaar: ieder mens, ieder volk streeft naar mondigheid. Een samenleving echter die zich ‘bevrijd’ heeft van de kerkelijke bevoogding, maar niet geleerd heeft om zelfstandig te ‘staan’ (als kohen) voor het Aangezicht van Israëls God, vervalt opnieuw in slavernij, raakt weer in de ban van de oude baäls, met hun heidense liturgie, hun heidense muziek en zang, hun heidense, bandeloze levensstijl.