Heeft U Psalm 119wel eens aan één stuk door gelezen? Een merkwaardige Psalm. Het is de langste Psalm en ogenschijnlijk ietwat eentonig: ‘een gebed zonder eind’ zeggen we wel. Willem Barnard schrijft in zijn ‘Gepeins bij de Psalmen:’ ‘Het is geen lied met stroomversnellingen en stemverheffingen, geen waterval van woorden die bruist… die klatert. Psalm 119 murmelt eerder, gelijkmatig, regelmatig.’
Echter, behalve de langste Psalm, is het één van de beste, zo niet dé beste, zeker als het gaat om het leren van Hebreeuws! Het is een lied dat bestaat uit 22 strofen van elk 8 lange zinnen en elk van die zinnen (verzen, zeggen wij), begint met dezelfde Hebreeuwse letter.
De acht zinnen van het eerste vers beginnen alle met een Aleph א, de acht van het tweede vers beginnen alle met een Beth ב en zo gaat het door totdat alle 22 Hebreeuwse letters aan de beurt zijn geweest, tot en met de Taw ת, maar bovenal is Psalm 119 één lange lofzang op de Torah! In 176 zinnen lang wordt uit volle borst de liefde voor Gods Onderwijzing bezongen, inderdaad niet met ‘stemverheffingen en geklater,’ maar wel zeer uitdrukkelijk!
Opvallend is dat het werkwoord nátsar נצר, een synoniem van shámar שמר bewaren, van alle Psalmen het vaakst voorkomt (11x) in deze Psalm. Het werkwoord verwijst naar het behoeden, voortzetten en navolgen van Gods Onderwijzing. Van nátsar is ook het woord nétser, twijg, scheut (voortzetting van een boom) afgeleid. Er zal een nétser oprijzen uit de tronk van Yishai. Jehoshua/Jezus is een nakomeling, een nétser van Yishai en kwam uit Nátsereth נצרת (Nazareth betekent zo iets als, ‘bewaarplaats’). Volgelingen van Hem worden ook wel notsriem, christenen genoemd. Feitelijk is een notsri נֹצְרִי een volgeling van de man van Nazareth Die de Onderwijzing behoedde, nátsar.
Waarom eigenlijk zo’n lange lofzang op de Torah?
Waar gaat het dan feitelijk over in die Onderwijzing van God? Torah הרות komt van het werkwoord járáh ירה onderwijzen, aanwijzingen geven. Men kan de Torah ook zien als een soort handleiding die God meegaf aan de mensheid zodat we goed weten om te gaan met de aarde, Zijn schepping, met elkaar en vooral ook hoe we ons ten opzichte van Hem moeten gedragen.
Kortweg leert de Torah ons dat de manier om volop mens te zijn in een menselijke samenleving is: