02-11-2022

Psalm 2, een opnieuw actuele Psalm in onze tijd

Psalm 2 is volgens Petrus in Handelingen 4:25 geschreven door David.

Vers 1 begint met de vraag waarom de volken woeden. Vers 2 en 3 vertellen wat de koningen doen. Vers 4 God lacht en bespot hen. Vers 5 God verschrikt hen. Vers 6 bevestiging van God Wie Hij gezalfd heeft tot Koning. Vers 7 de Messias spreekt. Vers 8 en 9 God spreekt tot de Messias. Vers 10-12 David spreekt de koningen streng toe om zich te laten gezeggen door God en Zijn Zoon. Vers 12b de belofte voor wie op God vertrouwt. 

Vers 1 למה רגשו גוים ולאמים יהגו-ריק: lamah ragshu gojim uleumim jehgu réq waarom zijn volken te hoop gelopen en bedenken naties ijdelheid?

Gojim גוֹיִם volken. Dit woord wordt nog al eens vertaald met: heidenen, echter, God belooft aan Abraham dat zijn nakomelingen een groot volk zullen worden: een goj gadol. Oproerig is in het Hebreeuws: rágash רָגַשׁ. In dit woord vinden we het woord sar שַׂר overste, vorst; opstanden zijn altijd tegen de regels van de vorst en dat zien we in deze Psalm ook weer, oproer tegen God en Zijn Gezalfde(n).

Le’umim  לְאֻמִים natiën. Het is opvallend dat David spreekt over de natiën die in beroering komen; deze Psalm is zeker 3000 jaar oud en toch gaat het ook over nu. De VN (in Israël doorgaans in de volksmond Verenigde Nonsens genoemd), loopt voorop in het samenspannen tegen Israël; er is niets nieuws onder de zon.

Hágáh הָגָה is mediteren. Dit woord betekent ook: (klaaglijk) kreunen, mopperen, prevelen, rouwen. Maar ook grommen, zoemen. In Jesaja 59:3 komt dit woord ook voor: ‘Uw tong prevelt slechtheid.’ 

Vers 2 יתיצבו מלכי-ארץ ורוזנים נוסדו-יחד על-יהוה ועל-משיחו:

jitjatsbhu malkhej-erets weroznim nosdu-jachad al-JHWH we‘al-mêshicho. De koningen van de aarde treden aan en de vorsten spannen samen tegen de Aanwezige en Zijn gezalfde.

Er zijn mensen die koning of president zijn, er zijn ook mensen die denken dat ze koning of president zijn… of dat ze God zijn… Op allerlei manieren wordt Gods gezag ondermijnd: door op te staan tegen Zijn oogappel Israel; door te beslissen dat er teveel mensen op aarde zijn en daar iets tegen te willen doen; door voedsel en water oneerlijk te verdelen; door bomenkap in het Amazonegebied, enzovoort.

Het woord jitjatsbhu יִתְיַצְבוּ is nauwelijks in het Nederlands te vertalen; het is een hitpa’elvorm van het werkwoord jatsabh יָצַב en dit betekent gaan staan, aantreden, standhouden. Een hitpa’elvorm is een wederkerende vorm, zoals bijvoorbeeld: zich wassen, zich aankleden enz. Maar zich aantreden of zich standhouden bestaat in het Nederlands niet. Misschien is dit het beste te vertalen met: zich op de voorgrond dringen.  

De heersers, roznim רוֹזְנִים: het werkwoord is hier razan רָזַן wat betekent commanderen, macht hebben. Koningen en machtigen staan op tegen God en Zijn gezalfde. Denk bij machtigen ook aan supperrijken.

Nosdu נוֹסְדוּ betekent: zij spannen samen, beraadslagen. Het werkwoord is jasad יָסַד en dit betekent, vreemd genoeg, grondvesten, funderen, maar ook: opwerpen. Wie opstaat tegen God, die probeert in feite te rammelen aan de grondvesten van Zijn regering; een wal op te werpen tegen Zijn heilige stad, de stad met fundamenten: Jeruzalem! We kunnen ook heden ten dage zien dat het daar altijd weer om gaat.

Waarom gaat het elke keer weer om Jeruzalem: Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid. De Aanwezige bemint de poorten Sions boven alle woningen Jacobs. Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods,’ staat er in Psalm 87 vers 1b-3.

Door de eeuwen heen hebben we steeds weer kunnen zien dat Jeruzalem, de stad Gods, altijd weer het mikpunt is geweest en ze is dan ook meermaals verwoest… Het is de strijd van de gevallen engel satan tegen God…

Mashiach מַשִׁיחַ gezalfde. Jehoshua, onze Heer is de Gezalfde, maar ook Zijn volk is Zijn gezalfde: ‘Raak Mijn gezalfden niet aan,’  1 Kronieken 16:22! En Habakuk zegt: ‘Gij trekt uit tot redding van Uw volk, tot redding van Uw gezalfde.’ Dus: de koningen en machthebbers staan op tegen God en Zijn volk en dit verklaart waarom het Joodse volk zo gehaat wordt.

Vers 3 ננתקה את-מוסרותימו ונשליכה ממנו עבתינו: nênatqah eth-mosroteimo wenashlikhah mimenu abhotéjmo. Laten we hun banden afrukken; hun touwen van ons afgooien.

Afrukken is het woord nataq נָתַק en dit betekent ook losmaken, afsnijden; de volkeren zeggen in feite: wij zoeken het zelf wel uit, we hebben het juk van Gods onderwijzing niet nodig! 

Mosroth מוֹסְרוֹת zijn boeien, banden en hebben alles te maken met tucht en opvoeding: mosár מוֹסָר. Men wil zich niet laten opvoeden en tuchtigen door God en Zijn Woord.

Aangezien God de Bijbel aan Zijn volk gegeven heeft om uit te delen, krijgt zij ook de kous op de kop. Het werkwoord waarvan de boeien, banden zijn afgeleid is het woord asar אָסַר, wat betekent binden, vastmaken, de strijd aanbinden, maar ook: Een onthoudingsgelofte afleggen en daar zit iets diepzinnigs in: wie kiest om God te dienen, onthoudt zich van allerlei wereldse zaken. Maar in plaats dat deze keuze benauwend werkt, is het juist andersom: men wordt vrij:

‘Want dit gebod dat Ik u heden opleg is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. Het is niet in de hemel, zodat gij moet zeggen: wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? En het is niet aan de overkant der zee, zodat gij zou moeten zeggen: wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? Maar dit Woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart om het te volbrengen’  Deut. 30:11-14. Mattheus 11:30b: ‘Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.’  Het wereldse juk is veel zwaarder, ook al lijkt dat niet zo misschien voor wie nog aan de buitenkant staat.

Maar de volksgeesten zien hun macht aangetast door God en doen er alles aan om de volken onder hun duim te houden. Paulus zei het destijds al zo treffend: ‘Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis deze eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht’, Efeze 6:12.

Losmaken is nashal נָשַׁל en dit kan ook betekenen: verdrijven: ‘Laat ons hun banden verdrijven,’ klinkt nog feller in feite en dat is precies wat men wil in het Midden Oosten: de Joden moeten verdreven worden en geheel het land moet ‘Judenrein’ worden. Er komt geen wereldse vrede zolang het Godsvolk nog in Israël woont: ’Weg met die Joden, weg met de herinnering aan God.’ In het woord nashal נָשַׁל zit het woord shel שֶׁל: van. De aarde is van God en al wat daarin is. Wie dit ontkent probeert Gods rechtmatige claim op de aarde los te maken. 

Abhot עֲבֹת is touw, strik; het werkwoord is abhat עָבַת wat betekent: in elkaar draaien (zoals men een touw vlecht). Woordverband is er met ba’at בָּעַת overvallen, schrik aanjagen. Voelen de volkeren zich overvallen door het juk Gods? God is dan ook een verschrikkelijke God: ‘Maar de Aanwezige is met mij als een verschrikkelijke Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben.’ Jeremia 20:11.

Vers 4 יושב בשמים ישחק אדני ילעג-למו: joshebh bashamim jischaq Adonai jilag-lamo Hij, (Die) zit in de hemelen, (glim)lacht; de Heer lacht hen uit. 

Het lijkt soms wel alsof God niet hoort en ziet wat er gaande is op de wereld, Hij zit ver weg in de hemel op Zijn troon. ‘O God, zwijg niet, houdt U niet als doof en zijt niet stil, o God.’ Psalm 83:1. Door twee keer” ‘o God,’ te zeggen, uit de Psalmist Asaf zijn wanhoop; soms lijkt de hemel wel van koper… Maar wacht maar… God lacht om de drukte van die vijanden, Hij bespot hen en lacht hen vierkant uit!

Vers 5 אז ידבר אלימו באפו ובחרונו יבהלמוaz jedaber elejmo beapo ubhacharono jebhahalemo. Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn woede en in Zijn brandende toorn; Hij zal hen verschrikken.

Toorn, woede is aph אַף en dit woord betekent ook neus; Hij zal snuiven van woede ‘Maar het zal geschieden te dien dage, ten dage als Gog tegen Israël zal aankomen, spreekt de Heere Aanwezige, dat Mijn grimmigheid in mijn neus zal opkomen.’

Gloed of brandende toorn is het woord charon חָרוֹן. Het werkwoord is charah חָרָה gloeien, branden van woede of ijver of hartstocht. In het woord charah חָרָה zit het woord har הַר, berg en de ijver Gods gaat dan ook om Zijn heilige berg: 2 Koningen 19:31: ‘Want van Jeruzalem zal het overblijfsel uitgaan en het ontkomene van de berg Sion; de ijver van de HEERE, Aanwezige der heirscharen zal dit doen.’ (Ook Jesaja 37:32).

Schrikken, opgeschrikt worden is het woord bahal בָּהַל. In het woord bahal בָּהַל zit het woord lebh לֶב hart. Wanneer men schrikt krijgt men letterlijk hartkloppingen of erger..

Vers 6, nu spreekt God Zelf: ואני נסכתי מלכי על-ציון הר-קדשי: wa’ani nasakhti malki al-Tsion har-qadshi. Maar Ik, Ik heb Mijn koning geïnstalleerd over Tsion, Mijn heilige berg.

Bedoelt God David als Zijn gezalfde koning? Of bedoelt Hij de Messias? Overigens legt God de nadruk op Zijn eigen handelen in dit vers: Ik, Ik! Hij bepaalt Wie koning is en niemand anders, ook niet de volkeren met hun koninkjes die proberen te morrelen aan Zijn grondvesten! Uit het woord nasakh נָסַך kunnen we de clou halen wie God bedoelt met de Koning, Die Hij heeft aangesteld: nasakh נָסַך betekent uitgieten, alleen in Psalm 2 staat dit woord vertaald als installeren, maar dit woord heeft te maken met het offeren van een wijnoffer. De Messias, Jehoshua, heeft Zijn bloed uitgegoten in de dood om onze zonden af te wassen, Mattheus 26:28; Lukas 22:20. De Koning die God uitgiet kan niet David zijn geweest…

De berg Mijner heiligheid, zegt God. Heiligen is apart zetten van al het andere. Is het een wonder dat er zoveel jaloezie rondom de berg Sion is? Het is Gods eigen geheiligde berg Wat zeggen de moslims: de Joden hebben in Jeruzalem niets te zoeken. De blasfemie..!!

Vers 7, hier spreekt de Messias: אספרה אל חק יהוה אמר אלי בני אתה אני היום ילדתיך: asaprah el choq JHWH amar elaj bêni atah ani hajom jelidtekhaIk vertel van het besluit/wet van de Aanwezige: ‘Mijn zoon (zijt) Gij; vandaag heb Ik U verwekt.’

Paulus verklaart om Wie dit precies gaat in Handelingen 13:32-33: ‘En wij verkondigen u de belofte die tot de vaderen geschiedt is, dat namelijk God deze vervuld heeft aan ons, hun kinderen, toen Hij Jehoshua/Jezus verwekt heeft; gelijk ook in de tweede Psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden hen Ik U verwekt.’

De Hebreeënschrijver legt dit verder uit: ‘Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd?’  Hebr. 1:5a. Choq חוֹק wet, voorschrift, regel, bepaling. In dit vers staat choq JHWH, oftewel een vaste bepaling van God. Er valt dus niet meer aan te tornen: ‘U bent Mijn zoon, heden heb Ik u verwekt.’

Choq חוֹק komt van het werkwoord chaqaq חָקַק en dit betekent uithakken, inkerven, opschrijven, vaststellen. Moshe moest de Wet letterlijk uithakken, inkerven in de twee stenen tafelen, in de keiharde steen. Gelukkig zegt God dat Hij ons een hart van vlees en bloed zal geven om daarin Zijn Wet te schrijven (Jeremia 31:33).

Vers 8 שאל ממני ואתנה גוים נחלתך ואחזתך אפסי–ארץshe’al mimeni we’etnah gojim nachalatekha wa’achuztêkha aphsej-arets. Eis van Mij en Ik zal volken geven als Uw erfdeel; de einden van de aarde in Uw bezit.

Opeisen, vragen, te leen vragen is sha’al שָׁאַל. Mooi is dat in dit woord de Godsnaam El אֶל verborgen is (afkorting van Elohim) en ook het woord שֶׁל shel, van. Hoe bijzonder is het dat de Eigenaar van de hemel en de aarde aanspoort om te eisen van Hem. Ook dit vers is aan Zijn Zoon gericht.

Is het dan toch waar wat de antisemitische posters zeggen? Proberen de Joden de wereld over te nemen? Als we deze Psalm lezen dan lijkt dat er wel op, alleen… de manier waarop is wel even anders dan hoe zo’n pamflet het doet voorkomen: God wil alle volken aan Zich, aan Zijn Zoon binden met Israël als voorbeeldvolk voor de volkeren. Zacharia 2:10-11: ‘Juich en verblijdt u, gij dochter Sions, want zie, Ik kom en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de Aanwezige. En vele heidenen zullen te dien dage de Aanwezige toegevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk wezen.’

Vers 9 תרעם בשבט ברזל ככלי יוצר תנפצם: Tero‘em bêshebhet barzel kikhli jotser tenaptsém. U zult hen breken met een staaf van ijzer; zoals aardevaatwerk van een pottenbakker zult u hen verbrijzelen.

Wat een heftig vers is dit! Wat klinkt dit liefdeloos! Hier is wat achtergrond nodig: het is een oud gebruik om bij het installeren van een nieuwe koning, potten met namen van de koningen van de buurvolken erop geschreven, stuk te slaan. Dit gebruik geeft aan dat de nieuwe koning groter en machtiger zal zijn dan de koningen in de omliggende landen.

De heersersstaf, shébhet שֵׁבֶט is een instrument dat exclusief voor een koning is bestemd; niemand anders mag zo’n scepter hanteren. In dit vers is deze scepter van ijzer gemaakt, men kan er dus een flinke klap mee uitdelen, er wordt ook werpspies, speer mee bedoeld. Denk maar aan de speer van koning Saul, waarmee hij David in een opwelling van jaloezie probeerde te doden.

Vers 10 ועתה מלכים השכילו הוסרו שפטי ארץ: we‘atah melakhim haskilu hivasru shophtei arets. En nu, koningen, wees verstandig, laat u vermanen, rechters van de aarde.

We leven nu in een bijzonder zware tijd waarin vuilspuiterij over Israël aangezien wordt voor nieuwsgeving; Israël staat hierdoor in een bijzonder kwaad daglicht. Steeds meer landen geven af op Israël waardoor we verder alleen komen te staan. Bileam zei het al: ‘Ziet, dat volk zal alleen wonen en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.’ Numeri 23:9b. We zien dit bewaarheid worden op een zeer negatieve manier. Bileams profetie is actueler dan ooit… er wordt zelfs geschermd met de term apartheid.

De demonstranten die dit roepen, hebben zelf niet in de gaten dat ze een profetie van lang geleden benoemen. Er is inderdaad apartheid, echter niet voor de mensen die zich Palestijnen noemen, maar voor de Israeli’s: zij staan apart van de andere volken.

Vers 11 עבדו את-יהוה ביראה וגילו ברעדה:

ibhdu et-JHWH bejirah wêgilu biradah.

Dient JHWH met vrees en verheug u – met beving.

Dienen, werken komt van het werkwoord abhad עָבַד. Denk maar aan de profeet Obadjah עֹבַדְיָה: dienaar van Jah, van God. Het valt helemaal niet mee om God te dienen, dat zien we al aan alles wat de profeten meemaakten: Jeremia en Ezechiël bijvoorbeeld, zij hebben geleden onder de opdrachten van God en het volk Israël lijdt ook onder het feit dat ze een bijzonder volk van God is. Jehoshua zei het al tegen Johannes en Jacobus dat zij de drinkbeker, die Hij drinkt, ook zullen drinken en dat zij gedoopt zullen worden waarmee Hij gedoopt is In Mattheus 20:22 en in Markus 10:39. In Lukas 12:50 zegt Hij: ‘Maar Ik moet met een doop gedoopt worden en hoe wordt Ik geperst, totdat het volbracht zij…’ Het moge duidelijk zijn dat Hij hier over Zijn lijdensweg spreekt, de lijdensweg die Zijn discipelen en Zijn volk ook zullen gaan. Het is niet toevallig dat Zijn beslissing om door te gaan met Zijn kruisweg in Getsemané viel; Gethsemané betekent in het Hebreeuws Gat Shemen: oliepers.

De meest opvallende tekst over dit lijden van het Godsvolk is de uitspraak van de apostel Paulus in zijn hoedanigheid als Jood: …En vervul in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukking van Christus voor Zijn lichaam, hetwelk is de gemeente.’ (Colossenzen 1:24). Was het lijden van de Messias niet genoeg!? Jazeker wel, het is volbracht, maar toch is er nog lijden voor Zijn volk om der wille van de volkeren: ‘Zo dan, de dood werkt wel in ons (als Joden), maar het leven in ulieden’ (de Korinthiers, als heidenvolk), (2 Korinthe 4:12). Romeinen 8:36: ‘Om Uwentwil worden wij de hele dag gedood; wij zijn geacht als slachtschapen.’ Het Joodse volk is dan ook in veetreinen afgevoerd naar de vernietigingskampen…

Vrees is jara’ יָרָא. De Here vrezen is heilig ontzag voor Hem hebben, dat is iets anders dan bang zijn. Degenen die Hem niet gehoorzamen hebben wél alle reden om bang voor Hem te zijn en degenen die tegen Hem en Zijn volk opkomen hebben nog meer reden tot angst. Dit zien we aan de profeet Habakuk: ‘U betrad met Uw paarden de zee, de schuimkoppen van grote wateren. Ik hoorde het en mijn buik sidderde. Bij het geluid trilden mijn lippen. Verrotting tastte mijn beenderen aan. Ik sidderde op de plaats waar ik stond. Zeker, ik zal rustig wachten op de dag van de benauwdheid, als die aanbreekt voor het volk dat ons zal aanvallen.’

Deze tekst in Habakuk zegt alles! Hij heeft God gezien in Zijn woede en het heeft hem enorm veel gedaan. Daardoor is hij gerust wanneer de vijand eraan komt; deze zal niets kunnen uitrichten tegen de overgrote macht van God. Dit is een van de meest krachtige teksten uit de Bijbel over de almacht van God.

Deze tekst uit Habakuk en Psalm 2, 69 en 83 e.a. zijn de krant van vandaag. Ja, de vijand komt eraan en menselijkerwijs ziet het er voor Israël helemaal niet goed uit, maar wij hebben God en mogen ons vasthouden aan de profeten en Psalmisten die God hebben gezien waardoor zij niet bang meer waren. Ook wij hoeven in deze tijd niet bang te zijn: God heeft nog altijd de almacht.

Wat is het trouwens een krachtige tekst hier in dit vers: dient de Here met vrees en verheug u met beving, wêgilu biradah בִּרְעָדָה  וְגִילוּ. Het lijkt zo tegenstrijdig, maar echte blijdschap, doortrokken van ontzag voor God, is het grootste levensgeluk wat een mens kan hebben.

Gil גִיל is vreugde, denk aan de naam Abigail אָבִיגַיִל: mijn vaders vreugde. Ra’ad רָעַד is beven, sidderen. Van angst of van blijdschap?

Vers 12 נשקו-בר פן-יאנף ותאבדו דרך כי-יבער כמעט אפו אשרי כל-חוסי בו:

nashqu-bar pen-je’enaph wetobhdu derekh ki-jibhar kim‘at apo ashrej kal-chosej bo

Kus (de) Zoon opdat Hij niet toornt en gij ten onder gaat op de weg wanneer Hij maar een weinig zou ontbranden. Gelukkig is degene die op Hem vertrouwt.

Kus de Zoon kan ook uitgelegd worden als: omgordt de reinheid; kussen is nashaq נָשַׁק en dat betekent ook wapenen (omgorden). Zoon, bar בּר is eigenlijk een aramisme. In het Hebreeuws betekent dit woord reinheid, zuiverheid. De Zoon is de reinheid en zuiverheid zelve. Bewaar Hem en blijf zuiver, is de boodschap, dan blijft men wandelen op de smalle weg en vergaat men niet. Maar hoe moet men de zoon of de reinheid nu kussen? ‘En ziet, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande, dat Hij in des farizeeers huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf. En staande achter Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen en ze droogde ze af met het haar van haar hoofd en kuste Zijn voeten en zalfde ze met de zalf.’ (Mattheus 26:7).

Alles in deze geschiedenis spreekt van berouw over zonden. Wie niet dat berouw opbrengt, die valt niet onder Zijn genade en komt onder Zijn toorn bij Zijn wederkomst en hierover is te lezen in Jesaja 63 waarin Hij de volken vertrapt in de perskuip van Zijn toorn.. Wat betreft die kus die ook kan betekenen: wapenen: toen Judas Jehoshua kuste, kwam men meteen te wapen om Hem in te rekenen…

‘Gelukkig zijn al degenen die op Hem vertrouwen.’ Met dit laatste vers in gedachten gaan we terug naar Habakuk: ‘Ik stond op mijn wacht en ik stelde mij op de sterkte en ik hield de wacht om te zien wat Hij in mij spreken zou…’ Stond hij op wacht om uit te kijken naar de aanstormende vijand? Nee! Gods woorden deden hem meer dan de aanstormende vijand!

David had net zo’n geloofsvertrouwen, hij kwam altijd weer uit met een opwekkende tekst om de lezer te inspireren, te troosten en tegelijk te vermanen om vooral te blijven vertrouwen op onze God, Die ons niet en nooit in de steek laat. Zo mogen wij in onze dagen ook vertrouwen op Hem, ook al ziet de toekomst er voor Israël in eerste instantie niet goed uit: Hamas heeft Israël in de tang met haar leugenpropaganda wat voetstoots geloofd wordt in de wereld, daardoor durft Israël niet door te stoten om de terreurstad onder Gazastad aan te pakken en te vernietigen; Iran heeft de massamoordenaar Ebrahim Raisi als president gekozen; de deal over het verrijken van uranium wordt weer voortgezet en verder neemt de jodenhaat in de wereld weer hand over hand toe…

Al deze dreigende dingen zijn in feite niets anders dan weeën die de komst van onze geliefde Messias aankondigen. Als we vergeten om over de weeën heen te zien naar Hem dan worden we bang, maar als we net als Habakuk op onze wachttoren staan om te zien wat Hij in ons zegt, dan hebben we weer vertrouwen.

En we mogen een voorbeeld nemen aan David, wiens vertrouwen op God zo sterk is geweest, die altijd weer met zijn zwaktes bij God schuilde… We mogen net als deze twee geloofsgiganten weten dat God voor ons blijft zorgen!