Lied van David
De Aanwezige is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
In lieflijke weiden met jong groen doet hij mij rusten, op vredige wateren leidt Hij mij.
Mijn gemoed doet Hij omkeren, in rechtvaardig spoor leidt Hij mij, antwoordende aan Zijn Naam.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad want U bent met mij. Uw stok en Uw staf, zij vertroosten mij.
U schikt een tafel voor mij tegenover het aangezicht van wie mij benauwen, U maakte mijn hoofd vet met olie, mijn beker vloeit over.
Beslist, goedheid en goedgunstigheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven en ik zal zitten in het huis van de Aanwezige in lengte van dagen.
Mizmor le David
JHWH roi, lo echsar.
Bin’oth deshe jarbitseni, al-mej menuchoth jenahaleni.
Naphshi jeshobhebh janchni bema’galej-tsedeq lema’an shemo.
Gam ki elekh begei’ tsalmavet lo-ira’ ra ki-atah imadi shibhetekha umishantekha hemah jenachamuni.
Ta’arokh lephanaj shulchan neged tsor’raj dishanta bhashemen roshi, kosi re’wajah.
Ach tobh ve chesed jirdephoeni kol jemej chajaj veshabhti bebheth-JHWH le’orekh jamim.
Uitleg מזמור, mizmor – lied, Psalm, komt van de werkwoordstam זמר zámar, en betekent: zingen, iemand bezingen, muziek maken. Zámar betekent ook: snoeien. Als we God gaan bezingen dan snoeien we de dagelijkse beslommeringen en brengen deze in perspectief in de reële aanwezigheid van God.
Voor het eerst wordt zámar gebruikt door God Zelf in Leviticus 25:3: “Zes jaren zult gij uw akker bezaaien en zes jaren uw wijngaard besnoeien (in de Statenvertaling: besnijden) en de inkomst daarvan inzamelen.”
De eerste keer waar een mens het woord zámar gebruikt is in 1 Kronieken 16:9, waar David oproept: “Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt vol lof over al Zijn wonderwerken.”
Zámar heeft woordverband met זכר zákhar, gedenken. God draagt Zijn volk op om te gedenken. Er zijn verschillende teksten over te vinden in de Bijbel en David zegt het heel duidelijk in bovenstaande tekst: “Spreekt met volle aandacht, vergeet niet één van Zijn wonderwerken, gedenk wat de Here u gedaan heeft!” Gedenken doen we onder meer door te bezingen, Psalmen zingen is Hem in het oog houden, steeds herhalen wat Zijn hand aan wonderen heeft gedaan.
Er is ook woordverband met het woord זמן zmán, tijd. Bezingen is ook het snoeien, besnijden van de tijd. Wanneer we God bezingen in ons leven dan zijn we welgelukzalig, zoals de man in psalm 1: ‘Alles gelukt.’ Er was een gemeente waar men oeverloos kon vergaderen; men werd het niet eens met elkaar. Men besloot om bij de eerstvolgende vergadering eerst een tijd van aanbidding voor God te nemen en pas daarna de vergaderpunten op tafel te leggen. De volgende vergadering liep zodoende voor het eerst als gesmeerd.
Uitleg JHWH: יהוה Deze naam is afgeleid van het werkwoord היה hájáh, geschieden, aanwezig zijn. Dit werkwoord komt 3549 maal voor in de Tenach (het Oude/Eerste Testament). God is niet een stille entiteit in ons leven, maar Hij is één en al beweging en Aanwezigheid. We hoeven niet te bidden of God aanwezig wil zijn bij die zieke of in die en die situatie: Hij is Aanwezig. Wanneer we dit echt gaan beseffen dan verandert ons gebedsleven; de vraag wordt een constatering: U Bent Aanwezig! En dan volgt als vanzelf de dankbaarheid: Dank U dat U bij die zieke aanwezig bent, dank U dat U Aanwezig bent in deze situatie.
Uitleg herder: רעי roi, betekent zowel herder als mijn herder. Opvallend is het woordverband met רע ra, slechtheid, kwaad, lelijkheid. Zei Jehoshua daarom zo specifiek tegen Zijn discipelen: “Ik ben de goede Herder?” Vergelijk met Ezechiel 34:10: “Alzo zegt de Heere HEERE (Aanwezige): Zie, Ik zál de herders en zal Mijn schapen van hun hand eisen en zal hen van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelf niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zijn.” God zet Zichzelf tegenover de slechte herders in vers 11: “Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik, Ja Ik zal naar Mijn schapen vragen en zal ze opzoeken.” In vers 23: “En Ik zal een enige Herder over hen verwekken en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn Knecht David; Die zal hen weiden en Die zal hen tot een Herder zijn.”
Uitleg lo echsar: Ik kom niet tekort, afgeleid van de werkwoordstam חסר chásér, ontbreken, te weinig of minder hebben, ontberen. God gebruikt dit woord voor het eerst in Deuteronomium 2:7b: “…deze veertig jaren is de Heere uw God met u geweest, geen ding heeft u ontbroken.” Koning Achis gebruikt dit woord voor het eerst in 1 Samuel 21:15: “Heb ik razend gebrek, dat gij dezen (David) gebracht hebt om voor mij te razen?.”
סחר Chásér heeft woordverband met חסד chesed, goedgunstigheid. David komt niets tekort omdat hij in de goedgunstigheid staat bij God.
Uitleg binot, in lieflijke weiden: de beth geeft hier aan: in. Het woord נאות n’oth is een afgeleide van het werkwoord נאה ná’áh, wat betekent: lieflijk, mooi of passend. Er is ook verband met het werkwoord נוה náváh, weiden, rustig wonen. Een ander woordverband vinden we met het woord נוח nuach, rustplaats, rust hebben; In 2 Kronieken 6:41a zegt David bij het inwijden van de tabernakel tot God: “En nu Heere God, maak U op tot Uw rust…”
Uitleg deshe, jong gras: afgeleid van het werkwoord דשא dáshá, voortbrengen, laten ontspruiten. Zoals geschreven staat in Joel 2:22: “Vreest niet, gij beesten des velds, want de weiden der woestijn zullen weer jong gras voortbengen.” Dáshá heeft woordverband met דשן dáshén, vet, sappig. De zeven vette koeien hadden waarschijnlijk volop sappig gras gegeten.
Uitleg jarbitseni, doet Hij mij rusten: Dit woord komt van het werkwoord רבץ rabhats, zich neerleggen, doorgaans van dieren. Een verwijzing naar hoe David zichzelf voorstelt als een schaap dat geweid wordt door de Herder. Dit woord heeft woordverband met het woord ברא bárá, (her)scheppen, scheiden. De hemel en de aarde zijn in zes dagen geschapen, maar op de zevende dag schiep God nog iets: rust. Er staat in Genesis 2:2 ‘Als God nu op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op de zevende dag van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had om te volmaken.’ Volgens Abraham Moshe Heschel, de beroemde Tenach-geleerde, is rust niet zomaar een interval in de tijd, maar een daadwerkelijk geschapen entiteit, waar wij rekening mee moeten houden. Rust is enorm belangrijk voor God omdat het niet een afwezigheid is van werk, maar omdat het een schepping is van Hem om van te genieten.
Hij leidt mij ‘op’ vredige water(en): hier is sprake van een aanleunvorm, oftewel een smichut. De vertalingen zeggen: aan water(en), letterlijk staat er echter: op wateren. David kan zichzelf spiegelen boven het wateroppervlak. Rust geeft automatisch bespiegeling. De beste ideeën krijgt men doorgaans in bed en in bad, daar waar de gedachten tot rust kunnen komen. מי mej, מים majim heeft woordverband met שמים shámajim, hemelen. Water valt uit de hemelen.
Uitleg menuchoth, vredige: dit woord staat hier in het meervoud, te zien aan de vrouwelijke meervoudsuitgang ות oth. Enkelvoud is het woord menucháh, rust, stilte. Dit woord zien we ook in Numeri 10:33b: ‘…en de Ark des Verbonds des Heeren reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats te speuren.’ We zien dat God echt moeite deed om rust en stilte te vinden voor Zijn kudde. Dit woord heeft woordverband met het woord מנה mánáh, deel, portie. God heeft bedoeld dat we een deel van de tijd actief aan rust en stilte besteden.
Uitleg jenahaleni, Hij leidt mij: De stam van dit woord is het werkwoord נהלn áhal, vee leiden, verzorgen, zorgzaam zijn. Hiervan afgeleid is het woord נהלל nahalol, drinkplaats voor vee. Stille wateren zijn niet alleen om te spiegelen, maar ook om uit te drinken en verkwikt te worden.
Uitleg naphshi, mijn gemoed: de stam van dit woord is het woord נפש nephesh, ziel, adem, levensadem, gevoel, gemoed, innerlijk, levend wezen, persoon.
Uitleg jeshobhébh, Hij doet omkeren: De woordstam is hier שוב shubh, omkeren, zich bekeren, opnieuw doen. Woordverband is hier met het woord שובב shobhébh, afvallig, afkerig. ”Ik zal uw afkerigheid genezen,” zegt God in Hosea 14:5. Let hier op de nadruk: Ik. God Zelf bekeert ons zodat wij ons bekeren. “Bekeer mij, dan zal ik mij bekeren,” smeekt Jeremia (31:18).
Uitleg jancheni, Hij leidt mij: de woordstam is נחה nácháh, leiden. Buiten dat dit woord verband heeft met נחם nácham, troosten, medelijden hebben, heeft het ook woordverband met het woord נחל náchal, verwerven, erven. Wanneer God Zijn volk uit Egypteland leidt, dan doet Hij dat zodat ze het land Kanaän mogen verwerven als het Beloofde Land. En in deze tijd wordt de profetie van Obadja vervuld: “Maar op de berg Sion zal ontkoming zijn en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jacobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten.” Het volk komt weer thuis.
Uitleg tsedeq bhema‘gelej, in rechtvaardig spoor: hier hebben we te maken met een aanleunvorm, een smichut, vandaar het streepje tussen de twee woorden. מעגל ma‘gál betekent spoor, maar wonderlijk genoeg ook wagenburg, legerplaats. צדק tsedeq betekent rechtvaardig. We kunnen hier net zo goed vertalen met: Hij leidt mij in de rechtvaardige legerplaats; dit geeft aan de tekst toch een heel andere lading.
Uitleg lema‘an, antwoordende aan: deze tekst wordt doorgaans vertaald met: ‘Tot eer van Zijn Naam,’ of: ‘Om Zijns Naams wil.’ De woordstam van het woord lema‘an is echter ענה ánáh, onder meer antwoorden, God beantwoordt aan Zijn goede Naam door Zijn knecht in het rechtvaardige spoor, of in de rechtvaardige legerplaats te leiden. Anáh kan ook betekenen zich inspannen. David gebruikt deze uitdrukking in Psalm 35:13: “Ik spande mijn ziel in met vasten,” ánáh nephesh. De Statenvertaling vertaalt het hier met: “Ik verootmoedigde mijn ziel met vasten…”
Uitleg shemo, Zijn Naam: De waw aan het eind van dit woord duidt op zijn, bezittelijke vorm. De woordstam is שם shém, naam, reputatie, faam. Bij de uitleg van dit woord valt de hele zin op zijn plaats: God beantwoordt aan Zijn goede reputatie door Zijn knecht in het rechtvaardige spoor, of in de rechtvaardige legerplaats te leiden. Shém heeft woordverband met שם shám, daar en met שמים shámajim, hemelen. De hemelen, dat is de plaats, daar waar de namen geschreven staan.
Uitleg gam, zelfs: dit woordje betekent ook nog: ook, trouwens, bovendien, inderdaad, zelfs, samen, bij elkaar.
Uitleg ki-elekh, al ga ik: hier hebben we weer te maken met een aanleunvorm. ki betekent al, ja, inderdaad, dan, in dat geval, maar, immers, slechts, alleen, omdat, ook, opdat, zodat, aangezien, juist omdat! We kunnen deze zin ook lezen als: ‘zelfs, ja inderdaad ga ik in een dal van diepe duisternis.’ Dit zou dan kunnen weergeven dat David zich op het moment van schrijven ook in zo’n dal bevindt.
Elekh komt van de woordstam ילך jálakh, gaan, wandelen, weggaan. Dit woord heeft verband met יכח jákhach, recht verkrijgen, voor de rechter gaan. Dezelfde David spreekt in alle oprechtheid in Psalm 141:5: “De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.” Dit is geestelijke volwassenheid. Het woord bestraffen is hier het woord jákhach.
Uitleg tsalmaveth, diepe duisternis: dit woord betekent ook schaduw des doods. De werkwoordstam is צלל tsálal, schaduw geven. Dit woord heeft woordverband met de legerplaats tsalmonáh uit Numeri 33:41.
Uitleg irá lo, ik vrees niet: lo is hier: niet. De woordstam van het woord vrezen is ירא jár’á. De betekenis is ook laven, begieten en ook schieten. Dit woord heeft verband met het woord jerusháh, bezit, erfdeel, van het werkwoord ירש jarash, verdrijven, in bezit nemen, erven. Jerushalajim is het erfdeel, het bezit van God.
Uitleg imádi: met mij, de werkwoordstam is hier het woord עמד amad, wat betekent: staan, gaan staan, aantreden, in dienst staan, stand houden. God houdt David staande, David treedt aan, staat in dienst. Uit het woord amad kan men het woord עם am halen: volk. Het is opvallend hoe profetisch de Psalmen van David zijn, ze zijn vaak Messiaans, maar zijn tegelijk volks, dat wil zeggen, hij ervaart wat het volk Israël door de geschiedenis heen heeft ervaren. Het gehele volk Israël treedt hier aan, staat ten dienste van de God van Israël.
Uitleg: Uw stok: De woordstam is שבט shabat, geschreven met een ט teth aan het eind. Dit woord betekent herdersstaf, heersersstaf, scepter, speer, werpspies. Een keur aan woorden die met heersen, met overwinnen, met oorlog en met besturen te maken hebben. God doet dit allemaal: Hij heerst, Hij is de Goede Herder, Hij houdt de Koninklijke scepter en Hij is een verschrikkelijk God, wrekende al het kwaad, gedaan aan Zijn volk. Zijn stok is bescherming voor David, maar schrik voor de vijand. Opvallend is hier het woordverband met het woord שבת shabat, nu geschreven met een ת taw aan het eind. Dit woord betekent: stoppen, staken, dit is de zevende dag, waar God speciaal over heerst, waar Hij volgens Abraham Hesschel Zijn scepter naar ons uitsteekt om ons uit te nodigen in Zijn paleis te komen.
Uitleg: Uw staf: משען mishan, staf, stut, steun. De woordstam is hier het woord: שען sha‘an, leunen, steunen. In de kerk wordt dit vers nogal eens uitgelegd als: ‘U houdt mij met Uw stok en uw staf in de pas,’ maar als we zo uit de grondtekst het begrijpen, leun ik juist op de veiligheid van uw staf en houdt de stok mijn vijanden uit de buurt. Sha‘an heeft woordverband met het woord שעה sha‘ah, uitkijken naar, letten op. God let op mijn vijanden. Hij zegt: “Zie niet angstig rond, Ik help u, ook sterk ik u, ook ondersteun ik u met Mijn heilrijke rechterhand.” Jesaja 41:10.
Uitleg vertroosten: De woordstam נחם nacham zagen we al eerder voorbijkomen, troost, met daarin het woord חן chen, genade. Dit woord heeft verband met het woord voor wreken: נקם naqam. God wreekt Zijn vijanden, zet recht wat scheef is gegaan en wist de tranen van de ogen van Zijn volk af.
Uitleg ta‘arokh: de woordstam is hier ערך arakh, ordenen, schikken, klaarleggen. Hetzelfde woord kan, iets anders beklinkerd, betekenen: wapenrusting, uitrusting. Deze tekst wordt ook weleens vertaald met: “Gij richt voor mij een dis aan,” suggererende dat er eten op tafel komt, echter, dit is niet zomaar terug te leiden naar de grondtekst. Het lijkt hier meer te maken te hebben met het schikken van een wapenuitrusting… Arakh heeft woordverband met het woord עריץ arits, heldhaftig, gewelddadig.
Uitleg lephanaj: de stam in dit woord is het woord פנים panim, aangezicht. Het woord eindigt op im, een meervoudsuitgang. Er zou eigenlijk moeten staan: aangezichten. Waarom is dat zo? Een gezicht bestaat uit vele trekkingen en bewegingen waar men allerlei uitdrukkingen kan hebben: verdrietig, boos, verontwaardigd of blij. In het Jodendom zegt men wel dat de mens zeventig gezichtsuitdrukkingen heeft, waarbij zeventig een getal van volheid is. We kunnen ons op vele manieren uitdrukken. Het woord panim is afgeleid van het woord פנה panah, trekking, beweging. Vandaar de meervoudsuitgang.
Uitleg neged, tegenover: de stam van het woord neged is het de werkwoordsstam נגד nagad, vertellen, berichten, meedelen. Wanneer een vrouw tegen haar man vertelt over wat ze heeft meegemaakt en ze merkt dat hij niet luistert dan zal ze vaak zeggen: “Ik praat tegen je!” Doorgaans staan of zitten we tegenover elkaar wanneer we met elkaar spreken. God schiep Eva als de tegenover van Adam, ze konden tegen elkaar spreken en het unieke van tegenover elkaar staan als man en vrouw is, dat de één het gevaar van achter de ander kan zien aankomen en kan waarschuwen. In het geval van David in deze Psalm is het heel duidelijk dat David tegenover de vijand de wapenrusting op tafel gelegd krijgt. Benieuwd hoe de bewegingen en trekkingen op het gezicht van de vijand zijn geweest toen dat gezien werd.
Uitleg U maakte vet met olie: dishantha komt van de werkwoordstam דשן dashan, vet zijn/ worden. De passieve vorm van dit woord is verzadigd worden. David is door de profeet Samuel tot koning gezalfd met olie. Er is geen twijfel over het koningschap van David. Vriend en vijand zal het erover eens zijn dat David door God Zelf is uitgekozen om koning te zijn, ook al zette dit misschien bij sommigen kwaad bloed. Olie is het woord שמן shemen. Woordverband is er met het woord שמים shamajim, hemelen. God in de hemelen bepaalt wie er met olie gezalfd wordt.
Uitleg mijn hoofd: de stam is ראש rosh, hoofd, som van een telling, top van een berg, bataljon, het hoogste of beste, principe. Het hoofd is het commandocentrum van ons lichaam, de plek waar de principes vandaan komen. In het Engels is het hoofd van een school de principal, hij is degene die de leidraad geeft voor de leraren en leerlingen. Zo was David als koning ook de principal, degene die de strategieën moest uitdenken, geen wonder dat het hoofd gezalfd werd. Rosh heeft woordverband met ראה ra’ah, zien, kijken, aanzien, meemaken. Woordverband is er ook met het woord שר sar, minister. Dat is ook iemand die de principes voor het volk uiteenzet. Iemand die gezien wordt, waar naar gekeken wordt of hij of zij zich wel echt gedraagt naar de principes die goed zijn voor het volk.
Uitleg mijn beker: כוסי. Kos betekent kop, drinkbeker; het is hier zinnebeeldig bedoeld. In Psalm 11:6 zien we iets soortgelijks maar dan negatief: storm drinken de geweldenaars uit de kop die God hen te drinken geeft. In het geval van David drinkt hij goedheid en mildheid uit de kop die God hem te drinken geeft.
Uitleg overvloed: רויה rewajah, overvloed, verzadiging. Er is woordverband met het woord רוחה rewachah, ademhaling, verademing, opluchting. David heeft niets te vrezen.
Uitleg akh: אך akh, beslist, echt, meteen, alleen maar, slechts. In deze Psalm kunnen we dit woord met een gerust hart uitleggen als: beslist, geen twijfel mogelijk.
Uitleg tobh: טוב tobh, goed. David gelooft beslist en met zekerheid dat Gods goedheid hem zal volgen; “Zoek eerst het koninkrijk van God en al het andere zal u toegeworpen worden” (Matteus 6:31). Dit woord heeft woordverband met het woord בטח batach, vertrouwen, vertrouwen stellen in, David mocht vertrouwen op de goedheid van God.
Uitleg chesed חסד goedgunstigheid. Dit woord betekent ook: liefde, gunst, genade, verbondstrouw, wederdienst en zelfs: schoonheid. Dit woord heeft verband met het woord chadash חדש nieuw. “Het zijn de gunstbewijzen des Heeren dat wij niet omgekomen zijn, elke morgen zijn ze weer nieuw.” Klaagliederen 3:22.
Uitleg weshabhti . ושבתי De uitleg van dit woord is tweeledig; het kan zowel naar de stam שוב shubh, omkeren als naar de stam ישב jashabh, zitten verwijzen. Vandaar dat we in de ene vertaling lezen: ‘Ik zal wederkeren naar het huis van de Heer,’ terwijl we in een andere vertaling weer lezen: ‘Ik zal zitten/verblijven in het huis van de Heer.’ Eerst kijken we naar de woordstam jashabh ישב wonen, zitten, verblijven. Zou deze tekst erop wijzen dat David zeer vaak in het Tabernakel te vinden was? Zeer waarschijnlijk wel. Gezien zijn diepe relatie met God zal het ook betekenen dat hij beloofde dat zijn liefde en vriendschap voor eeuwig voor God zouden zijn. Dan de woordstam shubh שוב : omkeren, zich bekeren, opnieuw doen. Wanneer we deze woordstam toepassen op Psalm 23 dan komt onmiddellijk de gedachte aan Psalm 32 op: “Welgelukzalig is hij wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.” Alles wijst er in deze tekst op dat David een bekering heeft meegemaakt, deze Psalm heeft hij geschreven nadat hij door de profeet op zijn zonden werd gewezen omtrent Bathseba en haar man Uria. “Ik zal wederkeren naar het huis des Heeren tot in lengte van dagen” zou in onze taal vertaald kunnen worden als: ik zal nooit meer zondigen tot in lengte van dagen, ik heb me omgekeerd naar God voor altijd. Wij kunnen daar alleen maar amen op zeggen.
(zie ook dit artikel)