Deze prachtige Psalm werd, evenals Psalm 90, geschreven door Mozes, zo wordt in het algemeen aangenomen. Een Psalm als een diamant met verschillende facetten: deze Psalm is namelijk zowel een leerrede (vers 1, 3-8, 9b-13) als een voornemen (vers 2); een gebed (vers 9 a), alsmede een profetie, waarin God Zelf plotseling het Woord neemt (vers 14-16). Door goed het Hebreeuws te bestuderen ontdekken we dat er nog veel meer moois in zit dan wat de bestaande vertalingen prijsgeven.
Vers 1.
ישב בסתר עליון בצל שדי יתלונן
joshebh beseter elion b’tsel shadai jitlonan
Die in de schuilplaats/toevlucht van de Allerhoogste is gezeten, die zal overnachten/klagen in de schaduw van de Almachtige
Meteen valt hier het woord klagen op: mitlonen מתלנן wat precies dezelfde letters heeft als mitlonan מתלנן, overnachten. In de oorspronkelijke Hebreeuwse grondtekst staan geen klinkers en dus kan er net zo goed klagen als overnachten bedoeld worden in dit vers. Er is ook verband met Psalm 4:5 waar staat: “Zijt beroerd/gekwetst maar zondigt niet; spreek in uw hart op uw leger en zijt stil.” Dit is zo’n prachtig vers: stort je klacht uit bij God op je bed en praat er vervolgens niet met anderen over, roddel niet om je gram te halen! Psalm vier is een avondlied en als we deze tekst vergelijken met vers 1 uit Psalm 91 dan zien we dat er verband is: we mogen onze klachten bij God brengen in de rust van de nacht.
Het woord toevlucht, schuilplaats is het Hebreeuwse woord seter סתר, wat verband houdt met het woord resen רסן, toom, bit en dat doet denken aan vers 9 uit Psalm 32: “Wees niet als een paard, als een muilezel welk geen verstand heeft, welks muil met breidelt met toom en bit.” Hoe kunnen we verstand krijgen? Door te schuilen bij Hem; dicht bij Hem te blijven: “De vreze des Heren is het beginsel der wijsheid.” (Psalm 111:10).
Vers 2.
אמר ליהוה מחסי ומצודתי אלהי אבטח-בו
omar leJHWH machsi umtsudati elohaj ebhtach-bo
Ik zal tot de HEERE/Aanwezige zeggen: mijn Toevlucht en mijn Burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw
Waar we in onze Bijbelvertalingen het woord HEERE, of HERE met grote letters zien staan, weten we dat er in de grondtekst de naam JHWH יהוה staat. Deze naam is afgeleid van het werkwoord hajah היה, wat betekent geschieden, aanwezig zijn. Vandaar dat wij Zijn Naam vertalen met Aanwezige.
Het woord voor toevlucht is hier het Hebreeuwse woord machseh מחסה, wat verband houdt met het woord chasid חסיד, vertrouweling, gunsteling van de Heere. Het woord voor burcht is hier het Hebreeuwse woord metsudah מצודה, wat ook vangnet betekent en afgeleid is van het werkwoord tsud צוד, jagen, van voedsel voorzien. De kasteelheer zelf gaat doorgaans uit jagen en neemt voedsel mee voor de bewoners van de burcht. Wat een prachtig beeld van God, de Kasteelheer, Die Zelf voor Zijn gunstelingen zorgt!
Vers 3.
כי הוא יצילך מפח יקוש מדבר הוות
ki hu jatsilkha mipach jaqush midebher hawoth
Want Hij zal u redden van de strik des vogelvangers, van de zeer verderfelijke pest
Inderdaad heeft Hij door de eeuwen heen Zijn volk gered van de pest. Hoe? Door Zijn wetten te geven op de berg Sinaï. Hij gebood het volk in Leviticus om zichzelf meermaals per week te wassen en omdat men dat ook nog eeuwen later deed in tijden dat de pest rondwaarde, zijn velen gespaard gebleven van deze afschuwelijke ziekte. Wat echter wel heel zuur is, is dat men juist de Joden in de diaspora de schuld gaf van het overbrengen van de pest omdat zij degenen waren die het meestal niet kregen en de rest van de bevolking wel.
Vers 4.
באברתו יסך לך ותחת-כנפיו תחסה צנה וסחרה אמתו
bêébhráto jasekh lakh wêtachat-knápháw techseh tsinah wêsocherah ’amito
Hij zal u omheinen met Zijn vlerken en onder Zijn vleugels zult gij schuilen. Zijn waarheid/trouw is een schild/koelte en bolwerk
Het woord voor vlerk is het Hebreeuwse woord ’ebher אבר, wat ook te vinden is in Jesaja 40:31, waar staat: ‘Maar die de HEERE (Aanwezige) verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vlerken als van arenden…’
Het is opvallend dat het Hebreeuwse woord voor schild, tsinah צנה, ook te vertalen is met het woord koelte. Koelte is dus zoals een schild, een bescherming; de koelte van de nacht, waarin we mogen schuilen en zelfs klagen in Zijn burcht, is een bescherming tegen de hitte van overdag. Zomerdagen duren in Israël veel minder lang dan in Nederland en wij hebben dat leren waarderen, want als de hitte van de zon tot tien uur in de avond door zou gaan, dan zouden we het veel moeilijker volhouden, het is soelaas als de zon onder mag gaan en we de koelte van de nacht mogen verwelkomen.
Het woord omheinen is in het Hebreeuws het woord jasekh יסך wat afgeleid is van het werkwoord jasakh יסך, wat olie uitgieten, zalven betekent. Wat een prachtig woordverband vinden we hier! Wie in Zijn schuilplaats schuilt, mag zich gezalfd weten met olie. Het doet denken aan Psalm 133:2 waar gesproken wordt over het samenzijn als broeders: ‘Het is als kostelijke olie op het hoofd, neerdalende op de baard, de baard van Aaron, die neerdaalt op de zoom van zijn klederen.’ Twee opmerkingen over dit woordverband: In de schuilplaats van de Allerhoogste zit je dus niet alleen, maar met broeders (en zustersϑ) en ook vervult men daar (al klagende, zoals Jeremiah?) een priestertaak, zoals Aaron, die gezalfd was tot priester. Er komt meer bij kijken dan maar een beetje zitten onder Zijn vlerken.
Vers 5.
לא-תירה מפחד לילה מחץ יעוף יומם
lo-tirah mipachad lajlah méchéts ja‘uph jomám
Gij zult niet bang zijn voor de schrik van de nacht, voor de pijl die des daags vliegt
Dag en nacht worden genoemd in dit vers, elk met haar eigen kwaad. Het werkwoord jara’ ירא is het woord voor vrezen/bang zijn, hetzelfde woord als wat voorkomt in Psalm 23:24, waar staat: “Gij die de HEERE vreest, prijst Hem, al gij zaad Jacobs…” Vrezen kan ook ontzag hebben betekenen. Ontzag hebben voor God moet, ontzag hebben voor wat ons allemaal kan overkomen in de nacht, is niet nodig.
Vrees niet voor de schrik pachad פחד van de nacht, staat er. De nacht is op zichzelf al een schrik in deze Psalm, want verder staat er in dit vers niets bij wat er dan zo’n schrik aanjaagt in de nacht. Pachad פחד is een afgeleide van het Hebreeuwse werkwoord páchad פחד: vrezen, beven van angst, opschrikken. Er is een opmerkelijk woordverband met het woord pach פח: strik, klapnet, wat al eerder genoemd is in vers 3. Nog een woordverband is er met het woord pachath פחת kuil en dan zien we in Jeremia 48:3 ineens een woordspeling met deze woorden : פחד ופחת ופח pachad vapachath vapach: ‘Schrik, kuil en strik!’ Zoals men in het Nederlands bijvoorbeeld zou zeggen: ‘Voor galg en rad!’
Vers 6.
מדבר באפל יהלך מקטב ישוד צהרים
midebher ba’ophel jahalokh miqetebh jashud tsoharajim
Voor pest die gaat in het donker, voor verderf die verwoest op de middag
Opnieuw worden hier dag en nacht genoemd, of in ieder geval: donker en middag. Het gaat hier ook opnieuw, zoals in vers 3, over de pest, waarvan nu specifiek wordt gezegd dat deze in het donker rondwaart. Zodra het donker wordt, worden de ratten actief, schuw als ze zijn voor licht en menselijke beweging. Niet de ratten zelf brengen de pest over, maar de luizen die ze vaak bij zich hebben zijn de boosdoeners… Het woord voor donker is hier het woord ’ophel אפל. Opvallend is dat hier de verkorte Godsnaam El אל in te vinden is, van de Godsnaam Elohim אלהים. In Hem (Hij) is in het geheel geen duisternis (1 Joh. 1:5), maar Hij hanteert het wel. Een ander woordverband met het woord ’ophel אפל is het woord lapid לפיד, toorts, fakkel, bliksemstraal. Hij kan het duister oplichten met Zijn pijlen, Zijn bliksemstralen.
Dan over het verderf dat op de middag toeslaat: het Hebreeuwse woord voor verderf, pest, besmettelijke ziekte of verwoestende storm is het woord qetebhקטב . Van dit woord wordt gezegd dat het op de middag, tsohorajim צהרים toeslaat. In dit woord zit het binnenwoord tsarah צרה verborgen: benauwdheid, nood.
Vers 7.
יפל מצדך אלף ורבבה מימינך אליך לא יגש
jipol mitsid’kha eleph urbhabha miminekhá ’élekha lo jigash
Al vallen aan je zijde duizend, tienduizend/grote menigte aan uw rechterhand, het nadert u niet
De uitdrukking: een grote menigte spreekt men in het Hebreeuws vaak uit als tienduizend. In werkelijkheid kan het dus nog een veel groter getal zijn. Het werkwoord voor vallen, naphal נפל heeft woordverband met het Hebreeuwse woord niphlaנפלא , wat wonder betekent. Het is toch ook een wonder dat het kleine volkje Israël, aan wie deze Psalm is gericht nog steeds overeind staat, terwijl vele volken die haar naar het leven stonden allang zijn gevallen en verdwenen. Het woord voor naderen/aantreden is het werkwoord nagash נגש wat woordverband heeft met het woord voor slang: nachashנחש , welke sluipend kan naderen, onder het gras door zodat men hem te laat ziet. Maar Moshe/Mozes zegt in dit vers dat men niet bang hoeft te zijn, want het zal níet naderen.
Vers 8.
רק בעיניך תביט ושלמת רשעים תראה
raq bê‘éjnekha tabit wêshilumath rêsháim tir’eh
Alleen met uw oog, u zult uw oog opslaan/ zult spieden en u zult zien de vergelding aan de goddelozen/schuldigen/slechten
Heel specifiek legt Mozes uit dat het slechts met het oog gezien wordt, men moet het oog opslaan, moet spieden naar de vergelding van de slechten, alsof men het niet zou zien als men er geen moeite voor doet. Waar eerder in deze Psalm alleen over ziekte en verderf wordt gesproken, zijn nu de goddelozen aan de beurt. Het woord voor vergelding komt van het werkwoord shalam שלם, betalen/vergelden (ver-geld-en). Shalam betekent ook heel zijn, gezond zijn, af zijn, waarvan natuurlijk het woord shalom שלום is afgeleid: vrede. Er is pas vrede wanneer er herstelbetaling/vergelding heeft plaatsgevonden. Een goddeloze/slechte/schuldige is een resha‘רשע , van het werkwoord rasháרשע , slecht, onrechtvaardig, goddeloos zijn. Het is niet dat God niet bij die persoon is, maar juist andersom: de persoon is niet bij God.
Vers 9.
כי-אתה יהוה מחסי עליון שמת מעונך
ki ’atáh JHWH machsi eljon samta mê‘onekha
Want U, Aanwezige (JHWH) bent mijn schuilplaats/toevluchtsoord, u hebt de Allerhoogste als uw woning
Waar deze zin begint met een gebed: “Want U, Aanwezige, bent mijn schuilplaats,” gaat het over in opnieuw een lering aan de luisteraar: “Hij, de Allerhoogste, is uw woning.” De titel Allerhoogste is het Hebreeuwse woord ‘Eljon עליון , wat afgeleid is van het Hebreeuwse werkwoord ‘alah, עלה wat opgaan, omhoog reizen betekent. Het is toch geweldig om diep tot ons door te laten dringen dat God Zelf onze woning wil zijn… Het woord voor woning is hier het Hebreeuwse woord ma‘on מעון. Dit woord heeft woordverband met het woord ajin עין, oog. Hij zegt in Psalm 32:8: Mijn oog is op u!”
Vers 10.
לא-תאנה אליך רעה ונגע לא-יקרב באהלך
lo-tê’uneh ’élekha rá‘áh wênega lo-jiqrabh bê’ohalekha
U zal geen kwaad overkomen en geen slag zal uw tent naderen
In de praktijk zien we helaas wat anders… “Talrijk zijn de rampen der rechtvaardige,” zegt David in Psalm 34:20. Dit komt realistischer over, “maar,” zegt hij verder: “uit die alle redt hem de Aanwezige.” Het woord overkomen, gebeuren is het Hebreeuwse werkwoord ’anahאנה . Dit woord heeft woordverband met het woord ’anushאנוש , wat zwaar/ongeneeslijk ziek betekent. Een ander woordverband is met het woord ’enoshאנוש , de mens/mensheid. Helaas sterven er wél oprechte gelovigen aan ziekten, het blijft degenen die een diepe relatie met hun Maker hebben niet bespaard, moeilijk te plaatsen hoor, dit vers…
Vers 11.
כי מלאכיו יצוה-לך לשמרך בכל-דרכך
ki mal’ákháv jêtsaweh-lákh lishmarkha bêkol-drakhekha
Want zijn engel/bode/boodschapper zal Hij aan u gebieden, u bewaren op al uw wegen
Vraagt men eens rond of men weleens een engel gezien heeft, dan valt het op dat verrassend veel mensen zoiets inderdaad hebben ervaren, sommigen zagen hem met eigen ogen, maar men hoort ook nogal eens dat anderen een engel gezien hebben in de aanwezigheid van iemand die in gevaar was, zoals bij het meisje dat in de avond naar huis liep en een groep dronken kerels voor zich kreeg. Ze deden haar niets en de volgende dag vroeg iemand haar wie die grote man was geweest die naast haar had gelopen… Hij bleek de reden te zijn waarom de kerels haar niets hadden aangedaan, alhoewel het meisje zelf niets van zijn aanwezigheid ervaren had. Wonderlijk…
Het woord voor bewaren is het Hebreeuwse woord shamarשמר . Volgens taalkundigen is het Japanse woord samurai afkomstig van dit Hebreeuwse woord en ook het Nederlandse woord smeris. Een samurai is een Japanse bewaarder van de orde. In dit vers fungeert de engel als de shomerשומר , de bewaarder.
Vers 12.
על-כפים ישאונך פן-תגף באבן רגלך
al-kápáim jis’á unêkha pen-tigoph ba’ebhen raglekha
Op handen dragen zij u, opdat uw voet niet op steen stoot
De spreuk: ‘Op handen gedragen worden’ komt dus uit dit vers in de Bijbel. Overigens staat hier niet het woord jadajim ידים voor handen, maar een ander woord: kaphajim כפים. Dat zijn ook handen, maar doende handen terwijl jadajim ידים handen zijn om mee te zegenen en te loven. De engelen zijn dus doende om die mens te beschermen, die serieus met God bezig is. Kaphajim כפים heeft verband met het werkwoord kaphal כפל verdubbelen, dubbelvouwen, in gebed vouwen we vaak de handen om niet te gaan zitten friemelen en daardoor afgeleid te worden. Maar ook de engelen kunnen de handen samenvouwen om meer kracht te hebben om de mens te dragen. Een ander prachtig woordverband is er met het woord kaphah כפה tot bedaren brengen, vaak doen we dat door de hand even op de schouder van de ander te leggen, een verdrietig kind dat pijn heeft, zal doorgaans tot bedaren komen als het door een liefhebbende hand over het hoofd wordt geaaid.
Het woord voor steen, rots in dit vers is het Hebreeuwse woord ebhenאבן . Binnenwoorden in dit woord zijn de woorden abh אב vader en ben, בן zoon. In de Alephcursus onderwijzen we dat wanneer de overdracht van kennis en tradities van vader op zoon kan doorgegeven worden, daar is dit een rots in de samenleving en we zien vandaag de dag dat dit aan het verbrokkelen is. Zonen luisteren dikwijls niet meer naar de vaders, hun raad heeft afgedaan: abhedán אבדן (let hier op het subtiele klankverband met het Nederlandse woord afgedaan), is ten verderve gegaan in veel gevallen.
Vers 13.
על-שחל ופתן תדרך תרמס כפיר ותנין
al-shachal bhapheten tidrokh tirmos kêphir wêtanin
Op leeuw, gifslang/adder treedt u, u vertrapt jonge leeuw en slang/monster
Het woord voor gifslang/adder is het Hebreeuwse woord petenפתן , wat woordverband heeft met het woord patal פתל , in elkaar gedraaid, arglistig zijn, precies de kenmerken van de slang zoals we die uit de Bijbel kennen, we zien het al bij Eva, die als een patahפתה , een onnozele, gemakkelijk te misleiden vrouw viel voor de praatjes van dit in elkaar gedraaide onderkruipsel…
Het woord voor jonge leeuw is het Hebreeuwse woord kphir. כפיר Dit woord voor jonge leeuw is volgens het Bijbelse woordenboek van Peter Broers het beeld van moed en kracht en zou, als we het zo kunnen beschouwen, ook kunnen staan voor een mens van moed en kracht. Het woord heeft verband met het woord dat we al eerder behandelden: kaphaph, כפף buigen, neerdrukken. Als moed en kracht niet buigen onder de kaph כף de hand van God, dan leiden ze snel tot onbezonnenheid. Onbezonnenheid moet weer verzoend, bedenkt worden: kaphar .כפר Denk maar aan Jom Kipur, de Grote Verzoendag, letterlijk: de Dag van de Bedekking.
Vers 14.
כי בי חשק ואפלטהו אשגבהו כי-ידע שמי
ki bhi cháshaq wa’aphaltéhu ‘asagbhéhu ki-jáda‘ shêmi
Want in/met Mij heeft hij Zich in liefde verbonden en Ik zal hem in veiligheid brengen, Ik zal hem redden want hij heeft Mijn Naam bekend
Wat een prachtig vers! Plotseling spreekt God Zelf hier in lyrische taal, dit vers spreekt zeer intieme, liefdevolle taal, geeft een liefdevolle hartsrelatie tussen God en mens weer. Het woordje bi betekent zowel in/met Mij als dat het simpel betekent: o. Dit vers is dus ook te lezen als : ”O, hij heeft zich in liefde verbonden..” Juist uit dat woordje o spreekt zo’n hartstocht! Het woord voor zich verbinden in liefde is het Hebreeuwse woord chashaqחשק . Dit woord heeft woordverband met het woord voor spaak van een wiel: chishuqחשק . Onlosmakelijk zit de spaak vast aan de naaf, de chishurחשר , toch typisch dat deze woordverbanden zoveel over deze verbinding zeggen: het is de bedoeling dat het allemaal aan elkaar vastzit, er is geen toeval bij! Zo is het ook bedoeld dat de mens onlosmakelijk aan God vastzit, in liefde verbonden is in/met Hem.
Palat פלט is het Hebreeuwse werkwoord voor in veiligheid brengen. Daarvan is het woord vluchteling afgeleid: Paletפלט . Bij Hem mag de vluchteling schuilen. Het woord voor redden is het Hebreeuwse werkwoord sagabh שגב en dit woord betekent ook: onbereikbaar hoog zijn, veilig zijn. We zien het voor ons: hoog in het arendsnest, veilig onder Zijn vleugels. Sagabh heeft woordverband met het woord saga‘ שגע wat betekent: genoeg hebben, verzadigd zijn, zoals in Psalm 81:17 geschreven staat dat God ons wil verzadigen met honing uit de rots.
Het woord bekennen is het Hebreeuwse werkwoord jáda ידע wat gebruikt wordt in Genesis, waar Adam Eva bekende, intiem seksueel contact met haar had. Bekennen, jáda ידע is veel meer dan gewoon weten, het is intiem en diep relatie beleven, hetzelfde woord staat geschreven in Hosea 4:6 waarin God zegt: “Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis.” Het is niet mis, wat daar staat! Naar de samenkomst/kehilah gaan is niet genoeg, Hij wil diep en intiem gekend worden door de mens. Deze tekst is werkelijk een appél aan ons hart. Als we zo deze woorden ontleed hebben, dan begrijpen we waarom God zo lyrisch spreekt in dit vers want Hij beaamt hier dat dit ook werkelijk gebeurt, werkelijk: de gelovige mens heeft zich in liefde in/met Hem verbonden.
Vers 15.
יקראני ואענהו עמו-אנכי בצרה אחלצהו ואכבדהו
jiqra’eni wê’e‘enéhu imo-’anokhi bêtsáráh ’achaltséhu wa’akhabêdénu
Hij zal Mij aanroepen en Ik zal antwoorden/moeite doen; in nood/benauwdheid ben Ik met hem; Ik rust hem toe/ruk hem los/bevrijd hem en Ik breng hem tot eer
Wat een krachtige belofte doet Hij hier! Het woord voor antwoorden is het Hebreeuwse werkwoord ánáhענה , wat ook betekent: moeite doen, gebukt gaan. God doet moeite voor degenen die Hem werkelijk liefhebben, uit alles in dit en het vorige vers blijkt dat Hij zo graag wil dat we bij Hem schuilen, het doet ons goed, maar Hem ook. We hoeven er niets voor te presteren, alleen maar te schuilen, wat een andere boodschap is dit dan wat we tegenwoordig in onze Westerse beschaving te horen krijgen: carrière maken, presteren, met of zonder ellebogenwerk…
Nood of benauwdheid is het Hebreeuwse woord tsar. צר Egypte is Mitsrajim מצרים waarin ook het woord tsar. In Egypte had het volk het benauwd en werd het bijna uitgeroeid. Van tsar stammen ook mogelijk woorden af zoals caesar en tsaar: leiders die het volk begeleiden maar ook met name benauwen….
Het blijkt in dit vers duidelijk waaruít God Zijn volk bevrijd heeft. Mooi is ook de betekenis van het Hebreeuwse werkwoord chálatsחלץ : toerusten, losrukken, redden, bevrijden. Vooral het woord toerusten in dit rijtje lijkt een beetje een vreemde eend in de bijt: gered of bevrijd worden zijn passief: het overkomt je, terwijl toerusten juist om een actieve houding van de geredde persoon vraagt: volwassen worden hoort ook bij schuilen bij Hem. Het woord chelets חלץ is het woord voor lendenen, beeld van mannelijk kracht. Geen spierkracht, maar het vermogen om voort te planten zijn de middelen van God om de mens toe te rusten. Zoals in Genesis 35:11 de belofte: “Koningen zullen uit u voortkomen.”
Kabhed כבד is het werkwoord voor eer, zwaar/ernstig zijn, aanzien hebben. “Veinzend zullen zij (de volkeren) u hulde brengen,” zegt God tegen Zijn volk in Openbaringen 3. Die tijd is nabij.
Vers 16.
ארך ימים אשביעהו ואראהו בישועתי
’orekh jámim ’asbijéhu wê’ar’éhu bishuáti.
Ik verzadig hem met lengte van dagen en Ik zal hem doen zien door mijn redding
Hier staat iets wonderlijks wat op het eerste gezicht niet opvalt. Alle vertalingen zeggen dat God ‘hem zijn bevrijding doet zien.’ Heel mooi. Maar wat staat er echt? God laat hem door zijn bevrijding zien, alsof de geredde persoon naar het leven kijkt door de bril van Gods bevrijding en vaak ervaart de gelovige mens dit ook: bij moeilijkheden in het leven, weten we wél dat we gered zijn en kunnen door die redding heen de moeilijke situatie veel beter het hoofd bieden.
Het woord voor lengte is het Hebreeuwse woord orekhארך; ; de vrouwelijke vorm van dit woord is het woord árukah ארכה wat betekent: herstel, zoals in Jesaja 58:8b: “… uw herstel zal spoedig uitspruiten.” Dit past helemaal bij de strekking van deze Psalm.
Het woord voor redding/bevrijding is het Hebreeuwse woord jeshuah ישועה wat afgeleid is van het werkwoord jáshá ישע , redden, helpen, doen overwinnen en waarvan ook de naam Jehoshua יהושע van afgeleid is, Degene Die Jezus genoemd wordt in onze vertalingen, onze Messias, Die Jozua heet. Hier ook weer dat tweeledige: zowel het redden alsook het toerusten om te doen overwinnen. De overwinning is in Hem Zelf. Wat een prachtig besluit van een prachtige Psalm!