Het grote feest Sukoth heeft net zoals vele van de Bijbelse feesten, een dubbele bodem: het feest wortelt zowel in de geschiedenis als in de schepping. Enerzijds viert men het einde van de oogst, vooral van de wijnoogst: Sukoth is één grote dankdag-dankweek voor het gewas. En anderzijds gedenkt men de Intocht in het Beloofde land, het einde van de Uittocht en de Doortocht, de barre woestijntocht, waar men in noodwoningen moest huizen, in tenten en hutten.
Er zijn een paar duidelijke voorschriften, door God Zelf gegeven voor de viering van Sukoth, door middel waarvan ‘spelenderwijs’ de geschiedenis herbeleefd wordt. Iedere familie moet een hut bouwen, een woestijnhut met een open dak, zodat men de sterren kan zien en… waardoor soms de regen op je etensbord kan vallen… Het tweede voorschrift heeft betrekking op de schepping: men moet van takken en twijgjes van bomen uit het Beloofde land een plantenbundel (de zgn. ‘lulav’*) maken en die samenvoegen met een eerstelingsvrucht (ethrog, een citrusachtige vrucht of eventueel een granaatappel) als een soort feestvaandel om mee te zwaaien.
Waarom vieren christenen geen Loofhuttenfeest?
Vanaf de eerste eeuwen is het Evangelie sterk vergriekst, eenzijdig vergeestelijkt. Het doel van Jehoshua/Jezus’ komst op aarde zou zijn om onze ziel een plaats te bereiden in de hemel, nadat deze bevrijd is uit het krachtenveld van de boze, van zonde en schuld. Het Loofhuttenfeest zou een feest zijn voor de toekomst en daarom hoeft het door kerkgangers niet gevierd te worden. Maar Bijbels gezien betekent Zijn komst ook, vooral ook, herstel van Gods plan met deze aarde. Bij Jehoshua’s/Jezus’ geboorte zongen de engelen immers: vrede op aarde, en Hij is uit de aarde opgestaan. Onze aarde heeft dus toekomst!
Dat aardse element zien we terug in de Bijbelse feesten (Gods Feesten, Lev. 23:2). Het Bijbelse Pesach meevieren op de 14e van de eerste Bijbelse maand (Aviv) betekent: gedenken hoe God Zijn volk bevrijd heeft uit de aardse ellende van de Egyptische verdrukking. En het Pinkster-Wekenfeest (Shavuoth, zeven weken na de eerste ‘zondag’ in de Pesachweek) meevieren wil zeggen: oog krijgen voor de actuele betekenis van de Mozaïsche Torah, voor de herordening van ons leven en samenleven, hier en nu. Dat betekent voor deze aarde een andere tijdsorde (sabbat, feesttijden e.a.) en een andere ordening van ons bezit (eerstelingen, tienden, schulden kwijtschelden enz.). Het Sukothfeest onderstreept dit nog eens. Want Sukoth is wel het meest aardse feest: men gedenkt de intocht in het aardse Kanaän en men viert het einde van de aardse oogst, van de zeven aardse vruchten, waarvan brood en wijn de voornaamste zijn (Deut. 8: 8). En als we daarvan dan gegeten hebben… dan volgt de dankzegging in Deut. 8:10: “Als we dan naar genoegen gegeten hebben, dank dan Adonai voor het goede land dat Hij u heeft gegeven. Geprezen zijt Gij, Adonai, voor het land en voor het voedsel.”
Zie ook hier de zegen na de maaltijd in het Hebreeuws. Deze berecha/zegen komt voor in het Birkat Hamazon, ברכת המזון de dankzegging, zoals die dagelijks na iedere maaltijd met brood wordt gezongen of gezegd.