Vele Joden en niet-Joden gaan rond de tijd van Sukoth naar Israël. Dit n.a.v. Leviticus 23 ויקרא waarin de God van Israel specifieke tijden מועדים vastlegt die door de Bnei Yisrael (de kinderen van Israel) gevierd moeten worden, tot in eeuwigheid.
Drie van de zeven ‘Feesten des Heeren’ zijn Pelgrimsfeesten, opgangfeesten, aliyahfeesten עליה, waarbij men optrok naar Jeruzalem .ירושלים
Pesach פסח (Pasen), Shawu`oth שבעות (Pinksteren) zijn door de Kerk deels meegenomen in kerkelijke vieringen, maar opvallend genoeg is van het derde aliyahfeest, Sukoth (Loofhuttenfeest), een wel heel grote afstand genomen.
Pasen en Pinksteren herinneren nog enigszins aan Pesach en Shawu`oth, maar zijn bewust op een andere datum gezet zodat ze nooit kunnen samen vallen met die van het gehate Joodse volk: “Wij moeten dus niets gemeen hebben met het gehate volk van de Joden! Want onze Verlosser heeft ons een andere weg gewezen” (Keizer Constantijn, concilie van Nicea in 325).
Sukoth סכות is finaal weg uit de kerkelijke kalender (hoewel… de jaarlijkse dankdag voor het gewas in november doet deels denken aan het oogstfeest tijdens Sukoth). De reden is wellicht dat dit Bijbelse, aards getinte feest ter herinnering aan de Intocht in het Beloofde Land indertijd niet goed paste bij de Griekse vergeestelijking van de Bijbel. En nog steeds is het thema van Sukoth – Israël, het Joodse volk is terug in het Beloofde Land, in hun Thuisland, na eeuwen van verdrukking – een irritant thema, dat niet past in kerkelijke prediking en vieringen. Men viert liever met de heidenen het feest van de Zonnewende, het zogenaamde Kerstfeest, dan met de Joden het Sukothfeest te vieren.
Intussen staat nog wel de hoopvolle profetie van Zacharia זכריה overeind, dat in de toekomst Israëls vijanden zullen optrekken naar Jeruzalem om daar met het Joodse volk Sukoth te vieren. Zelfs zullen er strenge sancties op staan, want bij de volken die niet meedoen aan dit aards getinte feest zal de aarde uitdrogen, zullen de graanakkers en wijngaarden verdorren tot steppen en woestijnen omdat bij hen geen regen meer valt. ‘Dit zal de straf zijn van de Egyptenaren en van alle volken die niet optrekken om Sukoth te vieren’ (Zacharia 14: 16-19).
Nabij, profeteert Obadja עבדיה, nabij is de dag des Heren יום – יהוה over alle volken גוים; zoals gij gedaan hebt zal u gedaan worden, maar, vervolgt hij: op de berg Tsion zal er ontkoming פלט zijn. ‘Oleh’ voor het Aliyah עליה feest Sukoth !סכות