Hebreeuws is een speelse taal, bijzonder speels zelfs met tal van betekenisvolle woordverbanden. Maar ook onze eigen taal is soms een beetje speels. Een sprekend voorbeeld daarvan zijn de woorden streven en sterven. Twee woorden gevormd door precies dezelfde letters, maar die onderling in betekenis totaal tegengesteld zijn. Streven is het kernwoord van het oude humanisme en de moderne spirituele religie: de ware, volwassen mens streeft naar zelfontplooiing, zelfverwerkelijking en zelfhandhaving. Sterven is het kernwoord van het Bijbels Evangelie: sterven als een graankorrel om op te staan in nieuw Leven. In het woord ‘streven’ schuilen de woorden ‘beven’ én ‘even’: zelfontplooiing en zelfhandhaving gaan meestal gepaard met met stress en faalangst. Een leven vol streven heeft bovendien geen echte toekomst: ons leven is maar ‘even’. Het woord sterven daarentegen hangt wel samen met ‘scherven’ en ‘derven’ – sterven maakt veel stuk en betekent een groot gemis – maar in ‘sterven’ schuilt ook het woord ‘erven’: sterven is eeuwig Leven erven, een leven dat hier en nu al begint.