De Hebreeuwse Beweging* die een terugkeer-beweging is naar de Hebreeuws Bijbelse Bron ontstond rond het begin van de 20e eeuw, ongeveer gelijktijdig met de Terugkeerbeweging van het Joodse volk naar het Beloofde Land (1e Zionistisch Congres in 1898) en merkwaardigerwijs ook ongeveer gelijktijdig met de opkomst van de Pinksterbeweging (Azusa, USA, 1906). Een belangrijk historisch moment in deze Beweging is de Joodse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel uit het Duits (‘Verdeutschung’) door twee Joodse deskundigen: Martin Buber en Franz Rozenzweig, beiden betrokken bij het Frankfurter Lehrhaus. Deze indrukwekkende, verfrissende vertaling verscheen enkele jaren vóór de opkomst van Nazi-Duitsland. De na-oorlogse start van Hebreeuwse Leerhuizen, met name in Nederland, waaronder Studiehuis Reshiet met de Alephcursus, is een belangrijke factor in de ontwikkeling van de Hebreeuwse Beweging.
* De Beweging kent globaal genomen een rechtzinnige of orthodoxe en een vrijzinnige of liberale stroming. De onderstaande kenmerken betreffen de eerstgenoemde, orthodoxe variant, waarbij de Hebreeuwse Bijbel geldt als het Unieke Woord van Israëls God en de Bijbelse geschiedenis niet vervluchtigd, niet vergeestelijkt wordt tot een complex van leerzame levenslessen, waarbij Israël slechts een ‘notie’ is en geen ‘natie’. ‘Orthodox betekent ook dat de Bijbelse Beloften geen mooie ideeën zijn die gelden voor elk volk of voor ieder mens, maar dat ze exclusief zijn voor deze concrete natie, het Joodse volk, beloften die houdbaar blijken tot op vandaag.
1. Typisch Nederlands
Er is geen land met verhoudingsgewijs zoveel Hebreeuwse leerhuizen als in ons land. Nederland als volksgemeenschap heeft op het punt van de Hebreeuwse Beweging in feite al een lange traditie. Het was het eerste land waar op initiatief van de Staten Generaal (van regeringswege dus) de Hebreeuwse Bijbel in het Nederlands is vertaald, terwijl ook bij niet-theologisch geschoolde gemeenteleden er veel interesse bestond voor de Hebreeuwse taal; het verhaal gaat dat sommige gemeenteleden in Middelburg met de Hebreeuwse Bijbel onder de arm ter kerke gingen.
2. Gericht op Tsion
De Hebreeuwse Beweging is niet oecumenisch, niet internationaal, ook niet katholiek, gericht op Rome, maar is onlosmakelijk gekoppeld aan Tsion. Dat wil zeggen: de Beweging is gekoppeld aan het Joodse volk dat de Hebreeuwse Bijbel voor ons heeft bewaard en dat sinds 1948 weer terug is in het Beloofde Land met Tsion in het centrum. In Tsion, de Plek die God voor ZichZelf gereserveerd heeft als ‘Woning’ en ‘Rustplaats’ op aarde en waar Hij Zijn volk ‘geplant’ heeft (Exodus 15:17; Ps.132:13,14) ligt de toekomst van de volkerenwereld, van de hele mensheid (Micha 4:1-4, Jesaja 2:1-4).
3. OT en NT zijn volstrekt één
Kenmerkend voor de Hebreeuwse Beweging zijn drie ‘éénheden’, met voorop de eenheid tussen Tenach en Evangelie, tussen OT. en NT. In beide gaat het om hetzelfde drieledige Evangelie: 1. God vergeeft, Hij neemt onze zonden op Zich en draagt ze weg als het offerlam op Jom Kipur (Leviticus 16:21, Psalm 32:5, Johannes 1:29), 2. God vernieuwt ons menszijn van binnenuit door Zijn Geest (Psalm 51: 12,13, Galaten 6:22) en 3. Hij opent perspectief op vrede en welzijn voor alle volken, met Tsion in het centrum (Micha 4:1-4, e.a. Lukas 2:14).
4. Israëls God en Jêhoshua` zijn volstrekt één
Jêhoshua` is geen nieuw verschijnsel, maar een unieke vervolgverschijning van Israëls God. Hij Die, aan Mozes verscheen bij de berg Horeb, en Mozes uitzond naar Egypte om Zijn volk te bevrijden met de toezegging: ‘Ik ben met U, Ik ben er bij’, is Dezelfde Die op een speciale berg in Galilea Zijn discipelen uit zond om de volkeren te bevrijden met dezelfde toezegging: ‘Ik ben met U alle dagen, Ik ben erbij’ (Exodus 2, Mattheus 28:16-20). Jêhoshua` is niet los verkrijgbaar, niet los van Israëls God en niet los van Zijn volk.
* Om zich te onderscheiden van de moderne, vaak fanatieke, kerkelijke en Evangelische ‘Jezuieten’, die in lijn met de kerk der eeuwen ‘Jezus’ loskoppelen van Zijn Hebreeuws-Bijbelse achtergrond, los van Israëls God en los van Zijn volk, is het beter om het Grieks verbasterde woord ‘Jezus’ te vervangen door Jêhoshua` (Jozua) = Hij (JHWH) verlost; zo is Hij ook door de engel aangekondigd: jêhoshia` van het werkwoord jásha` = Hij verlost, verloste en zal verlossen (Mattheus 1:21).
5. Israël van toen en nu zijn volstrekt één
De derde eenheid betreft die tussen het Israël van vroeger en het huidige Joodse volk. Nog steeds is Israël/het Joodse volk drager van het Woord (‘Hun zijn de woorden Gods toevertrouwd’, Romeinen 3:2), nog steeds is het Joodse volk Gods Gezalfde, Zijn Messias. Beloofd is beloofd: Israëls God heeft Zich voor altijd verbonden aan Zijn volk.
Nog steeds is Israël Gods Instrument, Zijn Knecht: Zijn Qahal, Zijn gemeente voor de doorbraak van Zijn Koninkrijk onder de volken. Israëls roeping om licht voor de volken te zijn is onverkort van kracht.
6. De blijvende Godsrelatie met het aan Israël Beloofde Land
Wat geldt voor het Joodse volk, geldt ook voor het land Kanaän: beloofd is beloofd. Israëls God blijft door alle eeuwen heen trouw aan Zijn unieke relatie met Tsion, het hart van het Beloofde Land, het hart van de wereld: ‘Hier is Mijn Rustplaats, voor altijd!’ (Psalm 132:14) .
7. Van Israël leren
Bijna 2000 jaar lang is tevergeefs geprobeerd het Joodse volk te bekeren en op te nemen in de ene wereldwijde Kerkgemeenschap, waardoor het zijn identiteit als Gods Eersteling zou verliezen. Voor de omgang met het Godsvolk Israël gelden tenminste drie basisregels en de eerste is: Niet de Joden willen bekeren, maar van hen willen leren, want ‘hun zijn de Woorden Gods toevertrouwd’. Woorden die niet los verkrijgbaar zijn, niet los van Zijn Volk, niet los van hun taal, die direct verwant is met de Taal waarin God Zelf sprak: ‘Er zij licht’.
8. Israël inspireren
De tweede basisregel is : Niet bekeren, maar het Joodse volk inspireren om hun uitverkoren positie in te nemen als Gods Gezalfde, als Zijn Messias, als de Voortrekker der volken, begenadigd met de ‘onberouwelijke’ roeping om een licht voor de naties te zijn. De eeuwenlange vernedering en mishandeling heeft de Joodse volks ziel niet onberoerd gelaten: men is eeuwenlang gewend geweest om zich ‘gedekt te houden’, men is terughoudend geworden om zichzelf als Gods Eersteling, als Zijn speciale Knecht te presenteren. Hier ligt een specifieke taak met name ook voor Joodse Christenen om hun eigen volk te bemoedigen en aan te sporen, om te zijn die ze zijn: een licht voor de volken.
9. Voorloper zijn
De derde regel is weer speciaal voor de heiden-Christenen, voor de gemeenten uit de volken: om de Joden niet voor de voeten te lopen, arrogant en irritant, maar om voor hen uit te lopen als voorlopers, die hun eigen volk oproepen tot radicale omkeer en tot erkenning van Israëls unieke positie in het centrum van de wereld met perspectief op vrede en welvaart voor allen.
10. Het gaat niet om de kerk maar om de volkerenwereld
De gemeenten onder de volken moeten opnieuw leren dat zij geen doel in zichzelf hebben. Toen de jonge Christelijke kerken zich losmaakten van het volk Israël, werden ze narcistisch: gericht op zichzelf. * Het gaat Israëls God echter niet om de kerk, maar om de bekering en heiliging van heel de volksgemeenschap naar het model van het volk Israël. Het boek Openbaring begint met de Kerk (2:1- 3:22), maar eindigt met de volken: ‘God Zelf zal bij hen zijn en zij zullen Zijn volken zijn (21:3). Het Bijbels perspectief is dat elk huis een tempel wordt, dat alle woningen geheiligd worden tot Gods woning, waar vader en moeder als priesters aan de huistafel dagelijks dankzegging doen over het brood en in het weekend ook over de wijn.
Niet alleen de gezinnen, maar heel de volksgemeenschap moet geheiligd worden: de vergaderzalen van de Staten Generaal, van de ministerraad, de gemeenteraden etc. moeten geheiligde ruimtes zijn, waar Gods Woord en Zijn Geest de leiding krijgen.
*Een kerk die zich loskoppelt van het Joodse volk kan niet volop functioneren, die verbindt zich tenslotte aan Israëls tegenstander: Rome.