Een treurtijd in het hartje van de zomer: alleen voor het Joodse volk?
Twee bevrijdingsfeesten en een treurtijd: de Joodse pijn
De Bijbelse feestkalender kent twee hoogtijden: het grote voorjaarsfeest van Pesach tot en met Shawuòth (Pinksteren) en het grote najaarsfeest van Rosh Hashánáh (= Jom Teruah, Dag van de Bazuin, de eerste van de zevende maand), Jom Kipur (Grote Verzoendag) en Sukoth (Loofhutten). Daarnaast viert het Joodse volk aan het begin en aan het einde van de winter twee bevrijdingsfeesten en neemt men in het hartje van de zomer een treurtijd in acht.
Het ene bevrijdingsfeest, Chánukáh, herinnert het volk steeds weer aan de bevrijding uit de greep van de Griekse verdrukker en het andere, Purim, aan de bevrijding uit de greep van de Perzisch – Amelekitische moordenaar.
De bijzondere treurtijd midden in de zomer, met als dieptepunt Tisha` bê’Abh, de 9e dag van de Vijfde maand ‘Abh, is ter herinnering aan de meedogenloze Romeinse overheersing waarvan de consequenties en de pijn voor het Joodse volk tot op de dag van vandaag voortduren: de verwoesting in het jaar 70 op de 9e Abh van de Heilige Woning Gods op de Berg Zion, het liturgische centrum, dat bestemd is om een Huis van gebed en dankzegging te worden voor alle volken.
Daar is later bijgekomen, wat extra pijn doet, dat op deze heilige plek twee zeer Joods vijandige gedenktekens zijn geplaatst: de Koepel van de Rots en de al-Aksa Moskee.
Het Romeinse Rijk is nog nooit echt overwonnen
In bepaald opzicht verschillen de winterse bevrijdingsfeesten niet zo erg veel van de zomerse treurtijd. Met Purim viert men wel de verijdeling van Hamans moordplannen, maar tegelijk gedenkt men de huidige vijandschap en de dreiging van de moderne Hama(n)s moordplannen, die opnieuw vanuit Perzië (Iran) worden geïnspireerd: Hezbollah en Hamas hebben hun geestelijk wortels in Iran. De strijd tegen de ‘vorst’ van Perzië is nog gaande (Dan.10: 13).
Datzelfde geldt voor het Chanukáh feest (feest ter Inwijding van de Tempel). De verstikkende Griekse verdrukking van destijds is voorbij. Maar actief werkzaam is nog steeds de Griekse geest die Israël wil gelijkschakelen met alle andere volken en de Bijbel op één lijn zet met de overige godsdienstige boeken.
Maar toch heeft de zomerse treurtijd een ander karakter. De Perzische moordplannen zijn ooit een keer verijdeld en aan de Griekse tirannie kwam ooit een eind, maar de Romeinse overheersing duurt nog steeds voort. Het oude Romeinse rijk ging wel ten onder, maar het kwam weer op in gekerstende vorm, in het Heilige Roomse Rijk. Toen dat Rijk afbrokkelde kwam het oude Rome terug in de vorm van een seculier Europees Rijk. Eerst het Napoleontisch Rijk waarbinnen het Joodse volk net als andere minderheidsgroepen mocht ‘emanciperen’. Het einde van hun ballingschap leek in zicht en ze durfden weer dromen over de Terugkeer naar het hun Beloofde Land.
Na het Napoleontische Rijk kwam het Nationaal-Socialistisch Rijk dat aan het Joodse volk en de Joodse droom radicaal een einde wilde maken.
Mogelijk staan we nu aan de vooravond van een nieuwe, laatste gestalte van dit schijnbaar onoverwinnelijke, Israël vijandige Rijk: een vredelievend, neo-Hellenistisch verenigd Europa verbonden met de ‘ontwaakte’ Moslimlanden rond de Middellandse Zee.
Een rijk waarbinnen wel plaats is voor Joden, maar niet voor een aparte Joodse Staat.
De tempel nog steeds in puin
Behalve dat het Romeinse Rijk er nog steeds is, ligt ook nog altijd de Heilige Woning Gods op de Berg Tsion in puin en nog steeds staan daar de trotse gedenktekens van een Israël zeer vijandige religie. Dat is de pijn, het bittere leed van het Joodse volk in het hartje van de zomer.
Alleen van het Joodse volk? Er is wel eens gewezen op het merkwaardige feit dat de meeste Christenen zich wel betrokken voelen bij het lege graf, maar dat ze zich helemaal niet interesseren voor de Berg Tsion: ‘Het lijkt wel alsof ze met blindheid zijn geslagen!’
‘Dat komt omdat ze hun Joodse wortels zijn vergeten’, aldus ds. Jan Willem van de Hoeven.
Of anders gezegd: dat komt omdat men de Joodse profeten niet serieus neemt.
Verschillende keren, maar twee keer in nagenoeg precies gelijke bewoordingen – en dat is zeer opmerkelijk – schrijven Joodse profeten over de unieke en blijvende betekenis van de Berg Tsion voor de volkerenwereld: Tsion is dé Plek waarheen alle volken zullen optrekken om te leren wat Gods Programma is voor vrede en welvaart voor alle volken (Micha 4:1-4; Jesaja 2: 1-4).
Hoe kunnen Bijbelgetrouwe gelovigen onverschillig en zonder enige pijn en treurnis aanzien dat deze Plek nog steeds niet vrij is voor ónze Terugkeer naar dé Bron voor wereldvrede en welzijn voor allen? Immers er rust een rijke, overvloedige zegen op de Goddelijke Richtlijnen voor het ordenen van de tijd (Zijn tijd) en het aardse bezit (Zijn aarde). Waar de volken in saamhorigheid met het Joodse volk gaan horen naar Gods Torah (= Onderwijzing) daar spreidt Zich Zijn Shalom, daar mag men zitten op eigen landgoed, onder eigen vijgenboom en wijnstok (Micha 4:4).
* Wat te doen met onze pijn en treurnis? Zie “Het ware verhaal van de Egyptische schoenmaker”.