‘Ad of Al’
Psalm 48: 15 eindigt in het Hebreeuws met de woordjes ‘al moet’. In de meeste vertalingen vertaalt men dit als ‘tot de dood’ (SV) en soms als ‘voor eeuwig’ (NBG). Nogal een verschil toch? Hoe is de God van de Bijbel dan? Is Hij erbij tot de dood, stopt het dan? In de Hebreeuwse context staat niet het woordje ad = tot, maar al = (tot) voorbij, eroverheen. Zelfs tot voorbij de dood is Hij de Erbij Zijnde, de Immanu’El. Bijbelvertalingen bevatten helaas betekenisverschralingen….. Leert u mee te ontdekken wat er staat geschreven?