Er was eens een Joodse moeder die altijd de voorkant en de achterkant van het stuk vlees afsneed voor de shabat. Haar dochter vroeg: “mamaleh, waarom doet u dat altijd?” “Eh, ja, dat weet ik eigenlijk niet, dat deed oma ook altijd zo, vraag haar maar.” “Oma,” vroeg de kleindochter, “waarom sneed u het vlees altijd zo vreemd af?” “Tja, dat deed mijn moeder al. Vraag opoe maar, die weet het misschien nog.” Toen de achterkleindochter het opoe vroeg zei zij: “Nou, ik moest altijd wel een stukje voor en achter van het vlees afsnijden want ik had nooit een groter braadpannetje…” 🙂