(Overgenomen uit ‘Het Zionisme’, teksten verzameld en ingeleid door drs. E.G. Hoekstra, uitgegeven door Kok Kampen)
1. Uit het ‘Rapport van Peel, uit 1937
Peel was voorzitter van een commissie ingesteld door de Engelse regering, in verband met de Arabische aanvallen op de Joodse gemeenschappen in het toenmalige Engelse mandaatgebied in het West Jordaanse deel van Palestina.
“Er is een niet te onderdrukken conflict gerezen tussen twee nationale gemeenschappen binnen de enge grenzen van een klein land — Ze hebben een verschillende godsdienst en taal. Hun cultuur, hun sociale leven, hun manier van denken en zich gedragen zijn even onverenigbaar als hun nationale aspiraties — De oorlog ( = WO 1) en wat daarop volgde (de bevrijding van de Turkse overheersing) hebben alle Arabieren bezield met de hoop om in een vrije*, verenigde Arabische wereld de traditie van de Arabische Gouden Eeuw te doen herleven. De Joden worden eveneens bezield door hun historisch verleden. Ze willen tonen wat de Joodse natie tot stand kan brengen, wanneer deze tot het land van haar geboorten terugkeert. Een nationale assimilatie tussen Arabieren en Joden is dus uitgesloten.”
2. De Arabische prins Feisal schreef in The Times van 12-12-1918:
“De voornaamste twee takken van de Semitische volkerenfamilie, de Arabieren en de Joden, begrijpen elkaar en ik hoop dat op de vredesconferentie elk van beide volken de verwerkelijking van zijn aspiraties duidelijk bevorderd zal zien. De Arabieren zijn niet jaloers op de Joden en willen hun een eerlijke kans geven. Wederzijds begrip voor elkaars streven zal onmiddellijk zelfs het laatste spoor doen verdwijnen van de vroegere bitterheid, die trouwens vóór de oorlog (WO 1) nagenoeg verdwenen was ten gevolge van het werk van het nationalistische Arabische Geheime Revolutionaire Comité”.
* Nog steeds verzetten de Arabieren in en rond Israël zich tegen het voortbestaan van de Joodse Staat. Er is Bijbels gezien reden om te voorspellen dat de sinds kort opnieuw gewekte Arabische vrijheidsdroom opnieuw een illusie zal blijken, tenzij de Arabische volken zich afkeren van hun religieus-ideologische inspiratie en zich laten inspireren door het Woord en de Geest van Israëls God. Er is geen ander perspectief op vrede in het Midden Oosten dan de vrede vanuit Tsion/Jeruzalem (Micha 4:1-4, Jesaja 2:1-4).