Over de diepere laag in het feest van het ongezuurde brood
Er is een duidelijk verschil tussen enerzijds Pesach/Shawu`oth, het feest van Israëls bevrijding en de heiliging bij de Sinaj, en anderzijds Pasen/Pinksteren, het feest van de Opstanding en de Neerdaling van de Heilige Geest.
Pesach is een overwegend aards-lichamelijk feest: de verdrukte kinderen Israëls worden zichtbaar en daadwerkelijk bevrijd en als een bevrijd volk trekken zij op weg naar het Beloofde Land. Datzelfde geldt voor Shawu`oth. Hoewel het in de kern een hoog geestelijk gebeuren is – God Zelf daalt neer op de Berg – is het eindresultaat heel concreet, heel aards- lichamelijk: Mozes komt naar beneden met de Twee Stenen Platen waarop de Tien Woorden zijn gegraveerd.
Daar tegenover zijn Pasen en Pinksteren veel minder aards, veel minder lichamelijk, veel meer geestelijk. Er gebeurt zo te zien nauwelijks iets. Zeker, de Opstanding is een ontzagwekkend Groot Gebeuren, maar zichtbaar en daadwerkelijk verandert er weinig. Alles blijft gewoon bij het oude: werd met Pesach Israël bevrijd van de Egyptische verdrukkers, met Pasen blijven de Romeinen gewoon aan de macht en de eerste eeuwen blijft dat ook zo, met veel ellende (verdrukking, martelaarschap) juist voor de Christenen. Pasen is overwegend een geestelijk gebeuren. Ook Pinksteren is overwegend geestelijk van aard: de Geest van Israëls God, Die de Geest is van de Opgestane komt wonen in mensen harten en doet daar Zijn heiligend Werk. Dat brengt wel een vernieuwing teweeg, maar dat is vooral een innerlijke vernieuwing, een geestelijke vernieuwing, een mentaliteitsverandering. Wat er gebeurt, gebeurt in het diepste geheim in het diepst van ons binnenste, in ons hart: de Vurige Geest van God Die eerder de Tien Woorden (= de kern van de Mozaïsche Torah) graveerde op Twee Stenen Platen, gaat die nu graveren op de Twee Zijden van ons ontsteende hart (Jeremia 31:33; Hebreeën 8:10, 10:16).
Het feest van het ongezuurde brood als tussenschakel
Er is dus een duidelijk verschil tussen Pesach/Shawu`oth en Pasen/Pinksteren, maar er is geen tegenstelling: het gaat in beide over het Ene grote gebeuren van Gods Bevrijdend en Heiligend Handelen. Dat er geen sprake is van een tegenstelling blijkt ook nog uit een merkwaardig element in de Pesachviering. Pesach is behalve bevrijdingsfeest ook het feest van het ongezuurde brood. Een week lang wordt tijdens de Pesachdagen ongegist, ongerezen, geheel ‘plat’ brood gegeten. Wat is de zin hiervan? Het wil natuurlijk in de eerste plaats de herinnering levend houden aan die historische Pesachnacht, toen het volk vanwege de haast geen tijd had om het brood te laten rijzen. Maar er zit ook een diepere laag in dit feestelement. Het verwijst ons naar een geestelijk aspect van de Uittocht. Pesach loopt uit op Shawu`oth: de bevrijding voltooit zich in de heiliging . Bij de Berg Sinaj kreeg het eeuwenlang geknechte slavenvolkje, (met een daardoor ook gestempelde slaafse geest) een rechtstreekse ontmoeting met God Zelf wat een radicale verandering betekende. Met name ook van de roeping die Israël bij de Sinaj ontving om voortaan een koninkrijk van priesters te zijn ten dienste van heel de mensheid (‘want heel de aarde behoort Mij’, zegt God, Exodus 19:6) kreeg het volk een andere spirit. Een andere geest kwam in hen: vanaf nu zou het in hoofdzaak niet meer gaan om overleven, maar om voorleven: om aan de volken de Mozaïsche levensstijl voor te leven en priesterlijk te onderwijzen.
Zo vormt het feest van de ongezuurde broden een schakel tussen Pesach/Shawu`ot en Pasen/Pinksteren. Het is het feest van de vernieuwde geest, van de nieuwe ‘gist’ (de woorden gist en geest zijn nauw verwant!). Ook voor ons in ons moderne drukke, driftige, slovende slavenleven is dit een zeer zinvol feest. Eenmaal per jaar moeten we al het oude gist (alle zuurdesem) radicaal uit ons levenshuis verwijderen en plat brood eten als teken dat we bereid zijn om onze geest radicaal te verversen. De oude slavengeest, de verslaving aan eigen eer, aan zelfhandhaving, aan prestatiedwang, etc., moet eruit. We moeten ons radicaal ontledigen van de oude besmette geest/gist. Alle eigen bedenksels en dromen, al onze mooie plannen en projecten waarmee we ons zelf vaak opblazen moeten worden doorgeprikt. Alle driften die ons opdrijven moeten worden uitgedoofd. Met Pesach moet het ventiel uit de ballon en moeten we plat worden als een matse: leeg van onszelf zodat er weer volop ruimte komt voor de werking van Gods Geest Die ons opnieuw heiligen wil tot Zijn dienst.