Luik Één: Bijbelse Feesten zijn Gods Feesten
De Bijbelse feesttijden zijn geen uitvindingen van het Joodse volk, maar het zijn tijdstippen (mo‘adim: bepaalde tijden) die door God Zelf zijn vastgesteld en die Hij uitdrukkelijk ‘Mijn feesttijden’ noemt (Leviticus 23:2). Ze zijn ingesteld om de geschiedenis van God met Zijn volk levend te houden, om de kinderen Israëls voortdurend te herinneren aan Gods Scheppend Bevrijdend en Heiligend Handelen. Het gaat daarbij vooral om de drie Mo‘adim (Feesttijden, Tijdstippen) van Pesach (Pasen), Shawu‘oth (Wekenfeest/Pinksteren) en Sukoth (Loofhuttenfeest). Kenmerkend voor deze drie is de onlosmakelijke koppeling tussen schepping en geschiedenis. Pesach is niet alleen het feest van de bevrijding uit de slavernij, maar ook een dankfeest voor de beginnende graanoogst, het Wekenfeest/Shawu`oth doelt zowel op de ontvangst van de Torah op de Sinai als op het einde van de graanoogst en met Sukoth viert men het feest van de Intocht in Erets Jisraël (het land Israël) tegelijk met het einde van wijnoogst (zie ook het artikel ‘Op Joodse Les’, deel 2, onder: ‘Een volk van Godlovers’ ).
Luik Twee: Zonder ‘collectief ritueel’ valt iedere samenleving uit één
Het is een door sociologen erkende wetmatigheid dat in zogenaamde ‘collectieve rituelen’ zoals feestelijke vieringen, verjaardagsfeesten, bruiloften, volksfeesten, party’s en fuifjes de groepscultuur geactiveerd wordt. Dat wil zeggen dat door het ritueel van feestelijke toespraken aan, feestelijke maaltijden met, muziek, zang, drank en dans de gemeenschappelijke waarden, normen en doeleinden die dienen als bindmiddel, gaan circuleren in de hoofden en vooral in de harten van de groepsleden.
Een volk dat geen volksfeesten meer viert, geen koninginnefeesten en geen bevrijdingsfeesten, verliest allengs de onderlinge samenhang en verbrokkelt. Een familie die op verjaardagen en andere gedenkdagen niet meer bijeenkomt, valt uitéén. Anders gezegd: zonder regelmatige activering van de groepscultuur vervalt op den duur de groepsstructuur.
Dezelfde wetmatigheid geldt ook voor de Bijbelse feesten. Doordat in de Joodse gezinnen de eeuwen door de Shabbat is gevierd, en het Joodse volk als geheel de Bijbelse feesttijden in acht nam met hun feestelijke maaltijden en andere bijbehorende rituelen, is het bewustzijn van hun Joodse geschiedenis en van de zin van hun voortbestaan levend gebleven. Zonder de jaarlijks terugkerende Sedermaaltijden tijdens Pesach, zonder de Torah-Studienachten van Shawu‘oth en het jaarlijkse kamperen in de ‘loofhutten’ zou het Joodse volk allang van de kaart geveegd zijn.
Wat geldt voor de feesten van Israël, geldt ook voor de feesten van de volken, zowel voor de oudheidense, religieuze natuurfeesten als voor de modern heidense seculiere popfeesten. In al deze vieringen circuleren waarden en normen die de deelnemers beïnvloeden. Waarden en normen die wortelen in een ander geestelijke krachtenveld. De religie van de oude natuurvolken is gericht op bevrediging van de lusten der natuurgoden, lusten die feilloos spoorden met de oermenselijke lusten) van hun onderdanen: eetlust, dranklust, sexlust, machtlust e.a.
De natuurfeesten ter ere en ter bevrediging van de goden waren daarom tegelijk ook bevredigingsfeesten voor het volk zelf. Niet alleen voor de bevrediging van het individu, maar toch ook van de groep, van de stam, de familie, of het volk. Het heidense, collectieve ritueel was ook dienstig aan de macht, aan de grootheid en de glorie van het collectieve ‘Wij’. In het moderne, seculiere collectieve ritueel van familiefeesten, dorps- en stadsfeesten, bedrijfsfeesten, nationale parades etc. is het niet veel anders. Veel seculiere feesten, met name ook de moderne massale popfeesten krijgen weer het karakter van de oude heidense volksfeesten: het woord ‘pop’ is ook afgeleid van ’populus’ (= volk). Datzelfde geldt voor de zogenaamde folkloristische feesten waaronder de populaire halloweenfestijnen.
De stelling dat er wel degelijk neutrale feesten zijn, is even ondeugdelijk als de bewering dat er neutrale godsdiensten zijn. Elk feest is min of meer godsdienstig, anders is het geen feest. In elk feest circuleren min of meer religieuze, irrationele waarden en normen. Ook humanistische normen en waarden wortelen in een soortgelijk geestelijk krachtenveld, dat weliswaar meer ik-gericht is – ‘ik’ ben in wezen een ‘godje’, een goddelijk ‘vonkje’ – maar dat ‘ik-godje/vonkje’ voelt zich toch wel verbonden met andere vonkjes. In de feestroes van dans, drank en drugs kan men dit collectieve ‘wij’ ervaren, dit ‘oceanische gevoel’ van slechts een druppel te zijn in de grote geestelijke Zee van het Universum, samen met alle andere zelfde soort druppels.
In dit oceanische collectieve wij-gevoel vallen ook alle grenzen of drempels tussen mensen weg, ook de huwelijkse barrières. Als alles en iedereen hetzelfde is, als iedereen in wezen hetzelfde geestelijke druppeltje of vonkje is, dan zijn er nergens meer barrières tussen mensen, dan zijn ook alle relaties geoorloofd. In die ene menselijke mengelmoes moet dan ‘toch ook alles kunnen’!
* Notitie over ‘lof en lust’ naar aanleiding van de dichtregel: ‘zoek in ’s Hoogsten lof uw lust’ (Psalm 42:3, in de oude berijming). Onze lusten – eetlust, dranklust en ook de sexuele lust – zijn giften van God de Schepper, die losgekoppeld van Hem vérgiften worden. Lof en lust zijn onlosmakelijk. Hét criterium voor de zuiverheid van onze lust is of er vóór en ná gedankt kan worden: zuivere lust is ingeklemd tussen lof en lof. Lofloze lustbevrediging leidt tot zelf-schaamte en zelfbeeld-beschadiging.
Luik Drie: Heidense volksfeesten werden Christelijke feestdagen
De Kerk der eeuwen heeft om het volk voor zich te winnen steeds getracht de oude heidense volksfeesten te kerstenen. Het heidense Midwinterfeest kreeg een Christelijke vulling en werd Christusgeboortefeest (kerstfeest). De oudheidense Voorjaars en Vruchtbaarheidsfeesten werden Paas- Pinksterfeesten en Mariafeesten. De Najaarsoogstfeesten werden geheiligde Wijnfeesten.
De strategische keuze voor het volk hield in dat de volksvieringen uitdrukkelijk en opzettelijk losgekoppeld werden van de Bijbelse, door God Zelf voor Zijn volk ingestelde Feesttijden. Door de koppeling aan de heidense feesttijden, kregen de Christelijke feestdagen een dubbelhartig karakter met als negatief effect dat ook de deelnemers aan deze feesten dubbelhartig gevoed en gevormd werden: enerzijds werden zij Bijbelse Evangelisch beïnvloed en anderzijds ondergingen zij – meestal zonder het te beseffen of door het te bagatelliseren – de invloed vanuit een heidens geestelijk krachtenveld, dat door de heidense rituelen geactiveerd werd/wordt: door de kerstboomcultuur, het oudejaarskabaal, het paaseieren- en ander vruchtbaarheidsgedoe etc.
Zolang de kerken nog volkskerken waren, kon door de kerkelijke prediking en de Bijbels- Evangelisch gestempelde rituelen de volkse zelfbevredigingslust nog wel enigszins getemperd worden. De kerkleiding bood bovendien elk jaar enkele uitlaatkleppen voor de volkse lusten in het voorjaarlijkse carnaval en in de najaarlijkse wijnfeesten die plaats vonden onder de hoede van de Moederkerk en die nog steeds vinden in bepaalde wijnstreken. Nog altijd starten daar wijnfeesten in een kerkdienst waarbij de deelnemers aan het wijnfeest eerst drinken van de geheiligde wijn.
Nu de kerken in overgrote meerderheid naar de zijlijn zijn gedrongen, zijn bijna alle volksfeesten popfestivals etc. weer bijna volop oerheidens, met oerheidense rimboekabaalmuziek en kratten boordevol bier. Wel blijft in de meeste kerkdiensten op de Christelijke hoogtijdagen van Kerst, Pasen en Pinksteren, de Christelijke verkondiging nog wel min of meer overeind, maar daarbuiten gaat het volk zijn eigen gang: lust zonder lof.
Luik Vier: Dag Eén als dé wekelijkse Christelijke Toerustingsdag of Kerkedag
Kunnen wij als kerken en gemeenten nog iets doen tegenover deze lofloze, losgeslagen lustcultuur? We kunnen niet de Weg terug, niet terug naar de Rooms- Katholieke Middeleeuwen of naar de Protestantse 17e eeuw, maar we kunnen wel terug naar de Weg. Naar de Weg die God Zelf gewezen heeft in de Mozaïsche Torah. De kerken kunnen oproepen om in saamhorigheid met het Joodse volk terug te keren naar een Bijbels levensstijl en met het oog daarop de gezinnen instrueren.
De terugkeer naar Bijbelse kalender zou betekenen dat alle Christelijke = alle gekerstende, heidense feestdagen, zoals Calvijn ooit voorstelde, radicaal worden afgeschaft. In plaats daarvan zou, eveneens in de lijn van Calvijn* de eerste dag van de week, de Dag van de Opstanding in ere hersteld moeten worden.
Hersteld worden niet als ‘shabbatdag’ zoals ten onrechte gebeurd is, maar als Kerkedag of toerustingsdag. Toerusting vanuit het Evangelie van Pasen (= radicale Bevrijding uit de macht van schuld en dood door het Lam Gods) en vanuit Pinksteren (= radicale Heiliging door de Heilige Geest: ‘de Torah in hart en verstand’).
Dag Eén als de wekelijkse toerustingsdag om de gemeenteleden te bemoedigen, te trainen en mondig te maken met het oog op hun priesterlijke taak in gezin en samenleving. De taak om in het spoor van Israël in hun gezin of familie en zo mogelijk breder in hun buurt of dorp een begin te maken met het vieren van de grote feesten van Pesach, Shawu`oth en Sukkoth en vooral ook om de Shabbat te vieren, om als mondige ouders dankzegging te doen aan de huistafel over brood en wijn**.
De Shabbat is geen Zondag, geen werkdag, geen moeizame, jachtige toerustingsdag waarbij men soms over grote afstanden moet reizen om ergens een dienst bij te wonen in een gelijkgezinde gemeentegroep, maar een volledig vrije rustdag en vierdag voor gezin en samenleving.
Als elke Zondag een Pasen- Opstandingsdag-Bevrijdingsdag is en tegelijk een Pinkster- Vervullingsdag-Heiligingsdag (Johannes 20:22), zou elke Vrijdagmiddag rond het ‘Negende Uur’ (Mattheüs 27:46) een Gedachtenisuur kunnen zijn: een ‘Goede Vrijdagmiddaggebed’. De tijd vanaf de vooravond van de dag vóór Pesach tot het Negende Uur in de middag zou een GedachtenisDág kunnen zijn of LamofferDag. Hemelvaartsdag kan blijven op de tiende dag vóór Pinksterzondag.
Het Messiaanse Geboortefeest (Kerstfeest) zou gekoppeld kunnen worden aan de eerste nieuwe maansdag/Shofardag van Abhiv, het eigenlijke begin van het Bijbelse Nieuwjaar, dat pas later gevierd wordt op de eerste van de Zevende maand. De tijd rond de eerste Abhiv was ook de tijd dat de herders uit Judea met hun kudden naar de velden van Efrata trokken om vandaar de Pesach-pelgrims te voorzien van de nodige paaslammeren. Tenslotte zou de Tweede Kerstdag – gericht op de komst van de Messias en het Messiaanse Vrederijk of gericht op de Grote Geestelijke Opwekking wereldwijd gekoppeld kunnen worden aan de eerste van de Zevende maand, aan deze Shofardag, aan Rosh haShanah.
* Calvijn had scherp zicht op de ‘geestelijke verborgenheid’ die in de Shabbat en de andere Bijbels feesten wordt afgebeeld. Omdat deze verborgenheid geopenbaard is in Christus, vindt Calvijn het onderhouden van deze ‘Joodse ceremoniën’ overbodig en schadelijk. De Zondag acht hij de meest geschikte dag om het ‘Woord te horen, het heilige brood te breken en de openbare gebeden te doen.’ (Institutie dl.1, Boek 2, Hoofdstuk 8, par. 28-34).
** De toerusting kan mede plaats vinden aan broodmaaltijden met (wijn en vis) op Zondagnamiddag = op de Emmaüstijd (Lukas 24:28-31)
*** Nog een notitie over de verleidelijke verchristelijking van de Bijbelse feesten. De verleiding is groot dat als kerken en gemeenten zich afkeren van de verchristelijkte, heidense feesten (met Kerstfeest voorop) en terug willen keren naar de Bijbelse feestorde, dat zij dan op hun beurt deze Bijbelse feesten willen gaan vergrieksen = vergeestelijken = verheidensen.
Het is zeker een enorme geestelijke verrijking om in de symboliek van de Bijbelse feesten doorkijkjes te krijgen op het Evangelie van Jêhóshúa`als de unieke verschijning van Israëls Gods Die onze zonden op Zich neemt en wegdraagt (Leviticus 16:21, Johannes 1:29). Volgens Calvijn is de hele Bijbel, met inbegrip dus van de Bijbelse feesten, ‘het gewaad van Christus’ (zie ook Lukas 24:27 en 44).
Als het echter daarbij blijft, als men met Pesach volledig voorbij gaat aan de basis van deze feesten: aan Gods Liefde voor Zijn aarde, voor Zijn Land, Zijn Stad en vooral voor Zijn verdrukte volk in ballingschap, en als men met Shawu`oth volledig voorbijgaat aan de Ontvangst van de Torah op de berg Sinaj met de unieke Richtlijnen voor welzijn en welvaart voor alle volken (Micha 4:1-4), dan is er sinds keizer Constantijn in feite nog niets veranderd.
Als men niet daadwerkelijk meegaat met het Joodse volk in de dankzegging voor de Uittocht uit hun maatschappelijke ellende en hun hernieuwde Intocht in het Beloofde Land, én voor het perspectief op een radicale Uittocht uit onze huidige, seculiere, verziekte, verslaafde lofloze-lust-samenleving, dan distantiëren we ons opnieuw van het Joodse volk.
Of nog anders gezegd: als wij zoals wij eertijds de heidense natuurfeesten verchristelijkt hebben, nu de Bijbelse feesten gaan vergeestelijken, vergrieksen = verheidensen – dat geldt trouwens ook voor de Shabbat, als men die gaat vergeestelijken tot een gemeentedag of kerkedag – dan kon het tweede kwaad wel eens erger zijn dan het eerste. Het bederf van het beste is het slechtste!