Omdat Hij heeft gezegd in Johannes 10:30: ‘Ik en de Vader zijn Eén.’
Omdat er in Psalm 45:8 over Hem staat geschreven: “Gij hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God, Uw God (אלהים אלהך) gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten.’ Hier staat dat God Zelf door God gezalfd wordt.” Dit kan alleen maar op Jehoshua slaan.
Omdat er in Psalm 110:1 staat: ‘De Aanwezige (HEERE, JHWH יהוה) heeft tot mijn Heere (Adonai אדני) gesproken: ‘Zit aan Mijn rechterhand totdat ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.’ Zie ook de aanhaling hiervan in Mattheus 22:41-46. Opnieuw gaat het hier over God, Die tot God spreekt.
Omdat Jesaja profeteert in hoofdstuk 9:5-6: ‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij is op Zijn schouder en men noemt Zijn naam Wonderlijke Raadsman, Sterke God, Vader in der eeuwigheid, Vredevorst. De grootheid van deze heerschappij en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in Zijn koninkrijk, om dat te bevestigen en dat te sterken met gericht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des Aanwezige der heerscharen zal dit doen.’ Hier wordt gesproken over de Zoon die tevens God en Vader is.
Omdat Jesaja namens Jehoshua profeteert in hoofdstuk 48:16: ‘Nader tot Mij, hoor dit, niet in het geheim heb Ik gesproken; vanaf vanouds ben Ik daar, welnu, de Heere Aanwezige heeft Mij en Zijn Geest gezonden.’
Omdat Micha profeteert in Hoofdstuk 5:1: ‘En gij, Bethlehem Efrata! Zijt gij te klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël en Wiens uitgangen zijn vanouds van de dagen der eeuwigheid.’ Dit houdt duidelijk verband met het vers hiervoor: vanouds is bekend dat Jehoshua God Zelf is, Hij heeft er geen geheim van gemaakt.
Omdat Jesaja (63:16) profeteert dat God onze Vader en onze Verlosser is vanouds, ook deze tekst houdt verband met de twee teksten hiervoor. Het woord voor Verlosser is het woord go’el גאל. Dit woord houdt verband met het Hebreeuwse woord Galgalta, Golgotha גלגלתה. Hoe heeft Hij ons verlost? Op Golgotha! Hijzelf is Vader en Zoon tegelijk, vergelijk maar met de tekst uit Jesaja 9:5-6 waar staat dat de Zoon net zo goed Vader wordt genoemd. Ook hier zijn Vader en Zoon Eén! In het Hebreeuwse woord go’el גאל zien we de Aleph, die staat voor God Zelf, in het midden staan.
Omdat Jesaja profeteert in hoofdstuk 34:16b: “Want Mijn mond zelf heeft het geboden en Zijn Geest Zelf zal ze samenbrengen.” Het is duidelijk dat de mond van Jesaja niet kan gebieden, hij kan slechts profeteren, dit slaat dus op de mond van Jehoshua. Zijn (Gods) Geest wordt hier ook genoemd. Er is hier sprake van een tweeheid: Woord en Geest. Vergelijk met Genesis 1:2-3a, waar Woord en Geest ook samenwerken. De Geest zweefde over de wateren en het Woord sprak: “Er geschiede licht!”
Omdat Hij Emanuel עמנאל genoemd wordt: God met ons, wat een andere benaming is voor de Aanwezige, oftewel JHWH, יהוה.
Omdat Hij leven heeft gekregen in Zichzelf en omdat Hij de macht heeft om recht te spreken over levenden en doden, niemand anders dan God Zelf kan dit: Johannes 5:25-30: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u:de ure komt en is nu wanneer de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en die ze gehoord hebben zullen leven. Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij het ook aan de Zoon gegeven om leven te hebben in Zichzelf en Hij heeft Hem macht gegeven om gericht te houden omdat Hij de mensenzoon is. Verwondert u daar niet over want de ure komt in welke allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen. En zullen uitgaan; die het goede gedaan hebben tot de opstanding des levens en die het kwade gedaan hebben tot de opstanding der verdoemenis. Ik kan van Mijzelf niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.”
Omdat de profeet Daniel in een nachtgezicht ziet dat: ‘Er kwam een met de wolken des hemels als een mensenzoon en Hij kwam tot de Oude van Dagen en zij deden Hem voor Dezelve naderen. En Hem werd gegeven heerschappij en eer en het koninkrijk zodat alle volken en natiën en talen Hem zouden eren; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal en Zijn koninkrijk zal niet verdorven worden.’ (Daniel 7:13-14).
Omdat Hij in Johannes 8:23-29 onder meer zegt: “Ik Ben van Boven; Ik Ben niet van deze wereld; wanneer gij de Zoon des mensen (Ben Adam בן אדם) zult verhoogd hebben, dan zult gij verstaan dat Ik Die Ben en dat Ik van Mijzelf niets doe, maar deze dingen spreek Ik gelijk mijn Vader Mij geleerd heeft.”
Omdat er in Zacharia 13:10 staat dat de Geest der genade en der gebeden zal worden uitgestort over het huis van David en Jeruzalem “en ze zullen Mij herkennen Die zij doorstoken hebben.” Hier spreekt Jehoshua over Zichzelf, geen twijfel mogelijk.
Omdat Hij de macht heeft om zonden te vergeven. Zie Lukas 5:20-25 en 7:44-50.
Omdat Hij Zelf spreekt in Johannes 10:37-38: “Indien Ik niet doe de werken van Mijn Vader, zo geloof Mij niet. Maar indien Ik ze doe en gij Mij toch niet gelooft, geloof dan de werken die Ik doe, opdat gij mag bekennen en geloven dat de Vader in Mij is en Ik in Hem.”
Omdat er in Joh. 1:1-3 staat: “In den beginne was het Woord en het Woord was met God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt en zonder het Woord is er geen ding gemaakt dat gemaakt is.” Hijzelf is het Woord, het levende, vleesgeworden Woord.
“Laat ons mensen maken naar Ons beeld en gelijkenis (Genesis 1:16),” Ons: God en Jeshoshua!
Omdat Hij zegt: “Ik Ben de Goede Herder en Ik ken de Mijnen en wordt van de Mijnen gekend. Gelijk de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook de Vader en Ik stel Mijn leven voor de schapen.’ Vergelijk dit met Ezechiël 34:15 waar Hij Zelf zegt: ‘Ik zal Mijn schapen weiden en Ik zal hen legeren, zegt de Heere Aanwezige.”
Omdat de ongelovige Thomas in Johannes 20:28 zegt: “Mijn Heere en mijn God,” nadat hij zijn vinger in de zij van Jeshoshua stak.
Omdat de apostel Paulus in zijn brief aan de Filippenzen (2:-6-11) zegt: “Hij had de gestalte van God, maar heeft Zich niet angstvallig aan Zijn gelijkheid met God vastgeklampt. Hij heeft Zijn grootheid opgegeven door een slavenbestaan te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden. Hij leefde als een mens en Hij vernederde Zich door gehoorzaam te worden tot in de dood, de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem tot de hoogste eer verheven en Hem de allerhoogste titel geschonken, zodat iedereen in de hemel, op aarde en in het dodenrijk, de knieën zou buigen voor Hem Die Jehoshua heet en allen openlijk zullen uitroepen: Jehoshua de Messias is de Heer, tot eer van God, de Vader.”
Omdat de apostel Paulus in Colossenzen 1:13-22 zegt: “Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis en overgezet heeft in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde, in Wie wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving van zonden. Die het Beeld is van de onzienlijke Gods, de Eerstgeborene van alle schepselen. Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op aarde zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: alle dingen zijn voor Hem en tot Hem geschapen en Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan samen door Hem. En Hij is het Hoofd van het Lichaam, namelijk van de gemeente, Hij Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden opdat Hij in allen de Eerste zou zijn. Want het is het welbehagen van de Vader geweest dat in Hem alle volheid wonen zou en dat Hij door Hem vrede gemaakt hebbende door Zijn bloed, gevloeid aan het kruis, door Hem zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen die op aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn. En Hij heeft u, die eertijds vervreemd was, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend in het lichaam van Zijn vlees, door de dood opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldigd voor Zich stellen.”
Omdat de apostel Johannes zegt in zijn eerste brief, hoofdstuk 5:20: “Maar wij weten dat de Zone Gods gekomen is en heeft ons verstand gegeven dat Wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jehoshua. Deze is de Waarachtige God en het eeuwige leven.”
Omdat de apostel Petrus zegt in 1 Petrus 1:3 “Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jehoshua, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jeshoshua uit de doden.”
Omdat Hij Zelf zegt in Jesaja 48:12: “Ik ben Dezelfde, ook ben Ik de Eerste en de Laatste,’ en in Openbaring 2:8b: ‘Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is en weer levend is geworden.” Jehoshua is dood geweest en weer levend geworden!
Omdat een mens niet geofferd mag worden, God verbiedt het en het is een gruwel in Zijn ogen. Hoe zou Hij dan hebben toegestaan dat Jehoshua gekruisigd zou worden als Hij niet meer dan een mens was geweest? God spreekt Zichzelf niet tegen! (Jeremia 32:35).
Omdat een mens aan het kruis niets te vertellen zou hebben gehad, daarom!