De moderne Bijbelwetenschap haalt de Bijbel onderuit en dus ook de Landbelofte en geeft steun aan de heidens-Perzische stelling dat Israël van de kaart moet
De rebelse Tegenstander richt zich niet alleen tegen het voortbestaan van het Gods volk Israël, maar ook tegen het Woord van God, tegen de Beloftevolle Woorden voor Israël, de Trouw belofte, de Landbeloften en de beloften van vrede en welvaart van alle volken (Micha 4:1-4, Jesaja 2). In deze aanval op het Woord, de Logos van Israël’s God, maakt de Rebel gebruik van de wetenschappelijke onderzoekers met hun logisch lijkende, éénlijnige redeneertrant. Zij halen de Bijbel, dit Hoog gekwalificeerde GodsWoord, met ‘wetenschappelijke’ argumenten onderuit. Zij concluderen dat de Bijbel, met Torah, Profeten, Psalmen, Evangeliën en andere Geschriften een gewoon menselijk boek is met menselijke gedachten over God en ook met veel wetenschappelijk te bewijzen onjuistheden en andere slordigheden. Kwam de antisemitische aanval op het voortbestaan van het Joodse volk vooral van de kant van de gojim, met Perzië/Iran in de hoofdrol, deze antisemitisch wetenschappelijke poging om de Bijbel onderuit te halen is vooral gestempeld door de Griekse geest, de sar (luchtvorst) van Griekenland. Als de Bijbel geen goddelijk, maar een puur menselijk boek is, dan is ook de Staat Israël een puur menselijke aangelegenheid en mag men de vraag wie recht heeft op het zogenaamde Beloofde Land, ook met puur menselijke maatschaven beoordelen. Volgens sommige politieke wetenschappers is de stichting van de Joodse Staat een historische misgreep van de Verenigde Naties, een intense belediging van de Islam en daardoor de voornaamste oorzaak van politieke onvrede en spanningen wereldwijd. Met andere woorden: zij steunen de stelling van de Perzische vorst: dat Israël van de kaart moet.
Hieronder een citaat uit de bijzonder interessante studie van bioloog drs. Ben Hobrink, Moderne wetenschap in de Bijbel. In het Woord vooraf staat o.a. het volgende: “De Bijbel is geen handboek voor moderne natuurwetenschap en is ook niet geschreven om ons natuurkunde, biologie of sterrenkunde te leren. Het is een boek dat ons vertelt over de relatie tussen God en mensen. Toch is er geen ander boek uit de oudheid waarin zoveel wetenschappelijk verantwoorde beweringen staan als in de Bijbel.
Het Joodse en Christelijke geloof is verweven met een overvloed aan objectieve en controleerbare feiten, op historisch en natuurwetenschappelijk gebied. Dat kan van geen enkele andere godsdienst gezegd worden. Pas in de twintigste eeuw zijn we er achter gekomen hoe wetenschappelijk verantwoord al die feiten zijn. Als christen hoef je je niet in allerlei bochten te wringen om de geloofwaardigheid van de Bijbel te verdedigen; je staat niet ‘met de rug tegen de muur’. Integendeel, het enige wat je moet doen is de details in de wetenschap en in de Bijbel nauwkeurig bestuderen. Dan blijkt dat Boek in veel gevallen, 3500 maal, op de wetenschap vooruit te lopen.”
Hobrink wil niet pretenderen laatste woorden te dicteren, daarom wil hij graag reacties. Hierbij een Hebreeuwse reactie: ons inziens zou de argumentatie met betrekking tot de ouderdom van de aarde nog veel breder en veel krachtiger worden als de meer letterlijke en taalwetenschappelijk meer verantwoorde vertaling van Genesis 1:2 het uitgangspunt zou zijn geweest. Een vertaling, waarbij het meest geladen Hebreeuwse werkwoord hájáh (geschieden, worden, daadwerkelijk aanwezig zijn) en dat verderop in Genesis 1 nog zeven keer wordt gebruikt, hier in vers 2 niet vervlakt wordt tot een nietszeggend koppelwerkwoord. In de Hebreeuwse tekst staat: wehá’árets hájetáh tohuwábhohú. Letterlijk vertaald, met respect voor het werkwoord hájáh: ‘en (of maar) de aarde was geschied/ geworden (hájetáh) tohuwabhohu’. Het Hebreeuwse werkwoord hájáh: gebeuren, geschieden, daadwerkelijk aanwezig zijn, is het werkwoord waarmee Israël’s God Zich Zelf, Zijn Naam, Zijn Wezen openbaart en kan nooit en te nimmer een nietszeggend koppelwerkwoord zijn. Het Bijbels Hebreeuws kent trouwens helemaal geen koppelwerkwoorden: zonder tussenvoegsel worden onderwerp en naamwoord aan elkaar gekoppeld: Abram oud, aarde woest en ledig. Als er wel een vorm van het Godnaamwoord tussenstaat, dan is dat veel, heel veelzeggend, zoals hier in Genesis 1 vers 2: ‘maar de aarde was woest en ledig geschied/geworden’.