Het is duidelijk dat woorden van een ander soortelijk gewicht zijn dan graankorrels of wijndruiven, die immers door het gesproken Woord ontstaan zijn:’ Hij sprak en het was’ (Gen 1:3). Woorden zijn geen gewone materie, ze zijn onstoffelijk, immaterieel, ze zijn geestelijk van aard. Woorden, gesproken woorden, kun je niet vastpakken.
Woorden kunnen door dichte deuren heen. Juist omdat woorden geestelijk van aard zijn kunnen ze voertuigen worden van het Woord en de Geest van Israëls God. Woorden van God kunnen door onze oren binnendringen tot in ons diepste binnenste (waar zelfs dokters met hun hightech instrumenten niet bij kunnen) om van daaruit, van binnenuit, ons radicaal te veranderen.
Woorden zijn ook niet stuk te krijgen. Woorden zijn onsterfelijk. Je kunt een geschreven woord uitwissen, verfrommelen of vernietigen, maar een levend, doorademd, uitgesproken woord krijgt je nooit meer weg. Dat blijft ergens hangen in de hoofden of harten of in de herinnering of het blijft in de lucht hangen.
Maar gesproken worden, daar beginnen we niks mee. Die overstijgen én overleven ons! Daarom mogen we wel dagelijks bidden met koning David: ‘zet Heer een wacht voor mijn mond, bewaak de deuren van mijn lippen’ (Psalm 141:3).
Omdat woorden onsterfelijk zijn en wij in wezen woorden zijn, als het ware ‘gestold stemgeluid’, opgeroepen ten leven door Hem, zijn wij ook onsterfelijk en niet meer uit te wissen…
Gelukkig geldt dat ook voor Gods Beloften, beloften ook voor Zijn volk en voor Zijn Land. Halleluyah!