Het woord אדיר ‘adír laat zich soms lastig vertalen, omdat het om een bepaalde omvang gaat die niet standaard weer te geven is. Het wordt in de meeste vertalingen dus vertaald met groots, machtig of majestueus. Bijvoorbeeld een boom, zoals een ceder of cipres 1), die met zijn bladerendek de aarde bedekt, wordt majestueus genoemd (Ezechiël 17:23, Zacharia 11:2). Zijn takken reiken tot ‘overal’ en geven daarmee een omvangrijke en uitgestrekte schaduw voor mens en dier gedurende de hitte van de dag. Het woord אדיר ‘ádír wordt tevens gebruikt om een bereik aan te geven, zoals ‘machtige’ handelsschepen, die alle landen bereiken door de wereldzeeën te bevaren (Jesaja 33:21). אדיר ‘חdír verwijst daarmee naar een compleet bereik zoals dat mooi naar voren komt in het boek Richteren waar gesproken wordt over een gevulde schaal waarvan het niveau tot aan de rand reikt en zo de schaal compleet vult (Richteren 5:25).
Verstrekkende invloed of macht
Het woord אדיר ‘ádír geldt niet alleen voor bomen of objecten, maar ook voor de mens. Er is ook woordverband tussen אדיר ‘ádír en אדם adam (= mens). Psalm 8 beschrijft dat de mens is aangesteld door God als invloedrijk machthebber: ‘Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd’ (vers 7). Niet voor niets komt het woordverband tussen אדיר ‘ádír en הדר hádar (= eer) in deze psalm naar voren, want vanwege zijn ‘machtige’ positie in de schepping is de mens bekroond met eer en glorie, אדיר (vers 6).
Het woord אדיר ‘ádír wordt gebruikt om de omvang van iemands macht of invloed weer te geven, namelijk een verstrekkende macht. Een duidelijk voorbeeld hiervan is een schaapherder. Als leider van de kudde moet een herder de gehele kudde in controle houden, zijn ‘invloed’ moet alle schapen bereiken (Jesaja 25:34-36), zelfs de schapen die ver van de kudde zijn afgedwaald. Deze invloed van leiderschap geldt ook voor de leiders אדרים ‘ádirím, onder het volk, de zogenoemde ‘edelen’ (Richteren 5:13; 2 Kronieken 23:20; Nehemia 3:5; 10:29, Psalm 16:3, Jesaja 14:3; Jeremia 30:21, Nahum 2:5; 3:18), maar ook machtige koningen (Psalm 136:18) wiens macht uitstrekt naar het gehele volk. Ook bij volkeren wiens machtige rijk verstrekkende invloed heeft, wordt het woord אדיר ‘ádír gebruikt (Ezechiël 32:18). Wel moet opgemerkt worden dat ondanks zijn omvangrijke invloed, de mens wel beperkt is in zijn macht en zijn aanwezigheid op aarde ten opzichte van God die overmachtig (zie later) en alomtegenwoordig is.
Verstrekkende macht van God, grootser dan de schepping
Toch wordt אדיר ‘ádír in de Bijbel ook voor God zelf gebruikt. Dan gaat het om een ander gebruik van het woord dan bij de mens. Dit wordt benadrukt door het woordverband met אדון ‘ádon (= Heer). Koning David bezingt God in de Psalmen: ‘Hoe אדיר ‘ádír, machtig is uw naam op heel de aarde’. Vooral vanwege deze eigenschap begint de Psalm met de aanspreektitel: ‘JHWH, onze Heer, אדון (Psalm 8:1 en 10).
Hoewel Gods naam verbonden is aan één plek op aarde, Zijn Majestueuze Naam is niet gebonden aan één plaats, maar heeft invloed over heel de aarde 2). Dit wordt versterkt door het woordverband tussen אדיר ‘ádír en אמר ‘ámar (= zeggen), maar ook דבר dábar (= spreken). Door de omvangrijke macht van Gods woord, Zijn spreken, אמר ‘ámar, is de gehele schepping tot wording gebracht, zelfs tot in de kleinste uithoek. Hoewel het woord אדיר ‘ádír zowel voor de schepping wordt gebruikt als voor Zijn Schepper, laat de Bijbel wel zien dat de Schepper Zelf grootser is dan Zijn Schepping: Hij is machtiger dan het machtige water (Psalm 93:4) en grootser dan de omvangrijke bomen (Jesaja 10:34). Zijn Macht steekt ver uit boven het gebergte (Psalm 76:4) en is uitgestrekter dan de handelsschepen (Jesaja 33:21). In de meeste vertalingen wordt God daarom de ‘Machtige’ genoemd (Jesaja 10:33-34), maar wellicht is ‘Overmachtige’ een betere vertaling om het verschil met de mens aan te geven 3). God heeft macht over ons lijden heen en kan het ten goede keren (zie bijvoorbeeld Genesis 50). Verder is er ook een opvallend woordverband tussen אדיר ‘ádír en אור ‘ór (= licht). Gods licht dringt door tot overal, zelfs in de diepste duisternis, en deze eigenschap houdt dus sterk verband met het woord ‘ádír. Zo sterk zelfs dat in Psalm 76:4 beide eigenschappen in één zin worden geschreven: ‘Gij zijt stralend (lichtend) én groots’.
De Maand אדר Adar, maand van overwinning
Met een andere beklinkering wordt het woord ‘ádar gevormd, de naam van de twaalfde maand van het Bijbelse jaar. Het woord אדר Adar krijgt zijn belangrijke betekenis in het Bijbelboek Esther, waar het bijna alleen maar voorkomt. Het is namelijk in de maand Adar dat het Poerimfeest wordt gevierd. Op de dertiende dag van de maand אדר Adar hadden de vijanden van het Joodse volk gehoopt hen te vernietigen, maar dankzij koningin Esther konden op deze dag de Joden zelf hun vijanden overweldigen. Een dag later was dan ook de dag waarop het Poerimfeest werd ingesteld: “Op de veertiende dag rustten ze en maakten die tot een dag van feestmaal en vreugde” (Esther 9:17). Sinds die tijd staat de maand אדר Adar in het teken van overwinning.
Adir en verlossing
Maar ook het woord אדיר ‘ádír is sterk verbonden met Gods verlossing en overwinning. In bijvoorbeeld het overwinningslied van Deborah en Barak (Richteren 5:13, 25) komt het tweemaal voor. De eerste keer dat het woord אדיר ‘ádír voorkomt is in het overwinningslied van Mozes, in het Boek Exodus, waar het maar liefst drie keer achter elkaar voorkomt. Mozes bezingt de omvangrijke kracht van Gods rechterhand tijdens de uittocht uit Egypte. Ook voor de omvangrijke en uitgestrekte wateren waarin de Farao en zijn leger verdronken wordt hetzelfde woord gebruikt. Als in de volgende zin wordt beschreven: ‘O HERE! Wie is als Gij onder de goden? Wie is als Gij, omvangrijk, groots in heiligheid’ (Exodus 15:6-11), is het een directe verwijzing naar Gods leiding over deze wateren. Ook de Filistijnen verwijzen naar deze ‘overmachtige’ die Egypte sloeg met de plagen tijdens de bevrijding uit Egypte (1 Samuël 4:8).
Toch is het lied van Mozes niet alleen een overwinningslied op Egypte. Het is ook een profetische heenwijzing naar de ultieme verlossing: het Messiaans vrederijk. In die vredestijd zal God zich in Tsion vestigen en zal Gods macht zich uitstrekken over de aarde zoals rivieren die overal naar toe uitstromen. Het is hier waar ook het woordverband tussen je’or יאר (= rivier) en ‘adír אדיר naar voren komt (Jesaja 33:21). Zoals een rivier namelijk overal naar toe stroomt en zijn invloed overal merkbaar is, zo reikt Gods macht vanuit Zion naar de gehele aarde. Zion zal het ‘machtscentrum worden van waaruit God de aarde regeert. En met Gods macht zal ook Zijn Torah, Zijn onderwijzing, vanuit dit machtscentrum uitgaan: ‘Want uit Zion zal de torah uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem’ (Jesaja 2:3). Zijn onderwijzing zal dus ook overal op aarde invloed hebben, om die reden wordt hier voor het woord אדיר ‘ádír bij het woord ‘torah’ (= onderwijzing) gebruikt (Jesaja 42:21). Interessant is dat het woord ‘ádír tevens wordt gebruikt in een lied van Pesach, het Paasfeest. Al eeuwen lang wordt door de Joden aan het eind van de Sedermaaltijd het ‘Adir hu’ הוא אדיר gezongen. Dit prachtige loflied (zie deze link), waarin God op alef-bethische volgorde de lof wordt toegezongen, bevat een smeekbede aan God om Zijn huis, de tempel, te herbouwen en verwijst hiermee naar de Messiaanse vredestijd 4). Ook hier wordt de verlossing uit Egypte gekoppeld aan de uiteindelijke verlossing in het Vrederijk.
1) Een oude cipres (Cupressus sempervirens) kan een hoogte van wel 30 meter bereiken en de libanonceder (Cedrus libani) kan zelfs gemakkelijk een hoogte van 60 meter bereiken. Hoewel in onze tijd de ‘verstedelijkte’ mens gewend is geraakt aan flats en wolkenkrabbers, kunnen bomen buiten de steden nog steeds het landschap bepalen. In Bijbelse tijden werden grote oeroude bomen gebruikt als herkenningspunt in het land, of als markering van een (land)grens.
2) Gods Naam is niet alleen van invloed over de hele aarde op één moment, maar ook in de tijd. In het woord ‘ádír אדיר zit het binnenwoord dor דר, dat generatie betekent. Gods invloed kan ook door verschillende generaties heen werken. Zo vormt het woord ‘ádír een mooie combinatie van de letter Aleph, de Eersteling, de Ene Die verbonden is met de volgende generatie, dor דר-a-א.
3) Dit wordt mooi verwoord in een liturgisch lied, getiteld: ‘Ejn adir ke’adonai’ (= Er is niemand zo machtig als de Heer). Maar wellicht kan het diepzinniger worden vertaald door: ‘Er is geen machtige dan de Almachtige’.
4) Er is overigens nog een lied dat verwijst naar de Messiaanse tijd en naar de bruiloft van het Lam. Het lied is genaamd ‘Mi ‘adir al hakol’ (= Hij die Groots is boven alles) en wordt gezongen bij het huwelijk van man en vrouw wanneer zij onder de chuppah (symbolisch hun toekomstige huis) staan.