Een aanzet
Er is geen naam die zo vaak voorkomt in de Bijbel als ישראל Israël: 2512 keer. De eerste keer in Gen.32 waar Jaäkov na een langdurige, nachtelijke strijd met een goddelijk wezen de naam Jisraël krijgt: ‘Uw naam zal niet langer Jaäkov zijn, maar Jisraël, want gij hebt vorstelijk gestreden met God en mensen’ (Gen.32:28).
Een naam met een veelzijdige betekenis
De betekenis van deze naam is veelzijdig: de letters op zich zijn al veelzeggend*, maar er zijn in deze vijf letters ישראל ook duidelijk een paar zinvolle woorden te herkennen. Allereerst de woorden: שר sar (vorst, opperbevelhebber, strijder) en אל ‘el (godheid). Daarom kan men terecht de naam Israël vertalen als ‘Strijder Gods’. Israël is Gods medestrijder, Zijn partner bij de bevrijding van de volkeren uit de slaafse dienst aan de afgoden tot de vrijheid van de eredienst, de lofprijzing van de Ene, de Unieke. Anders gezegd: Israël is Gods medestrijder met het oog op de heiliging van Gods Naam wereldwijd, zodat er vrede en welvaart komt voor alle volken (Ps.67 ).
* Van de vijf letters ישראל verwijst de י Jod naar de zegenende Hand Gods, die over Israël is uitgestrekt, maar ook naar de zegen die Israël doorgeeft aan de volken.
De ש Sin/Shin doelt op de noodzaak om het verleden niet te verdringen, maar te verwerken = schuld te erkennen en vergeving te aanvaarden en schade te herstellen. De Sin/Shin verwijst ook naar Israëls oorsprong, moeder שרי Saraj en naar het einddoel: de שלום shalom voor alle volken. De ר Resh (hoofd, leider) verwijst naar het leiderschap van Israël: een koninklijk, leidinggevend volk van priesters (= van zegenaars en onderwijzers). De א Aleph (eersteling, koploper) duidt op Israëls voortrekkersrol, en de ל Lamed (prikstok) op Israël als ‘prikkelaar’, als stimulans voor de volken om uit te trekken uit het slavenhuis van een afgodische cultuur en op weg naar het land van belofte, dat zo wijd is als de wereld.
`Am Jisraël
Israël is een `am (volk), terwijl de volken rondom meestal gojim worden genoemd. Maar een enkele keer wordt toch ook Israël een goj genoemd, maar dan een goj qádosh (Ex.19:6). Wat is het verschil tussen beide woorden?
Bij goj ligt de nadruk meer op de natuurlijke afstamming en bloedbanden, bij `am, dat samenhangt met `im (met) en `ámad (staan) ligt het accent vooral op de onderlinge gemeenschap en het samen ergens voor staan. Israël is een `am, een volk dat een sterke onderlinge verbondenheid beleeft vanwege de gemeenschappelijke roeping: ‘gij zijt een uitverkoren natie, een leidinggevend priesterlijk volk’, Israël is geen gewone goj, maar een apart gezette goj: qádosh = heilig= apart gezet = verbonden met de Heilige, dé Aparte, de Ene, de Unieke. Israël beleeft en onderhoudt deze verbondenheid met de Aparte voortdurend in de dagelijkse, wekelijkse en jaarlijkse vieringen. Israël is een samenloving (zie ook studietafeltekst Daleth), een ‘am Adonaj.
Israël als Benej Jisraël
Israël is niet alleen een unieke samenleving, verbonden met de Unieke, maar het is ook een volk van enkelingen. Iedere Israëliet heeft in principe een unieke relatie met de Unieke en is geroepen om deze relatie met Hem te onderhouden. Daarom wordt het volk ook steeds aangeduid als benej Jisraël, als kinderen Israëls. Israël is een unieke gemeenschap, een `am, juist ook omdat het een volk is van enkelingen, van individuen. Israël is niet bestemd om een kuddevolk te zijn dat zich domweg laat leiden door tirannieke leiders, maar een volk dat van jongs af aan zich moet trainen in het horen naar het Woord Gods, naar Zijn Torah: Hoor Israël!
Woordsamenhangen
Er is merkwaardige samenhang ישראל en ישמעל tussen Jisraël en Jishmaël. Het verschil zit vooral in de letter Resh (hoofd, leider) en Mem, de letter die verbonden is met midbar (woestijn), met onderweg zijn. Wat houdt dat in? Het is merkwaardig dat er met de naam van עשו Esav, Israëls tweelingbroer, die veel dichter bij hen staat, veel minder letterverband is, alleen de ש Sin. Heeft dit iets te betekenen? Misschien dat het volk van Ismaël verder gevorderd is, maar meer onderweg is, meer afstand genomen heeft van de heidense afgoden dan het Ezauvolk, dat in de Hebreeuwse traditie vereenzelvigd wordt met de Romeinen en met het Romeinse Christendom dat nog veel banden heeft met de volksgoden en de volksreligie? De Calvinistische vaderen zeiden: ‘Liever Turks dan Paaps’. Is dat terecht? Iemand zei: ‘Islam en Christendom zijn principieel ongelijksoortig, maar principieel gelijksoortig in hun afkeer van Israël’.