Uiting van blijdschap op een overwinning
Het werkwoord עלץ `álats betekent jubelen of opspringen van vreugde, maar duidt specifiek op blijdschap na een overwinning uit een verdrukte situatie. Dit wordt benadrukt door het woordverband tussen עלץ `álats en חלץ chálats, bevrijden uit gebondenheid (Zie psalm 81:7, 116:8).
Een Bijbelplaats waar dit woord gebruikt wordt is Psalm 68, een overwinningslied waarin God Zijn vijanden verdrijft en de rechtvaardigen jubelen van vreugde als God hen uit de verdrukking heeft bevrijd. Hoewel het woord עלץ `álats slechts enkele keren buiten de psalmen wordt gebruikt, is de eerste keer tevens een loflied. Namelijk de lofzang van Hannah (1 Samuël 2:1). Ook in deze tekst beschrijft Hannah dat zij boven haar vijanden, ‘ójêbhaj staat door Gods hulp.
Bij Hannah was deze vijand in de persoon van Penináh. Opvallend is hier het binnenwoord לץ léts, spotten in het werkwoord עלץ `álats. Penináh onderdrukte Hannah door met haar te spotten omdat ze geen kinderen kreeg. Hannah vertrouwde op God en schuilde bij Hem en dit bracht haar uiteindelijk de vreugde over haar verlossing (Psalm 5:11, 9:2).
עלץ `álats = boven uit stijgen
Het werkwoord עלץ `álats wordt op enkele Bijbelplaatsen terecht vertaald met huppelen of opspringen (zie bijvoorbeeld Spreuken 28:12). Het aspect van een naar bovengaande beweging, zit namelijk ook verborgen in het woord zelf als binnenwoord. Het binnenwoord dat terug te vinden is in עלץ `álats is het woord על `al en betekent ‘boven’ of ‘naar omhoog’1).
Het gaat hier niet om de vreugde die boven alles uit stijgt, als een vorm van extase, maar om de situatie waar men bovenuit stijgt: men wordt dan in feite uit die situatie bevrijd, verlost. Het woord עלץ `álats wordt in de Bijbel vaak gebruikt als een rechtvaardige wordt verlost uit een benarde situatie (Psalm 68:3, Spreuken 11:10, 28:12). Interessant is het om het woord עלץ `álats te lezen als צ– על, `al-ts, met de letter צ tsádé als צדיק tsádiq, de rechtvaardige. Zo betekent het woord עלץ `álats in letterlijke zin: vreugde vanwege het omhoog doen gaan van de rechtvaardige. Het gaat dus om de rechtvaardige en niet de Goddeloze die zich verblijdt na een overwinning. In Psalm 25 schrijft Koning David: ‘laat mijn vijanden niet van vreugde over mij opspringen’, oftewel, laat ze niet overwinnen en zich daarover verheugen (Psalm 25:2).
‘חlats wordt niet alleen gebruikt voor mensen, maar komt ook voor in abstracte vorm. Zo kunnen het hart, de velden en de stad figuurlijk opspringen van vreugde, עלץ `álats (1 Samuël 2:1, 1 Kronieken 16:32, Spreuken 11:10). Toch kan dit ook letterlijk worden gezien zoals het hart dat sneller gaat kloppen bij vreugde, velden die bloeiend opkomen als ze verlost zijn van de winterse kou en mensen in een stad die juichend op en meer springen.
עלץ `álats, `alaz en `alaš
Er zijn een aantal woorden die zowel woordverband als klankverband hebben met het werkwoord עלץ `álats. Hierbij zijn de צ tsádé, ז zayin en ס samech verwisselbare letters omdat zij wat betreft hun klank overeenkomst vertonen. Wat betreft de betekenis lijken deze werkwoorden ook synoniemen zoals het werkwoord עלז`álaz, dat ook jubelen of vrolijk zijn betekent. Hetzelfde geldt voor het woord עלס`alaš, dat betekent genieten van, vrolijk zijn.
1) Deze opgaande beweging wordt ook weerspiegeld in het woordverband tussen het woord עלץ`álats en het werkwoord עלה `áláh, opgaan, reizen (naar hoger gebied). Bij het opgaan naar Jeruzalem, verblijdden, עלץ `álats, de pelgrims zich over Gods wondere werken (Psalm 9:3, 1 Kronieken 16:32).