Hebreeuwse werkwoorden kunnen net zoals in het Nederlands verschijnen in verschillende werkwoordsvormen: de gewone vorm, de lijdende vorm, wederkerige vorm e.d. Het Hebreeuws gebruikt ook de zgn. ‘doe-vorm’. In het Nederlands hebben wij bijvoorbeeld het werkwoord drinken en iemand ‘doen drinken’ is drenken. Deze doe-vorm, de hiphiel, komt veel voor in het Hebreeuws en kenmerkt zich o.a. doordat er bij de stam van drie basisletters (het Hebreeuwse werkwoord heeft een stam of wortel van drie letters) ervoor de letter Hé’ komt en tussen de tweede en derde letter een Jod. De Jod en de Hé’ samen vormen het woord Jáh (HERE God). HalleluJah = laten we Jáh, de HERE God loven!
De Hebreeuwse God is niet alleen een ‘doende’ God, actief scheppend bezig zijnde, maar Hij Zelf is ook een werkwoord: Aanwezig Zijn, er bij zijn. JHWH komt van het werkwoord hajah, Immanuël, God is met ons.
Loven en danken is in het Hebreeuws ook een doe-vorm. De kale stam van de drie basisletters is jádáh, Jod Daleth Hé ’ ידה.
Bijzonder aan Gods Taal is dat we de Hebreeuwse woorden ook kunnen ‘intalen’. Vaak zeggen de letters en kleine woordjes in een stam al iets over de betekenis van het woord. Kenners van Hebreeuws herkennen in jádáh de letters Jod Heh (HERE God) maar ook Jod Daleth (hand). Loven is feitelijk een handeling waarbij wij God loven met onze handen omhoog, naar Hem toegericht. Mijn vader zei vroeger wel eens: “Yaïr, je moet niet janken maar danken.” Al dankende halen wij God Zelf naar ons toe, immers Hij troont op de lofzangen van Israël (Ps 22:4). In “Lechaijim” staat: ‘Dankend zijn we meer mens dan denkend’. Niet in het verwoorden, maar in het antwoorden ontplooit en voltooit zich ons menszijn. In wezen zijn we een antwoord: ons ego is een echo op de Stem van de Schepper Die elk van ons bij name riep en roept. Door op die roep te reageren – “U dank ik, Die mijn Schepper zijt” – brengen we onze naam, ons unieke wezen, ter sprake. In de eredienst komt onze echo tot klinken: “ik” tegenover “Gij”. De bestemming van ons bestaan is staan voor God met lof en dank: wie niet looft, leeft niet ten volle’.
(Drs. R. Strijker, Lechaijim, op zoek naar een nieuwe levensstijl, 1993/4, Studiehuis Reshiet)