07-03-2023

Woordstudie háŝah

Innerlijk zwijgen

Het werkwoord háŝah betekent‭ ‬zwijgen‭ ‬of‭ ‬stil‭ ‬zijn‭. ‬Meteen valt de harde‭ ‬‘s’‭-‬klank op‭, ‬die wordt veroorzaakt door de samech in het midden van het woord‭. ‬Iedereen zal die harde‭ ‬‘s’‭-‬klank ook in het Nederlands herkennen als iemand stilte gebiedt‭: ‬‘ssst‭!‬’‭. ‬Het Engelse‭ ‬‘hush’‭ (‬van het werkwoord‭: ‬to hush‭) ‬ligt wat dat betreft nog dichter bij de Hebreeuwse gebiedende wijs‭: ‬Haŝ‭. ‬In de Bijbel wordt het werkwoord háŝah eenmalig in de hiphiel-vorm‭, ‬de doe-vorm‭, ‬gebruikt‭. ‬Het wordt vertaald met‭: ‬het zwijgen opleggen‭, ‬tot bedaren brengen of stil doen zijn‭ (‬Numeri 13:30‭). ‬Maar in alle andere gevallen wordt het gebruikt in de Piél-vorm‭, ‬de versterkte vorm‭, ‬als uitroep‭: ‬Zwijg‭!, ‬Stilte of Wees stil‭! ‬Hoewel háŝah inderdaad vertaald wordt met‭: ‬stil zijn‭ ‬of‭ ‬bedaren‭, ‬ligt de betekenis eigenlijk veel dieper‭. ‬Dit komt duidelijk naar voren in Nehemia 8‭, ‬waar twee verschillende woorden voor‭ ‬stil zijn‭ ‬worden gebruikt‭. ‬De Levieten brengen het volk tot zwijgen‭, ‬chásháh‭ (‬er is wel enig klank-verband‭!) ‬en vervolgens wordt het volk‭ ‬opgeroepen stil te zijn‭, ‬háŝah‭, ‬vanwege een heilige dag‭: ‬‘En de Levieten stilden al het volk‭, ‬zeggende‭: ‬Zwijgt‭, ‬want deze dag is heilig‮…‬’‭. ‬Dit illustreert duidelijk dat het werkwoord háŝah niet alleen gaat om‭ ‬stilte met de mond‭, ‬maar ook‭ ‬stil zijn van het hart‭. ‬Het is als het ware een‭ ‬innerlijk zwijgen‭, ‬met je hele wezen tot ontzag komen‭. ‬

Stilte voor Gods oordeel

Het werkwoord háŝah wordt in de Bijbel verbonden met het oordeel‭. ‬Zo schrijft de profeet Amos over het Noordelijke rijk van Israël dat in ballingschap wordt gevoerd‭. ‬Tot tweemaal toe wordt de‭ ‬ontzag-wekkende stilte‭ ‬beschreven die overblijft tijdens Gods oordeel‭ (‬Amos 6:10‭, ‬8:3‭). ‬Een ander voorbeeld vinden we in Richteren 3‭. ‬God stuurt de richter Ehud als verlosser naar het volk Israël en voltrekt Gods oordeel aan de onderdrukker Eglon‭, ‬Koning van Moab‭. ‬Hoewel iedere‭ ‬Bijbelvertaling standaard vertaalt dat de Koning het bevel tot stilte geeft‭, ‬is er in het Hebreeuws de mogelijkheid tot een andere belichting van de tekst‭. ‬De zin verandert namelijk niet van persoonsvorm‭: ‬‘Waj’omer dêbhar‭ ‬ŝéther lí‭ ‬‘élejkhá hamelekh‭, ‬waj’omer háŝ’‭, ‬En hij‭ (‬Ehud‭) ‬zei‭: ‬‘Ik heb een verborgen woord voor u‭, ‬o koning‭, ‬en hij‭ (‬Ehud‭) ‬zei‭: ‬‘Stilte’‭. ‬In de tekst staat dus niet direct dat de koning opdracht geeft tot‭ ‬stilte waarna iedereen weggaat‭. ‬Het woord háŝ‭ ‬impliceert Gods oordeel‭, ‬de omstanders begrepen wellicht dat ze weg moesten gaan als Ehud deze‭ ‬‘stilte voor de storm’‭ ‬aankondigde‭ (‬Richteren 3:19‭). ‬Zo’n zelfde opvallende keuze voor het woord háŝah vinden we in het boek Numeri‭, ‬waar het woord voor het eerst gebruikt wordt‭. ‬Als de twaalf verspieders uit het beloofde Land terugkomen en vertellen over overvloed in het Land‭, ‬maar ook over de‭ ‬‘reusachtige’‭ ‬vijanden‭, ‬brengt‭ ‬Kaleb het volk‭ ‬tot‬bedaren‭. ‬Vreemd genoeg wordt hier juist het werkwoord háŝah voor gebruikt‭: ‬wajahaŝ‭ ‬kálébh‭ ‬‘eth há`ám‭ (‬Numeri 13:30‭). ‬De vraag is waarom hier niet bijvoorbeeld het werkwoord cháshah wordt gebruikt en waarom de mensen innerlijk moesten zwijgen‭. ‬Een antwoord hierop kan zijn dat zijn woorden‭ ‬profetisch geladen waren‭ ‬en impliciet reeds verwezen naar‭ ‬Gods oordeel‭, ‬dat zou plaatsvinden toen de tien verspieders een kwaad gerucht onder het volk verspreidden‭, ‬waarmee ze twijfelden aan wat God‭ ‬beloofd had‭. ‬Slechts enkele verzen later lezen we over dit oordeel‭: ‬‘Ik zal het met de pest slaan en het uitroeien’‭ (‬Numeri 14:11-12‭).‬

Verstommen voor Gods Heiligheid

Het volk twijfelde aan Gods soevereiniteit‭, ‬Zijn Heiligheid‭, ‬waardoor Zijn oordeel plaatsvond‭. ‬Het is Gods Heilige aanwezigheid1‭), ‬die de mens tot‭ ‬innerlijk zwijgen‭ ‬moet brengen‭: ‬‘Zwijg‭ ‬voor het aangezicht van de Here JHWH‭, ‬want nabij is de dag van JHWH’ (Sefanja 1:7)2). Het werkwoord Háŝah‭, ‬wordt in de helft van de keren gebruikt in combinatie met het woord qódesh‭, ‬heilig‭. ‬Zo ook in de profetie van Zacharia waar‭ ‬een oproep wordt gedaan om‭ ‬stil te zijn‭, ‬als reactie op Gods Heiligheid‭: ‬‘Zwijg‭, ‬Háŝ‭, ‬alle vlees‭, ‬voor het aangezicht des HEEREN‭! ‬want Hij is ontwaakt uit Zijn‭ ‬Heilige‭ ‬woning’‭ (‬Zacharia 2:13‭). ‬In de Bijbel worden meerdere woorden gebruikt voor stil zijn of zwijgen. Het werkwoord háŝah duidt echter niet alleen op een stil zijn naar buiten toe‭, ‬het gaat ook om een‭ ‬innerlijk zwijgen‭. ‬Het gaat om een‭ ‬innerlijk ontzag‭ ‬voor God‭, ‬wanneer Hij zich als De Heilige openbaart‭: ‬‘Maar de HEERE is in Zijn heilige tempel‭. ‬Zwijg‭ ‬voor Zijn aangezicht‭, ‬gij ganse aarde‭!‬’(Habakuk 2:20). De gehele mensheid wordt opgeroepen tot dit stilzwijgen voor Gods Aangezicht, niemand uitgezonderd. Het werkwoord háŝah wordt gebruikt in de Piél-vorm‭, ‬de versterkte vorm‭, ‬de mens wordt niet alleen opgeroepen‭, ‬het is gebiedende wijs‭: ‬Zwijg‭! ‬Het enige dat de mens dan kan doen is schuilen bij Hem‭. ‬Dat tot uitdrukking komt in het woordverband met chaŝah‭ (‬zie Sefanja 3:12‭).‬

De stemmen zullen verstommen

Er is een opvallend woordverband met het werkwoord hágah‭, ‬prevelen‭, ‬mompelen‭ ‬of zoals vertaald in Psalm 1‭: ‬‘maar aan des HEREN onderwijs‭, ‬Torah‭, ‬zijn welgevallen heeft‭, ‬en diens onderwijzing‭, ‬Torah‭, ‬overpeinst‭ ‬bij dag en bij nacht‭.‬’‭ ‬Nu nog is de tijd van hágah‭, ‬mompelen‭, ‬Gods woord overpeinzen3‭), ‬straks als God in volle glorie verschijnt zal het een Tijd van háŝah‭, ‬van‭ ‬eerbiedig zwijgen‭ ‬zijn‭. ‬Interessant is het letterverschil tussen de twee woorden‭: ‬in het woord hágah staat de letter Gimel centraal‭, ‬de letter van‭ ‬de‭ ‬beweging‭, ‬tijdens het peinzen‭, ‬het mompelen of prevelen komt de mond in beweging‭. ‬Terwijl juist in het woord háŝah de‭ ‬‘gesloten’‭ ‬letter samekh die centrale positie inneemt‭. ‬De Samekh die staat voor het omringen‭, ‬het rond worden en daarmee het‭ ‬sluiten‭, ‬symboliseert daarna de mond die gesloten wordt door Gods aanwezigheid4‭). ‬Onze innerlijke stem wordt verstomd‭. ‬Stilte voor het oordeel komt ook voor in Openbaringen 8:1‭.‬

1‭) ‬Er is een duidelijk woordverband tussen met háŝah en hájah‭, ‬dat betekent aanwezig of erbij zijn‭. ‬Het is de vierletterige Godsnaam‭, ‬die van dit werkwoord is afgeleid‭. ‬Gods naam‭ ‬doet ons innerlijk zwijgen‭, ‬Gods naam is heilig‭! (‬Amos 6:10‭).‬

2‭) ‬Ook hier komt het werkwoord qádash weer naar voren‭: ‬‘Hij heeft zijn geroepenen geheiligd’‭. ‬Alleen degenen die geheiligd zijn kunnen in Gods aanwezigheid verkeren‭.‬

3‭) ‬Afgeleid van het werkwoord hágah is het woord hágíg‭, ‬een verzuchting‭, ‬stil gebed‭. ‬In deze tijd kan de mens nog zachtjes en vol ontzag bidden tot God‭, ‬totdat Hij zich zal openbaren en zelfs ons prevelen volledig zal verstommen tot een innerlijk zwijgen‭ (‬háŝah‭).‬

4‭) ‬Het werkwoord háŝah heeft ook woordverband met hámah‭, ‬mompelen‭, ‬met gesloten mond geluid maken‭.‬

Ruben vd Giessen