Wijn is jajin יין in het Hebreeuws, met de letter Jod (hand) voorop. De Jod י is het Hebreeuws ook de aanduiding voor de persoonsvorm hij. Wijn komt niet van de koe of de geit, weten we, maar ontstaat mede door menselijk handelen. Adonai zorgt voor de vrucht van de wijnstok en de mens maakt er een ingenieus maar ook ‘gevaarlijk’ drankje van: jajin, wijn.
Wanneer we de dankzegging, beracha ברכה uitspreken over wijn, danken we echter niet de mens maar de Here, Hem ‘die de vrucht van de wijnstok heeft geschapen: ‘boreh pri ha’gaphen’. בורא פרי הגפן In het woord jajin יין komt 2 x de Jod יי voor en dat is een afkorting van de GodsNaam. In de wijn is Hij als het ware verborgen aanwezig. Jehoshua/Jezus vergelijkt Zich met de wijn wanneer Hij tijdens Zijn laatste seideravond in het jaar ’30, vlak voor Zijn sterven, de beker neemt, de zegen uitspreekt en zegt dat we altijd Hem moeten gedenken wanneer we wijn drinken: ‘Doet dit zo dikwijls gij die drinkt tot Mijn gedachtenis’ (1 Kor. 11:25)! Dus dan ook wanneer we een wijntje drinken op een verjaarfeestje, in een restaurant of op een doordeweekse avond op de bank? Jazeker! Wijn is voor eeuwig verbonden met onze Schepper en met Jehoshua/ Jezus, dat is niet los te koppelen. Goed om te overdenken wanneer u weer eens een wijntje drinkt.
In het Nederlands, Duits, Engels, Frans, Italiaans etc. is de beginletter van het woord wijn niet de Jod י oftewel de Hij voorop, maar de letter Waw ו, de w of v: vino, wine, wein etc. De letter Waw ו verwijst naar de zesde letter, die symbool staat voor de mens, die op de zesde dag geschapen is, die het sluitstuk is van Gods Schepping. Ook al kan de ‘Wawmens’ heel veel maken, is hij enorm creatief en geschapen naar het beeld van de Aanwezige God, toch beginnen er in Gods taal, het Hebreeuws, nagenoeg en opvallend, slechts een paar woorden met de ‘mensletter’ Waw ו voorop. Bescheidenheid hoort op zijn plaats te zijn voor de mens. Vandaar jajin יין en geen wajin ויין …
Het is een Bijbelse traditie om altijd de zegen uit te spreken voor iets wat we nuttigen, want alle voedsel hebben we uiteindelijk van onze God ontvangen, ook al hebben we er zelf voor moeten ‘zweten.’ Lechajim, לחיים proost: op het leven!