Het Hebreeuwse woord שבועות shábhu`óth (uitspraak sháwuoth) is het meervoud van שבוע shabhúa`: zevental, week. De woorden שבוע shabhúa`, zevental en שבע shebha`: zeven, zijn verwant met שוב shúbh, omkeren.
Shábhuòth is de naam voor de slotdag van het Pesach-Uittochtsfeest of het Voorjaarsbevrijdingsfeest. Het lijkt een vreemde naam: ‘weken’. Maar de naam verschilt niet zoveel van de naam die wij aan dit slotfeest geven ‘pinksteren’. Het woord ‘pinksteren’ is een verbastering van het Griekse pentacosta = 50 = 7 weken plus 1. Toch zit er ook nog een verdieping in het woord שבועות (weken). Dat zit in de samenhang met het al genoemde werkwoord שוב (shúbh: omkeren). Elke week keert de tijd, maar niet zonder dat wij daar ook zelf bij betrokken zijn. De week is een heel ander tijdsbestek dan de dag of het jaar die beide geheel buiten ons om bepaald worden door de wentelingen van onze aarde om zijn as en om de zon. De week is een aparte goddelijke instelling, die niet in de natuur zelf zit. Wij kunnen die aparte instelling dus ook negeren. Wij kunnen weigeren om de tijd te laten keren elke zeven dagen, wij kunnen weigeren om de wekelijke Rustdag (Shabbat) of de wekelijkse Toerustingsdag (Zondag) in acht te nemen. We kunnen ook weigeren om zelf te keren, om ons te bé-keren.
Het feest van שבועות (van de zeven shabatoth = van de zeven keerpunten na Pesach) is eigenlijk het grote jaarlijkse bekeringsfeest, ter herinnering aan de radicale bekering van Israël bij de Berg Sinaj. Want toen God neerdaalde als een huiveringwekkende Stem en er bloed gesprenkeld werd, niet aan de deurposten, maar op de hoofden van elke Israëliet, keerde het volk radicaal om: van een onsamenhangend slavenvolkje werd het een uniek Godsvolk, een Messiaans volk, een Gezalfde met een unieke roeping: ‘gij zijt voor Mij een koninkrijk van priesters met het oog op héél de aarde, want héél de aarde behoort Mij’ (Exodus 19:6). Eeuwen later, op Shawu`oth in Jeruzalem, toen God opnieuw neerdaalde in het midden van Zijn volk, dit maal in een storm, in een Heilige Windvlaag en met Vurige Vlammen op de hoofden, werd een stel eigenwijze en toen het er op aankwam lafhartige vissers uit Galilea radicaal bekeerd tot een stootgroep van onverschrokken getuigen voor het Koninkrijk Gods.
Nog enkele woordverbanden: שבע shábha`, een eed afleggen, trouw beloven, een verbondsrelatie aangaan: in feestelijk-plechtige vieringen wordt de verbondsrelatie tussen God en Zijn volk als het ware opnieuw met een eed bevestigd.
שבח shábhach, a. prijzen, gelukkig prijzen b. kalmeren, stillen: in de lofprijzing kalmeert onze ziel, komt ons diepste innerlijk tot rust, en dat vooral ook in het Shabhua`-feest, het feest van de omkering, van de bekering’.
Er is ook woordverband met שבה shábháh, afvoeren als gevangene en met שבות shávúth, gevangenschap: zonder de bevrijdende en heiligende Werking van met de Heilige Geest is de mens een gevangene van onheilige geesten.