Torah is afgeleid van het werkwoord jarah ירה (werpen, aanwijzen, onderwijzen). Torah kan het best vertaald worden als ‘aanwijzing’, ‘onderwijzing’, ‘richtlijn’. Maar jarah kan ook ‘beregenen’, ‘water werpen’ betekenen. Een onderwijzer, moreh, מורה ‘beregent’ de leerlingen: alsof het plantjes zijn worden woorden over hen uitgegoten. Leraren kunnen hun leerlingen niet zelf laten groeien, dat is een gebeuren van Hoger hand, maar zij kunnen wel hen ‘beregenen’ met betekenisvolle ‘groeizame’ woorden.
Jarah ירה hangt ook samen met het werkwoord jarad ירד naar beneden gaan. Een goede leraar (moreh מורה) daalt af (joreed יורד) naar het niveau van zijn leerlingen om daarvandaan hen naar boven te stimuleren.
Van Jarad komt ook de naam van de rivier de Jordaan ירדן (zie Varia blz. 11). Verborgen in het woord jara ירה zijn ook de letters jod heh יה die samen de afgekorte versie vormen van de GodsNaam Jah יה /God. Zo goed als wereldwijd kent men de uitdrukking Hallelu-Jah, הללויה: laten wij Jah/God prijzen.
Bijzonder dat in het werkwoord aanwijzen ook degene die de Aanwijzing geeft verborgen is…
Het is een eenzijdige vertaling om het woord torah steevast met ‘wet’ weer te geven. In de Hebreeuwse Bijbel worden meerdere woorden gebruikt om regelgeving aan te duiden. Het woord choq חק (wet, besluit) is er daar ook één van.
In Ex. 29:28 staat er choq le olam, חק לעולם het is een eeuwige inzetting om aan de priesters een deel van het ‘vredeoffer’ te geven. In Psalm 2:7 zegt de psalmist: “Ik zal vertellen over de choq Adonai חק יהוה, over de vastgestelde zaak, het vaste besluit van JHWH: Gij zijt Mijn zoon, vandaag heb Ik U verwekt.
Choq חק heeft woordsamenhang met het werkwoord chaqaq, חקק inkerven. Zowel jara, onderwijzen als choq, wet/besluit zijn zaken die de Schepper de mensen wil inkerven, inprenten zodat wij als vanzelf zullen doen wat Hij wenst, dat Zijn wil (wet/besluit)geschiede.