Het Hebreeuwse werkwoord ענן inén (ayin, nun, sluitnun) betekent wolken verzamelen. Het zelfstandige naamwoord is ענן ánán (dezelfde letters, maar andere beklinkering) en betekent wolk, wolkendek. Het woord komt vaak voor in Exodus (שמות Smot) en Numeri (במדבר Bemidbar) en zeer regelmatig in het boek Ezechiel (יחזקאל Yecheskel).
De eerste maal dat het werkwoord in de Bijbel voorkomt is in Gen. 9:15, (בראשית Bereshiet) waar over de regenboog geschreven staat, dat die in de wolken zichtbaar zal zijn als teken van het verbond van Adonai met Zijn Schepping. Numeri 9:15 beschrijft hoe de wolk, ענן ánán, vanaf het moment dat de Mishkan משכן, het heiligdom in de woestijn, midbar מדבר werd opgericht, deze bedekte en als een richtingaanwijzer fungeerde. Zo wist het volk Yisrael ישראל wanneer zij mochten optrekken en wanneer zij mochten stoppen met reizen.
De ענן anan was soms klein, zoals bij het bedekken van de mishkan משכן, soms weer groot; in Exodus 24:15 bedekte de wolk de gehele berg Sinai סני zes dagen lang, terwijl de Israëlieten zagen dat Adonai’s Aanwezigheid zichtbaar was als een laaiend vuur op de top van de berg.
De ענן anan, wolk, fungeerde als een soort luidspreker. Op de zevende dag sprak Adonai vanuit de wolk en toen trad Moshe (משה Mozes) de wolk in en klom verder omhoog.
In Deut. 31:15 verschijnt Adonai aan Moshe en Jehoshua יהושע in een ‘wolkpilaar,’ die precies boven de ingang van het Heiligdom bleef hangen. Bedenk dat het zeer waarschijnlijk verder een stralend blauwe hemel was in de woestijn. Wolken ziet men overdag vrij zelden in de woestijn. Hoe bijzonder en om kippenvel van te krijgen moet dat zijn geweest!
In Ex. 13: 21 wordt deze wolkpilaar עמוד ענן amoed anan, ook genoemd als de richtingaanwijzer voor overdag ten opzichte van de עמוד אש amoed esh, de vuurpilaar, die hen in de nacht de weg wees, of ‘gewoon’ als nachtlamp diende.
De zgn. cumuli zijn, zoals wij dat vandaag de dag noemen, ‘mooi weer’ wolken. Het zijn bolle ‘katoenvlokken’ die in de lucht hangen, loodzwaar en gevuld met waterstofdeeltjes. Een wolk weegt meer dan enkele olifanten bij elkaar. Het gewicht van de waterdamp in een dikke wolk is gigantisch. Maar die deeltjes in de cumuli zijn niet zwaar genoeg om er regen uit te laten komen, het is een ‘bedrieglijke’ wolk.
Koning Salomo dicht in Spreuken 25:14: “wie prat gaat op een geschenk zonder waarde is als wind en wolken zonder regen.”
In de Hebreeuwse tekst staat hier niet het woord ánán maar een synoniem: nesie’iem נשיאים . Adonai kan tot de wolken spreken en er water uit laten komen. In Job 38: 36 vraagt Adonai aan Job of hij dat ook kan…
Wolken worden in evenwicht gehouden door zwaartekracht en warme lucht, die naar boven stijgt. In Job 37: 16 staat dat het Adonai is die het evenwicht van de wolken in stand houdt.
Job was een man met natuurkundig inzicht. Hij schrijft in 37:16: ‘Hij bindt de wateren bijeen in Zijn wolken zonder dat het wolkendek daaronder scheurt’. En Adonai? Hij verbergt zich daarin.
Ezechiël 30:3 schrijft dat de dag van Adonai, יום ליהוה jom laJHWH dichtbij is, de dag van de wolk zal het zijn, jom anan. Hij zal weer verschijnen zoals eerst in de woestijn. Het zal een angstaanjagende dag zijn vlg. Ezechiël: de dag van het oordeel over de volkeren.
Wanneer verschillende Hebreeuwse woorden enige stamletters gelijk hebben is er dikwijls een logisch verband te zien of te vinden tussen de woorden. In ieder geval helpt het ‘Hebreeuwse letters associëren’ tussen verschillende woorden u ook om sneller Hebreeuwse woorden te onthouden.
Enkele woordverbanden met ענן anan:
ענף anaph= dichtbegroeid
Twee letters gelijk aan ánán ענן, de ayin ע en nun נ. Een wolk is een compacte massa waterstof, a.h.w. dichtbegroeid , ענף ánaph.
De ayin ע en nun נ zijn ook aanwezig, ענק ának is immens groot in het woord voor reusachtig. Enakskinderen waren reuzen. Anak is ook in modern Hebreeuws het woord voor groot, enorm. Een ánán, wolk, kan ook enorm groot en vooral enorm zwaar zijn. Daar komt een groot ‘schip met zure appels’ aan…
ענו ánav is zachtmoedig.
De ע ayin en נ nun komen ook voor in het woord ánáv ענו, Anáv betekent ook nederig, deemoedig. Adonai hult Zijn Aanwezigheid in een op het oog zachte, bescheiden substantie. Niet in een gouden koets of vuurwagen daalt Hij naar ons af maar zachtmoedig, gekleed in een wolk.
Er is nog veel meer te ontdekken wanneer u ook via een concordantie en woordenboek de woorden opzoekt en al surfend door Zijn ware Woord gaat. U zult in ‘de wolken’ zijn ϑ
לשון / שפה
In het Hebreeuws zijn er twee woorden voor ‘taal’: lashon en sapha. Letterlijk betekent lashon tong en sapha lip. Om duidelijk te kunnen spreken werken tong en lippen samen om taal voort te brengen. Het werkwoord waar lashon vandaan komt is lamed shin nun. Dit werkwoord komt in de zgn. doe-vorm (hifiel vorm) voor en betekent lasteren, kwaadspreken. De tong is maar een klein spiertje en men kan er prachtige woorden mee maken, maar de tong is ook verantwoordelijk voor veel ellende. Kwaadsprekerij is lashon hara לשון הרע.
Lasterpraat staat in de Joodse traditie bijna gelijk aan het doden van iemand. Met gemene woorden beschadigt men de ander. Hoeveel van ons lijden mogelijk nog steeds onder woorden die in hun jeugd tegen en over hen zijn uitgesproken. Woorden van afwijzing of nog erger.
Adonai Zelf is lashon, Hij is Taal en letterlijk letters. Hij is een sprekend Wezen, tastbaar. Het Woord kwam tot… en sprak…
Bachan בחן betekent beproeven, louteren, toetsen zoals men goud zuivert. Job (איוב Ieobh in het Hebreeuws) gebruikt het werkwoord in hfst. 23: 10 (‘als Hij mij toetste zou ik zijn als goud’).
De eerste vervoeging van Bachan komen wij tegen in Gen. 42: 15 wanneer Joseef (יוסף) zijn broeders gaat toetsen of zij wel betrouwbare mannen zijn en inderdaad terugkomen met Benjamien בנימין.
De psalmist dicht in 17: 3 ‘u heeft mijn hart en gevoelens onderzocht’. De hersenen van de mens worden niet beoordeeld maar de hartsgesteldheid. “Mijn zoon… geef mij uw hart” לב zegt Adonai. Waarom ‘pakt jouw hart je in’ vraagt Job in 15:12.
Vanuit ons hart ontspruiten immers allerlei gedachten, ten goed of ten kwade. Afhankelijk van welke Ruach רוח wij er doorheen laten stromen, handelen en wandelen wij ‘zus of zo.’ Het hart is een ‘hol’ orgaan met vier ‘lege’ kamers, die zich steeds willen laten vullen met zuurstofrijk bloed van de Ruach haKodesh (רוח הקודש Heilige Geest). Wanneer Zijn Geest er niet doorheen waait, wie of wat dan wel?
Waarom moet er getest worden? Voor bijna alles wat je kunt bedenken is er bij de mensen een test nodig, een beproeving. Een gezondheidstest als baby of oudere wanneer je ergens wilt worden toegelaten, de school/studietoetsen, het rijbewijs. Vrienden en echtparen toetsen elkaar steeds weer op hun betrouwbaarheid en loyaliteit jegens elkaar en je krijgt ook een ‘test,’ zoals wij, voordat men wil immigreren naar Israël (aliyah) עליה … etc.
Ook en vooral Adonai toetst en wil dat wij ‘slagen’ voor Zijn testen. Hij wil dat wij heilig zijn omdat Hij Heilig is (Leviticus 19:2) קדשים תהיו כי קדוש אני יהוה אלהיכם ‘Qedoshiem tihijoe kie qadosh ani JHWH elohechem’. Heel duidelijk staat er vervolgens in vers 4 dat wij ons niet moeten inlaten met afgoden, andere wezens die ons kunnen doorademen. Heel zwart-wit gezegd: alles wat niet van Hem is of verbonden met Hem, is van een afgod. Daarmee kunnen wij onszelf al goed testen.
De binnenwoorden van bachan בחן zijn ben בן en chen חן, zoon en genade/gein. Maar ook ben ב chen חן, in- of door genade. Hij toetst ons en beproeft ons uit genade om ons bij Zijn Plan te betrekken. Opdat wij zullen leven en ‘voorleven’ de altoos durende, onvergankelijke inzettingen en adviezen van Adonai.