Geloven in het Hebreeuws betekent: zeggen dat het waar is; bevestigen wat gezegd is; het ergens mee eens zijn. In het Nederlands heeft het werkwoord geloven vooral ook de betekenis van ‘menen dat’. Men zegt bijvoorbeeld: ‘Ik geloof dat de boef die kant op rende.’ In die zin klinkt het niet echt overtuigend.
Het Hebreeuwse werkwoord voor geloven is veel sterker: je bent ervan overtuigd, je weet het zeker, er is geen twijfel mogelijk. Geloof, lehamin, להמין, is afgeleid van áman: vast staan. De zgn. doevorm van het werkwoord lehamin betekent: doen vaststaan, vastmaken, bevestigen. Van dit werkwoord is het mogelijk meest bekende Hebreeuwse woord ter wereld afgeleid: אמן amen. Amen zeggen is ergens volledig achter staan, iets be-amen.
In het evangelie volgens Lukas (18:8) staat de vraag: ‘Zal de Zoon des mensen het geloof op aarde vinden wanneer Hij terugkomt?’ Deze vraag komt na de geschiedenis van de weduwe en de onrechtvaardige rechter.
Geloof zal er vast wel zijn, misschien zitten de kerken wel weer stampvol wanneer Hij komt, maar het geloof? Voor velen is het christelijk geloof als slagroom op de appeltaart, heel zoet en heel lekker, maar de ondergrond van de appeltaart kan oud zijn, oudbakken, oud-heidens (samengesteld uit verkeerd vet).
Zal Hij hét geloof vinden: O pistis, staat er in het Grieks.
Er is geloof als daad: ik geloof, ik be-aam/maak vast wat beloofd is en er is geloof als inhoud: wat geloof ik, welke beloften beaam ik, maak ik vast?
Bij geloof als daad gaat het er niet om hoe groot mijn geloof is, want zelfs een piepklein geloof als een mosterdzaadje kan al wonderen doen, maar om hoe taai het is. In de tekst voorafgaand aan Lukas 18: 8 gaat het om een ontzettend taai geloof; het was niet stuk te krijgen.
Bij geloof als inhoud gaat het om de volle breedte van de Bijbelse beloften, niet alleen voor ons persoonlijk, maar ook voor onze samenleving, ons gezin, ons volk en feitelijk de gehele wereldwijde volkerenwereld met daarbij vooral de Bijbelse beloften voor Israël als het hart van een vernieuwde wereldsamenleving.
Maar er is nog iets dat karakteristiek is voor het Bijbelse geloof: de actie vanuit het geloof, de geloofsactie. Wat is dé actie die uit het geloof voortkomt? Geen politieke of maatschappelijke actie, maar bidden! Volhardend bidden להתפלל lehitpalel, om de vervulling van Gods beloften; bidden om recht zoals deze weduwe deed. Daar begint de gelijkenis ook mee: Jehoshua/Jezus vertelde deze gelijkenis met het oog daarop dat zij altijd – niet eventjes in een kerkdienst- maar altijd moesten bidden: bidden om recht, om de vervulling van Gods beloften. Het zou niet iets volstrekt nieuws voor de apostelen moeten zijn want het was de gewoonte toen en nu nog steeds voor orthodoxe Joden, om dagelijks minstens 3 keer te bidden voor de vervulling van Zijn beloften en voor de komst van de Bevrijder. Maar Jehoshua maakt het nogmaals duidelijk: volhard in je gebed en wees altijd ‘online’ met Hem!
De vraag van Jehoshua יהושע is een heel indringende vraag. En dan gaat het niet alleen om ‘wat geloof ik’ en ‘ben ik gericht op de volle breedte van Gods beloften,’ ook nog niet om ‘hoe taai is dat geloof van mij,’ maar vooral om ‘wat doe ik er mee, hoe volhardend ben ik in mijn gebed om de vervulling van Gods beloften?’ Beloften aan ons persoonlijk; aan ons als gemeente; aan onze samenleving; aan het Joodse volk; aan de volken der wereld; aan onze aarde.
Het verhaal voorafgaand aan de vraag
Waarom gaat de weduwe naar de rechter? Ze wil dat haar recht gedaan wordt. Op basis waarvan, op grond van welke belofte? Had de familie van haar man, toen ze trouwde, haar iets beloofd? Zou zij bijv. levenslang de inkomsten van een stuk grond krijgen? Maar heeft de familie, hebben de broers van haar man haar dit alles afgepakt? Of kan ze zich beroepen op een Mozaïsch wetsartikel? Heeft ze recht op een tweede man, omdat ze geen kinderen heeft? (leviraatshuwelijk). We weten het niet want Lukas licht dat onderdeel niet toe. Hoe dan ook, de weduwe houdt vol! Iedere keer weer, mogelijk dag in dag uit komt ze bij die rechter. Maar die rechter heeft geen respect voor God en dus niet voor de Mozaïsche wetten: ‘Oude koek mevrouw, heb ik niks mee te maken, wegwezen!’ Maar ze houdt vol; de rechter wordt zelfs bang voor haar!
De weduwe, de gemeente en de kernbelofte
Jehoshua gebruikt wellicht niet geheel willekeurig het voorbeeld van de weduwe tegenover Zijn discipelen; de weduwe lijkt hier het beeld van de gemeente. Nadat Jehoshua naar de hemel gevaren is zonder Partner riep Mirjam uit: ‘Onze Heer is van ons weggenomen, ons ‘Hoofd, onze Echtgenoot (in het Hebreeuws heet de echtgenoot: ‘heer’, baäl בעל). Omdat onze Echtgenoot is weggenomen hebben wij als gemeente ‘wettelijk’ recht op een andere Partner, op een Vervanger, een Trooster! Immers, Die is ons uitdrukkelijk beloofd: ‘Ik zal u de Trooster zenden,’ (Joh. 14) de Heilige Geest רוח הקודש Ruach haqodesh is de Trooster Die Jehoshua vervangt.
Dat is de kernbelofte waarin alle Bijbelse beloften zijn samengevat, gebundeld: de Heilige Geest is Jehoshua יהושע Zelf, is God Zelf, Die bij ons wil zijn, bij ons wil wonen, nog sterker: Die in ons wil wonen. En dat betekent alles: radicale bevrijding en radicale vernieuwing. Bevrijding van mijn schuldige verleden, want de Heilige Geest ‘overtuigt mij van zonde en oordeel;’ van persoonlijke zonden, maar ook van gemeenschappelijke zonde en schuld. Er rust een collectieve schuld op ons als gemeente en op ons als Christenheid tegenover het Joodse volk. Elke echte opwekking begint niet alleen met persoonlijke schuldbelijdenis, maar ook met diepe gemeenschappelijke schuldbelijdenis tegenover het Joodse volk en tegenover God.
Pas na de bevrijding van schuld, wat tevens de bevrijding is uit de macht van de satanische aanklager en het afsterven aan onze oude mens, met zijn egoïsme, zijn narcisme vooral – we zijn ten diepste o zo verliefd op onszelf, we koesteren onszelf zo graag, zelfs in het christelijk geloof kan die koestering doorgaan, hoe heerlijk is die vrome slagroom! – pas na de bevrijding van schuld; na de lossing, de vrijkoop door het bloed van het Lam, kan de Geest beginnen aan de vernieuwing van ons leven, aan de radicale verandering van onze persoonlijkheid door de vervulling met de liefde Gods met die gezindheid die ook in Meshiach Jehoshua was.
Dat is de kernbelofte: de Heilige Geest רוח הקודש Ruach haKodesh. Zal de Zoon des mensen בן אדם Ben adam, wanneer Hij komt dit geloof vinden bij ons, vindt Hij het nu? Bidden wij echt nog wel voortdurend om de verwerkelijking van die geweldige belofte van de Inwoning van Zijn Geest?
De Brede Beloften
Maar in deze kern zijn veel meer beloften gebundeld. Eigenlijk is de hele Bijbel een bundel beloften, beloften die vooral ook betrekking hebben op de toekomst voor onze aarde, voor het Beloofde land, voor Israël, voor Jeruzalem en vanuit Tsion voor alle volken. We kunnen hier uiteraard niet alles uit de Bijbel aanhalen maar we doen alleen even een greep:
Gen. 12:3: In U zullen alle geslachten der aarde gezegend worden – wie u zegent zal gezegend worden/zijn.
Jesaja 2:1-4; Micha 4:1-4: In het laatst der dagen zullen alle volken optrekken naar Tsion, er zal geen oorlog meer zijn en ieder zal zitten onder eigen wijnstok en vijgenboom.
Jes. 25:6: Er zal een feestmaal in Jeruzalem komen voor alle volken en de sluier waar de volken mee bedekt zijn wordt weggenomen.
Denk ook aan Ps. 87: De volken worden geteld, geacht als in Tsion ציון geboren!
Lukas 2:14: Vrede op aarde en Lukas 21: 24 : Jeruzalem wordt onderdrukt, totdat de tijden der heidenen vervuld zijn.
Handelingen. 3:21: Onze Heer is in de hemel tot de tijden der wederoprichting aller dingen zoals God door Zijn profeten beloofd heeft.
Handelingen 1:6: De inclusieve belofte van herstel van het koninkrijk voor Israël.
Openbaring 20: 1-4: Het duizendjarig vrederijk.
Welke nog meer?
Wat doen wij met deze beloften? Geloven wij er nog echt in? En bidden wij daarom ook voortdurend om ons recht? Ons recht op vrede; het recht van Israël op herstel; het recht van Israël op erkenning door alle volken als Gods Eersteling, met het volste recht op het Beloofde land; ons recht op het herstel van onze wereldsamenleving: alle volken verenigd rond Tsion. Want er komt geen vrede op aarde buiten Tsion ציון om: elke vredesbeweging buiten Tsion om leidt tot een nog grotere oorlog, tot de Gog en Magog oorlog.
Gog גוג heeft in het Hebreeuws woordverband met gag גג, dak. De ‘Gogvolkeren’ zijn volken die a.h.w. een ‘dak’ boven zich hebben, een afscheiding waardoor een rechtstreekse relatie met de Vader Zelf er niet is. Er zijn zgn. tussenwezens en volksgeesten die de directe relatie met Hem verhinderen en deze ‘hoofden’ wensen hun lucratieve ‘dakpositie’ niet te verliezen aan de Hogere Macht van de God van Israël. Daarom roepen zij hun onderdanen op om het GodsVolk uit te roeien, ‘zodat aan de naam van Israël niet meer gedacht worde…’ (Psalm 83:5). Magog מגוג kunnen we ook lezen als een elite kerngroep die vanuit Gog ontstaan is.
Algemeen Grieks geloof, nieuwe dictatuur
Zal de Zoon des mensen als Hij komt nog geloof vinden? Hét geloof. Misschien is er juist wel veel geloof. Er is nu al veel geloof. Religiositeit neemt toe: Europa, de wereld wordt weer religieus. Je weet nooit precies welke kant het opgaat, maar er lijkt toch wel een soort algemeen godsgeloof te ontstaan: het geloof dat er ‘Iets’ is , boven ons, achter ons, een Goddelijke Bron van Energie of Licht, een Godheid waar wij allen een onderdeel, een vonkje van zijn; en als kleine godjes kunnen wij zelf bepalen wat goed en kwaad is, of dat bepalen wij samen als gemeenschap, daar hebben wij geen Bijbel voor nodig) en zo scheppen we een nieuwe algemene moraal, een eigen stelsel van waarden en normen (over euthanasie, abortus, homohuwelijk etc.) waar ieder zich aan moet onderwerpen en wie zich niet houdt aan deze algemene religie en aan deze moraalregels, die wordt onder druk gezet. ‘Dat zijn de fundamentalisten, die moeten uit ons midden verdwijnen.’ Men denkt dan aan de moslimfundamentalisten, maar onmiddellijk daar achteraan ook de Bijbelgetrouwe Joodse en Christelijke fundamentalisten. Want dat zijn volgens deze gedachte mogelijk nog wel de allerergste verstoorders van de ‘algemene wereldvrede.’
Nog eens, niemand kan zeggen hoe het precies zal gaan, maar het is niet onrealistisch – en het is in de lijn van de Bijbelse visie op de eindtijd – dat wij mogelijk zeer binnenkort een nieuwe dictatuur tegemoet gaan als onder Antiochus Epifanes (2e eeuw voor Chr.), met een neo-Grieks cultureel-religieus moraal systeem, dat ons onder een verschrikkelijke druk zet zoals in de dagen van de Makkabeeën.
Voorbereiding op komende verdrukking
Hoe bereiden we ons voor op de komende verdrukking?
Als de weduwe volharden in ons gebed!!! De vraag is: hoe taai, hoe intens bidden wij om ons recht? Dat was ook de kernvraag die we vooraf hebben gesteld: niet alleen: wat geloof ik, ben ik gericht op de volle breedte van Gods beloften, op de belofte van de Heilige Geest, waarin al die andere beloften gebundeld zijn? En niet alleen: hoe taai is dat geloof van mij; zal het niet breken onder de druk van de komende dictatuur? En vooral: wat doe ik ermee, hoe volhardend ben ik in mijn gebed om de vervulling van Gods beloften, de vervulling met de Heilige Geest en alle beloften die in Hem vervat zijn: de bevrijding van ons persoonlijk leven en samenleven, het herstel van Israël en vrede op aarde vanuit Tsion voor alle volken? Zal de Zoon des mensen als Hij komt nog het geloof vinden? Zal Hij het vinden bij ons, bij mij, bij U?
Als we daar samen ‘amen’ op durven zeggen, dan zeggen we eigenlijk: ik geloof, weet zeker, dat ik tot het einde toe geloven zal! Maar zouden we ook niet moeten bidden, intens: ‘Heer, kom mijn ongeloof te hulp!!! Doe mij recht; schenk mij het geloof; schenk mij Uw Heilige Geest! Jehoshua heeft gezegd (beloofd): ‘Als een aardse vader goede gaven weet te geven aan zijn kinderen, hoeveel te meer zal Uw hemelse Vader de Heilige Geest geven aan ons als we daarom bidden.’ Intens bidden, volhardend bidden.
Amen, dat geloven we!