De menselijke spraak begint met klinkers (ê-ê-ê)
Volgens de Hebreeuwse taaltraditie zijn letters, die het ‘mannelijk’ taalaspect vertegenwoordigen, ouder dan de ‘vrouwelijke’ ademklanken, de klinkers. Uit de twee grondstof-letters, de Jod י en de Waw ו, zou als eerste de א Aleph gevormd zijn, de ‘eersteling’, met direct daaropvolgend de letters van het het woord שם (shém: naam): de ש Shin en de Mem מ en pas daarna ontstonden de ademklanken, de klinkers. Waarom zouden letters ouder zijn dan klinkers? Het traditionele antwoord is: omdat Adam אדם er eerder was dan Eva ! חוה Maar gaat de adem, de ‘klankvormer’, niet vooraf aan de letter en ging bij de schepping de Geest niet vooraf aan het Woord (Gen. 1:3,4)?
In ieder geval kan geen enkele letter tot klinken komen zonder een klinker. Wat is een letter ‘b’ of ‘d’ zonder minstens een ê-klank: bê, dê? Zonder ‘ruach’ רוח (adem, geest), zonder ademklanken zijn alle letters levenloos. Merkwaardig is ook, dat de Jod י en de Waw ו, de twee bouwstofletters – die er in feite dus eerder waren dan de ‘eersteling’, de Aleph – half letter-half klinker zijn: heel vaak doen zij dienst als een verklinkerde letter. En wat is er voor ‘mannelijks’ aan de Aleph א zelf? Deze ‘eersteling’ is een letter zonder eigen klank, een ‘zacht zuchtje’, een ademtocht, meer niet. Bovendien is het eerste wat een kind kan zeggen niet een letter, maar een klank. Het wonder van de menselijke spraak begint met het gestamel ‘ê-ê-ê’. Uit dit klinkergestamel (ê-ê-ê) is alle taal en dus alle lofzang geboren: ‘uit de mond van kinderen en zuigelingen (ê-ê-ê) hebt Gij sterkte gegrondvest’ (Ps. 8:3).