Het meest verkochte Boek aller tijden is nog steeds de Bijbel. Dit hoogst unieke Boek beschouwt niet iedereen als een Goddelijk Kunstwerk omdat de ‘Goddelijke Handtekening’ van de Bijbel niet met wetenschappelijke methodes of technieken te verifiëren is. De Goddelijkheid van de Schrift is inderdaad niet waar te némen maar wel waar te krijgen door er innerlijk voor open te staan. In feite geldt dit van al Gods kunstwerken in schepping en geschiedenis: alleen met een ontvankelijk oog en oor krijgen we de werkelijkheid wáár. Hoe wetenschappelijker en hoe afstandelijker we kijken, hoe minder we zien. Men zegt wel: We kunnen pas goed kijken, nadát we gezíen hebben, we kunnen alleen de werkelijkheid waarnémen, als we die waargekrégen hebben.
Over het zien: het zien is dikwijls belangrijker voor ons dan het horen. De meeste mensen zouden, als zij moeten kiezen tussen gehoorverlies of gezichtsverlies, liever hun zichtvermogen behouden. Plaatjes, tv kijken, doen de meeste kinderen liever dan luisteren naar een verhaal. We leven in een ‘beeldcultuur’. Toch gaat het niet om uw en mijn zienswijze maar om onze zijnswijze, wie zijn we? We zijn dikwijls naar datgene wat we ‘gehoord’ hebben. Zingt niet ieder vogeltje zoals het gebekt is?
De Bijbelse opdracht is alleen ‘luisteren’ naar de Woorden van Adonai en door het horen naar Zijn Goede Onderwijs komt het ‘zicht’ op het geloof in de betrouwbaarheid van de God van Israël en ook de hoop die Hij ons biedt. Dan kunnen we ook gaan zien dat het Woord van Adonai een waar Woord is. Of laten we ons afleiden en luisteren we naar andere stemmen, de fluister- en verleidingsstemmen zijn immers meer dan aantrekkelijk voor de vleselijke mens. Die stemmen weven een raster van verdraaiingen in ons hart zodat er zowel ‘ruis op de lijn’ komt en we ‘Oost-Indisch’ doof worden: “Ze hebben oren maar horen niet.” (Mattheus 13:15).
Het hart (lebh) is het middelpunt van ons menszijn, vanwaar de ‘uitgangen des levens’ zijn (Spr.4:23). “Mijn zoon, geef mij je hart!” Het is de plaats waar ons bestaan begon, begint en beginnen zal. Op zich is ons hart een leegte, een soort grot. Het is ook als het heilige der heiligen: een lege kamer. In die leegte is God begonnen, heeft Hij onze naam, ons unieke programma bepaald.
Shma שמע, hoor, eindigt met de Ayin ע, de letter van het zien, het oog. Niet rationeel beredeneren of intuïtief willen voelen of het willen zien, maar gelovig, ontvankelijk luisteren naar wat Hij wil met ons leven en met deze aarde. Dit geeft zicht, inzicht, uitzicht en ook een vergezicht op de goede afloop die er zal zijn voor deze wereld met haar barensweeën.