In het Hebreeuws is Zion, Tsion, ציון beginnend met de letter Tsadee צ, de letter van de gerechtigheid. Tsion is een zelfstandig naamwoord en is afgeleid van het werkwoord tsawah, צוה gebieden, de regels opstellen. Vanuit Tsion zullen immers ook de regels, zal de Torah תורה uitgaan (Jesaja 2:3). Van Tsion, vanaf deze Berg, die boven de hoogste der bergen ter wereld in betekenis uitrijst, zal Adonai Zijn wet stellen, zal Hij orde scheppen op aarde in de chaos tussen de volken.
Wat in feite op kleine schaal gebeurde bij de berg Sinai, alleen voor het volk Israël, zal op wereldschaal plaats vinden voor alle volken. Eens zullen, naar het profetisch visioen, alle volken optrekken naar deze heilige Berg om daar te leren leven en samenleven volgens Gods Programma.
Maar is het al zover? Tsion heeft al eeuwenlang een jaloerse tegenspeler: Rome, die zich steeds in de plaats stelt van Tsion en die de hele ‘bewoonde wereld’ onderwerpt en het eerstgeboorterecht van Tsion niet erkent.
Volgens de rabbijnse traditie is Rome de stad van de jaloerse Esau (Esav, עשו) de oudste zoon van Yitschak (Izaak,יצחק) die zich door Ja‘aqobh (Jakob יעקוב, Israël) ישראל aan de kant gezet voelt. Volgens de Joodse traditie is één van Ezau’s kleinzonen de stichter van Rome, het nieuwe Babylon. Want Rome is de opvolger van Babel: Ezau, de ‘jager,’ staat in de lijn van Nimrod (Gen. 10:8), de grote jager, die alle volken bijeen jaagt in de stad Babel en die een wereldrijk sticht.
De eigenlijke strijd in onze wereld, de onderliggende spanning tussen de volken en Israël, is in wezen de strijd tussen Jeruzalem en Rome, die in wezen de strijd is tussen de geest van Jakob en Ezau, de twee kinderen van Rivka (Rebecca) die al in de moederschoot tegen elkaar botsen: ‘twee naties zullen zich scheiden uit uw lichaam’ (Gen. 25:23).
Bij deze geestelijke volkerenstrijd hebben zich twee andere jaloerse geesten aangesloten: enerzijds de volksgeest van Ismaël, die zich als oudste zoon van Abraham aan de kant gezet voelt door Yitshak (Izaak) en anderzijds de geest van Dan, het jaloerse, aangenomen kind van Rachel, dat zich verdrongen voelt door Efraïm en Manasse. De twee zonen van Joseef.
De nazaten van Dan woonden eerst rond de havenstad Jafo, maar trokken later naar het noorden, in de buurt van de Fenicische havensteden (Richt. 5:17), vanwaar vermoedelijk een groot aantal van deze zwerfstam zich ingescheept hebben voor emigratie naar de Ionische (Griekse) kusten: de naam ‘Dan’ herinnert wellicht aan de naam ‘Danaers’, een bij de Griekse schrijver Homerus geliefde aanduiding voor de Grieken. Hoe dan ook, gesteund zowel door de geldmacht van Mekka (Ismael) als door de filosofie en het artistiek vermogen van Athene (Dan), weet Rome, Ezau, de volken op te jagen tegen Tsion.
Volgens Psalm 2 is de diepste wortel van het samenspannen van de volken tegen Tsion, van dit anti-zionisme/semitisme hun dubbele onwil! Enerzijds de onwil om zich te buigen voor Gods verkiezend handelen: ‘Ik heb immers mijn koning gesteld over Tsion, Mijn heilige berg (Ps. 2: 6).’ Anderzijds de onwil om zich te onderwerpen aan Zijn Onderwijzing/Torah: ‘Laat ons hun banden verscheuren (Ps. 2:3).’ Men wil vrij zijn, eigen wegen gaan, niet horen naar wat er gezegd is. ‘Maar,’ zegt de Psalmist: ‘weest verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde, dient de Here met vreze, ja komt voor Zijn Aangezicht met gejubel (in Tsion), erkent dat de Here de Adonai is en dat Hij de Enige is en Zijn Naam de Enige (Ps. 2:10,11).’