Purim, het Bijbelboek Esther

Purim, een geweldig feest

Purim is niet een van de Hoogtijdagen die in opdracht van God worden gevierd, zoals de Shabat, Nieuwe Maan, Pesach, Shavuoth en Sukkoth, maar is ontstaan uit de geschiedenis die vermeld staat in het Bijbelboek Esther. Een pur (spreek uit: poer) פּוּר is een lot, welke de verdorven Haman gebruikt om de datum vast te stellen voor het uitroeien van de Joden. Purim is dan ook het lotenfeest.

Opvallend is dat de naam van God in dit Bijbelboek Esther nergens voorkomt, echter, Zijn aanwezigheid komt door de kieren van deze opvallende geschiedenis heen. Allereerst in de Perzische naam Esther אֶסְתֵר komt Hij naar buiten, of beter gezegd: blijft Hij verborgen. Deze mooie naam kunnen we in het Hebreeuws namelijk uitleggen als: Ik, die verborgen ben: א = ik, סתר = verborgen zijn. God is verborgen aanwezig in deze geschiedenis en handelt vanuit deze verborgenheid.

Een ander blijk van Zijn aanwezigheid, buiten dat Hij aanwezig is in de naam van Esther, is dat er staat in 4:16 dat de Joodse gemeenschap in Shushan gaat vasten gedurende drie dagen en nachten. Hieruit blijkt dat men gewend is aan de geboden Gods.

We moeten ook hierbij bedenken dat Mordekhai en Esther Joden zijn die vanuit het Heilige Land in het Perzische rijk terecht zijn gekomen. Over Mordekhai staat dit geschreven in Esther 2:5: ‘Nu woonde in Shushan een Joodse man, Mordekhai… Bij de verwoesting van Jeruzalem was hij gevangengenomen. Samen met koning Jechonja van Judah en vele anderen was hij door koning Nebukadnezar in ballingschap weggevoerd naar Babel.’ Mordekhai is een Benjaminiet, een Jeruzalemmer, waarschijnlijk, alhoewel hij ook een Judeeër wordt genoemd. Volgens de Joodse Hagadah, de folkloristische vertellingen, is zijn naam in twee woorden uit te leggen: Mor מֹר, mirre en dekhai דֶכָיִ, puur: pure mirre.

Er zijn ook andere meningen over de betekenis van zowel de naam Mordekhai, wat te maken zou hebben met de Babylonische afgod Marduk, als van de naam Esther, wat de Astarte of Ishtar zou betekenen; de naam van een Babylonische ‘afgodin.’ Maar de bovenstaande betekenis van hun naam is veelzeggender.

 De oorspronkelijke Hebreeuwse naam van Esther is Hadassah הָדַסָה: mirte, wat heerlijk geurt, maar bitter smaakt. Volgens de Midrash is ze lief (als een heerlijke geur) voor Mordekhai מָרְדֳכַּי maar bitter voor de verdorven Haman. De rabbijnse commentaren noemen haar naam als vergelijking met het Bijbelboek Zacharia 1:8-15 waar de Engel des Heeren op een rood paard tussen de mirten, de hadasim הָדַסִים staat. Deze mirten representeren volgens een overlevering rechtvaardige mensen.

Deze vergelijking gaat nog verder: de geschiedenis van Esther speelt zich af in Babel; volgens de rabbijnse commentaren staan de mirten in Zacharia in het dal, de diepte, wat het zinnebeeldige Babel zou zijn. Het zou dus om hetzelfde gebied gaan. Ook in Jesaja 44:27 wordt deze diepte genoemd.

 Er is ook een vergelijking met de rust op aarde of in het land, הַאָרֶץ) ha’árets) in het visioen van Zacharia (vs. 11) en de rust in de gewesten, medinoth מְדְינוֹת van de Perzische koning Ahasveros (Esther 2:18). Het is opvallend dat God handelt om Zijn volk te redden in beide rustperiodes. ‘Met grote na-ijver zet Ik Mij in voor Jeruzalem en voor Tsion, maar Ik ben zeer toornig op die zorgeloze heidenvolken. Ík was een weinig toornig, maar zij hebben geholpen het erger te maken, zegt God in Zacharia 1:34-15. In het boek Esther handelt God door Esther en Mordekhai heen: het Godsvolk wordt gered van de wilde plannen van Haman.

Esther is een weesmeisje, zonder vader of moeder. Haar veel oudere neef Mordekhai voedt haar op. Volgens de overlevering was haar vader overleden toen haar moeder Abhigail nog zwanger van haar was en die overleed vervolgens in het kraambed. Of dit echt zo gegaan is weten we niet.

Ze is prachtig en wie de geschiedenis leest, die krijgt de indruk dat haar schoonheid ook van binnenuit komt, ze verwerft de gunst van velen en zelfs van de Perzische koning Ahasveros. Het lijkt wel een verhaal uit een roman: weesmeisje ontmoet koning, trouwt met hem en ze leven nog lang en gelukkig…

Esther heeft zoals gezegd geen vader en moeder… Het is opvallend hoeveel grote dingen God doet met mensen die geen vader en moeder hebben. Denk maar aan de grootse schepping van het menselijk leven: Adam en Chava, door God Zelf geformeerd. Chava kan na de geboorte van haar kinderen geen hulp vragen van haar moeder bij de verzorging van haar kroost. Ze moet dit helemaal zelf uitzoeken en speentjes zijn er in die tijd nog niet J. Dit zijn dingen waar we misschien nooit zo over nadenken…

En neem dan Malkhitsedeq, hij heeft ook geen vader en moeder. Daarbij is hij priester en koning tegelijk, welja! Hij is een heel belangrijk persoon die uit Jeruzalem komt om Abraham te zegenen met brood en wijn. Aan Wie doet dat denken? Hij is de typische voorgestalte van onze Koningpriester Jehoshua, Die Zijn volgelingen opdraagt om tot Zijn gedachtenis brood te eten en wijn te drinken. Jehoshua heeft geen aardse vader en hoe zit het met zijn aardse moeder Mirjam, heeft Hij misschien alleen maar groeistoffen van Zijn hemelse Vader meegekregen en niet van haar, al groeit hij in haar baarmoeder? Hij is immers God, het vleesgeworden Woord (Johannes 1), Die bij de bruiloft te Kana tegen Zijn moeder zegt: ‘Vrouw, wat heb Ik met u?’ (Johannes 2:4).

Maar goed, nu naar de geschiedenis: De Perzische koning Ahasveros houdt één van zijn dronkemansfeesten in zijn burcht Shushan waarbij hij zijn vrouw, koningin Vashti laat halen om met alleen een kroon op naakt voor hem en zijn feestgangers te dansen. Daar heeft ze geen zin in en dus komt ze niet opdagen, tot woede van de koning. Eén van zijn adviseurs raadt hem aan om Vashti te dumpen omdat anders alle vrouwen in het Perzisch rijk hun man ongehoorzaam zullen zijn, naar het voorbeeld van Vashti. En zo verdwijnt ze van het toneel.

Dan raden de adviseurs van de koning hem aan om een wedstrijd uit te schrijven: wie is het mooiste meisje van het rijk, diegene mag de nieuwe vrouw worden van Ahasveros. Esther wordt met andere mooie meisjes uitgekozen om in een programma mee te doen dat een jaar zal duren. Ze zal wonen in de harem in het paleis en zich voorbereiden met schoonheidsmiddelen voor de grote ontmoeting met de koning. Daar verwerft ze de gunst van iedereen met haar looks en charme, waarmee ze zelfs de koning verrast en ze wordt de nieuwe koningin. Er zit vier jaar tussen het genoemde feest van de koning en Esthers eerste ontmoeting met hem.

Mordekhai, intussen, komt achter een complot van Bigthan en Theres, twee bewakers van de koning. Zij willen de koning ombrengen en Mordekhai vangt dit gesprek op. In een overlevering staat dat Mordekhai veel talen sprak, dat zijn bijnaam zelfs Bilshan בִּלְשַׁן is (deze naam is een verwijzing naar: taal of spraak, bê lashon בְּלַשֹׁן). De twee bewakers zouden uit Tarsis, Spanje, zijn gekomen en dus over dit complot spreken in hun eigen taal, maar Mordekhai is deze taal ook meester en kan dit gesprek zodoende aan Esther doorvertellen, die op haar beurt weer de koning waarschuwt. Zo wordt het kwaad over de koning afgewend en de twee worden opgehangen. Deze geschiedenis komt in de kronieken van koning Ahasveros terecht.

Mordekhai heeft soms wel wat weg van Joseph, die eerder in de geschiedenis in Egypte terechtkwam in ballingschap, net zoals ook nu Mordekhai in ballingschap is. Zoals Joseph vergeten werd in de gevangenis terwijl hij iets heel goeds had gedaan door de dromen van de schenker en de bakker uit te leggen, zo wordt ook nu Mordekhai vergeten na zijn goede daad aan koning Ahasveros. Toch zal deze gebeurtenis cruciaal blijken voor zijn toekomst.

Intussen is de slechte Haman eerste minister geworden in het koninkrijk, hij is blijkbaar nogal een opgeblazen kereltje en hij vindt dat iedereen voor hem moet buigen wanneer hij passeert. Wie is deze Haman: hij is een Agagiet, de nakomeling van Amaleq, welke uitgeroeid had moeten worden, maar gespaard is door koning Saul in 1 Samuel 15:8.

Mordekhai, die dagelijks naar de welstand van Esther komt vragen, weigert voor Haman te buigen. De vraag waarom Mordechai niet buigt voor Haman houdt de Joodse gemoederen in de commentaren bezig. In het Jodendom is het belangrijk om iemand in een hogere positie eer te brengen, dus waarom doet Mordechai dit dan niet? Het meest bevredigende commentaar zou kunnen zijn dat Haman waarschijnlijk kleding heeft gedragen waarop de afbeelding van een afgod is geweest. Daar buigt Mordechai niet voor.

Hoe dan ook, deze weigering maakt Haman zo kwaad dat hij, wetende dat Mordekhai Joods is, meteen maar een aanslag op alle Joden wil plegen. Zo werpt hij het lot, pur פּוּר en de moordaanslag op alle Joden in de 127 gewesten van het Perzische rijk, komt te vallen op de 13e van de twaalfde maand, de maand Adar. De onnozele koning Ahasveros vindt dit goed en zo worden brieven naar alle gewesten gestuurd met daarin de opdracht om alle Joden te verdelgen en hun buit te roven… Er is een jaar de tijd om dit alles voor te bereiden, daar Haman het lot wierp in de eerste maand Abhibh.

Terwijl Haman en Ahasveros erop drinken, is de burcht Shushan in rep en roer, de Joden die er wonen, kermen en gaan in zak en as, volgens het voorbeeld van Mordekhai. Esther weet hier niets van en probeert in eerste instantie om Mordekhai weer gewone kleren te laten aantrekken, wat hij weigert. Het volgende gesprek tussen hen, met een kamerling als intermediair, levert prachtige uitspraken op. Mordekhai zegt verbolgen – en daaruit blijkt ook zijn grote geloof in God: ‘Denk maar niet dat jij ontkomen zal, meer dan andere Joden, zo zal aan de Joden op een andere manier verlossing komen, maar dan zal jij met je vaders huis omkomen.’  En vervolgens zijn cruciale uitspraak: ‘En wie weet of gij niet met het oog op deze dingen de koninklijke waardigheid hebt verkregen.’ Daarop geeft Esther de opdracht tot drie dagen en drie nachten vasten op eten en drinken zodat ze hopelijk ongenood bij de koning mag komen zonder daarvoor haar leven te verliezen, ze doet daarbij de onvergetelijke uitspraak: ‘Kom ik om, dan kom ik om.’ Na de drie dagen gaat ze naar de koning…

 In die vastentijd komt Haman weer langs Mordekhai, die in de poort zit en hem opnieuw geen eer bewijst door voor hem op te staan. Maar hij is waarschijnlijk amechtig van dorst en slap van honger… Woedend is Haman en thuis vertelt hij het allemaal tegen zijn vrouw, die hem aanraadt om een galg van vijftien meter hoog te plaatsen waar Mordekhai eens aan zal worden opgehangen.

Er speelt heel veel tegelijkertijd en de geschiedenis leest als een spannend verhaal: de koning kan niet slapen en leest in de Kronieken dat Mordekhai het was die hem redde van de aanslag van zijn twee bewakers. Hij beseft dat Mordekhai nooit daadwerkelijk is bedankt hiervoor en hoe bizar is het als hij uitgerekend aan Haman vraagt wat men moet doen aan iemand die de koning wil eren. Haman, die denkt dat dit allemaal voor hem zal zijn, loopt in een val die geen mens kon bedenken. Alles wat hij noemt aan eerbewijzen moet juist híj bewijzen aan de door hem zo gehate Mordekhai, geweldig!

Hoe zal Mordekhai op dat paard van de koning hebben gezeten na drie dagen zonder eten en drinken? Slapjes waarschijnlijk… ‘God is een Beloner voor wie Hem ernstig zoeken,’ zegt de Hebreeënschrijver in 11:6, maar déze beloning is wel heel bijzonder.

Tijdens deze gebeurtenis is Esther gelukkig toegelaten tot de koning en zelfs zegt hij dat ze mag kiezen wat ze wil, al is het zijn halve koninkrijk (heeft hij misschien weer teveel op?). Esther nodigt hem en de slechte Haman uit voor haar banket, met wijn natuurlijk, want dat lijkt te werken. Haman herstelt zich van zijn vernedering en is trots dat hij samen met de koning op het wijnbanket mag komen, alleen hij.

Wanneer de koning vraagt wat Esther wil, al was het opnieuw zijn halve koninkrijk, lijkt het wel of Esther aarzelt om de grote mededeling over Haman te doen en tijd te winnen door hen beiden ook voor de volgende dag uit te nodigen voor een wijnbanket. Wat haar reden ook is, het percentage alcohol stijgt gedurig bij beide mannen.

Op dit tweede wijnbanket gaat de kogel door de kerk: Esther maakt zich als Jodin bekend en zegt dat iemand haar volk wil uitroeien. Op de vraag van de koning wie dit dan wel is, wijst ze Haman aan. Woedend is de koning, hij loopt de tuin in om zich te kunnen beheersen en Haman stort zich aan het rustbed van Esther om voor zijn leven te smeken, De koning komt terug en ziet dit aan voor een poging tot aanranding. Haman wordt uiteindelijk opgehangen aan de paal die hij eigenlijk voor Mordekhai had opgericht. Wie een kuil graaft voor een ander…. Ook zijn tien zonen worden opgehangen, zijn nageslacht wordt uitgewist, zoals veel eerder in de geschiedenis al met Amaleq, zijn voorvader, had moeten gebeuren.

De gebeurtenissen volgen elkaar snel op, Mordekhai wordt voorgesteld als de neef van Esther en krijgt de plaats van Haman, Esther krijgt diens huis en Mordekhai, de nieuwe onderkoning, wordt met ontzag bejegend door het gehele rijk. Brieven worden met spoed uitgestuurd naar alle 127 gewesten, van India tot Ethiopië, van schrift tot schrift en van taal tot taal, vandaar waarschijnlijk dat Mordekhai als linguïst wordt gezien in de Haggadah. De Joden worden daardoor gespaard en zelfs is daar de opdracht om alle Jodenhaters om te brengen zodat de Joden ook in de toekomst veilig kunnen wonen in het gebied. In de burcht Shushan worden honderden Jodenhaters gedood over de periode van twee dagen: de 13e en de 14e Adar. Alsnog worden hier nakomelingen van Amaleq volgens de opdracht van God in Exodus 17:14 gedood.

In de rust die op deze gebeurtenissen volgt, schrijven Esther en Mordekhai opnieuw brieven naar de gewesten, ditmaal om de Joden van hun vrede te verzekeren en om hen de opdracht te geven om de 14e Adar jaarlijks als Feest te vieren. In het boek Makkabeeën wordt de 14e Adar de Dag van Mordekhai genoemd (2 Makk. 15:37). Er komt nog een tweede dag bij om dit Feest te vieren: de 15e Adar, de dag erna. In het ommuurde Shushan vierde men het feest speciaal op de 15e en vandaar dat alle ommuurde steden tot op de dag van vandaag dit feest ook op de 15e vieren en met verve; men geeft volgens de opdracht van Mordekhai geschenkjes aan elkaar: voedsel en drank en voor de armen ook geld.

Wie rondwandelt in de orthodoxe wijken in Israël tijdens dit prachtige Feest, ziet jong en oud verkleed gaan over straat; heel veel Mordekhais en Esthers, groot en klein. Het is een blij feest waarbij ook de strenge regels, die er gedurende het jaar zijn, ook wel met plezier worden overtreden. Zo drinkt men in principe weinig wijn en als men het drinkt, wordt dit met een zegen aan God verbonden: ‘Gezegend Gij, Koning van de wereld die de vrucht van de wijnstok heeft geschapen.’ Met Purim wordt deze zegen natuurlijk niet overgeslagen, maar men mag zoveel wijn drinken dat men het verschil tussen Mordekhai en Haman niet meer weet J.

Opvallend bij het lezen van de Estherrol is dat deze wel op de rol zit, maar eerst wordt afgerold en dan wordt gevouwen, waarna bij het uitvouwen ervan de rol wordt voorgelezen. Deze rol is de enige waarbij dit zo wordt gedaan en het heeft te maken met alle brieven die geschreven en gestuurd werden in de tijd van Esther en die immers ook werden gevouwen.

Driehoekige koekjes, die lijken op de steek van Haman, worden gegeten, ze hebben een vulling van jam en maanzaad, ook is er een gefrituurd koekje dat lijkt op een oor, een Hamansoor dus.

Er is dispuut over de echtheid van deze hele geschiedenis. Ahasveros zou geleefd hebben tussen de 4e en 5e eeuw BCE, echter, er is pas een verwijzing naar de geschiedenis net voor de eerste eeuw.

Israël kent schrikkeljaren, tijdens elk schrikkeljaar is er dertiende maand in het jaar; en aangezien Adar de twaalfde maand is, komt er een tweede maand Adar. In dat geval wordt Purim gevierd in die tweede Adarmaand. De 14e van de eerste Adarmaand wordt in dat geval ook Minor Purim genoemd: Klein Purim. Een kleine stroming in het Jodendoem, de Karaieten, vieren Purim overigens wel in de eerste Adarmaand.

In de synagogen wordt de Estherrol met Purim gelezen en de Torahlezing is daarbij uit Exodus 17:8-16. Vier verzen worden harder uitgesproken, dit zijn de 2:5; 8;15 en 16 en ook 10:3. Deze verzen gaan over Mordekhai als persoon.

Zodra de naam Haman wordt uitgesproken bij het voorlezen van de rol, wordt er vaak (niet altijd) met een ratel gerateld en/of met de voeten op de grond gestampt. Dit overstemt dan het uitspreken van de naam van deze verdorven man.

In Esther 9:28 staat dat de herinnering aan Purim nooit in ongebruik mag raken en ieder jaar gevierd moet worden door het Joodse volk. Jehoshua/Jezus zal Purim als Joods kind en als volwassene jaar in jaar uit gevierd hebben met vrienden en familie. Hij wist als geen ander van de antisemitische pogingen om Zijn volk uit te moorden zoals ook b.v.de farao al eerder probeerde. Helaas zijn er in iedere generatie wel mensen en leiders opgestaan die het Joodse volk wensten te vernietigen, tot op de dag van vandaag.

We zijn door Jehoshua van Nazareth verbonden met Gods volk en mogen ons met hen verheugen in Zijn bevrijdend handelen in ons leven en in dat van het Joodse volk.

Openlijk zien we Gods Naam niet in de Estherrol, maar verborgen is Hij aanwezig. Het kwetsbare Joodse volk wat Haman wilde uitroeien van jong tot oud, hield zich volgens hem immers niet aan de wetten en regels van koning Achasveros (Esther 3:8). Zij volgden natuurlijk alleen de wetten, de Torah, van de Grote Koning der wereld. Daarin zien we dat de haat tegen het volk in wezen de haat tegen de God van Israel is!

Elk jaar mogen we dit prachtige feest vieren met elkaar, met het Joodse volk mee. Het is goed elkaar, uw vrienden, familie, bekenden in deze tijd iets te eten en te drinken te geven, zoals Mordechai dat ook aanmoedigt in Esther 9.22.

 

De Joodse Staat, een onhoudbaar experiment?

Hoe het antisemitisme te bestrijden is

Een bekende Nederlander in Jeruzalem, dr. Danny Brom, een orthodox gelovige Jood, gaf een aantal jaar geleden voor de Nederlandse radio een verontrustend signaal af. Toen hem gevraagd werd hoe hij dacht over de toekomst van de Joodse Staat verwees hij naar een gezegde van zijn zoon: ‘Pa, ik denk dat het experiment van de Joodse Staat niet lang meer kan duren, omdat onze Joodse manier van leven, onze cultuur, onze levensstijl te vreemd, te afwijkend is in vergelijking met de Moslimcultuur. Dat kunnen de ons omringende volken niet lang meer verdragen. Als we willen overleven zullen we ons moeten aanpassen of hier weggaan.’

De Jood Mordechai, uit het boek Esther, wilde zich niet aanpassen met als gevolg het moorddadige plan van Haman om alle Joden in heel het Perzische wereldrijk uit te moorden. Deze weerzin tegen het anders zijn en het anders doen van het Joodse volk is misschien wel de belangrijkste oorzaak van de Jodenhaat, van het antisemitisme. Zijn er middelen om deze weerzin, dit antisemitisme te bestrijden? Het is uiterst moeilijk omdat antisemitisme een duistere, demonische achtergrond heeft. Maar omdat het Jodendom zich baseert op het Woord van God, dat overmachtig is over alle boze geesten, is ook de uitleg van het Joodse leven in het licht van Gods Woord een machtig middel ter bestrijding van de Jodenhaat.

Hebreeuwse Woordvergelijking

Haman המן  en Hamas (chamas) חמס  lijken woordovereenkomsten te hebben. In het Nederlands schrijft men de twee woorden met een ‘H’, maar Hamas staat met een chet ח geschreven, chamas. C(h)amas betekent geweld- of, onrecht plegen. Haman is de man die de Joden met geweld, met chamas wilde uitroeien. Haman hangt samen met het Hebreeuwse werkwoord hamam המם, vernietigen, vermorzelen, breken. Het werkwoord komt het eerst voor in Ex. 23:27. De Bijbelvertalingen geven echter een wel zeer afgezwakte versie van wat er staat geschreven: God zal de volken die Israël in de weg staan verschrikken/versagen. Blijkbaar vinden vertalers de oorspronkelijke betekenis en bedoeling van God en Zijn waarheid niet ‘evangelisch’ genoeg? Het moge echter duidelijk zijn dat de God van de Bijbel niets op heeft met goddelozen en met hen die het gemunt hebben op Zijn uitverkorenen. Ook de beweging Hamas, die zijn moordplannen op het Godsvolk publiekelijk predikt en de laatste jaren duizenden raketten afvuurde op Israel, zal van een ‘koude kermis’ terugkomen, opdat zij zich hopelijk zullen bekeren en zullen weten dat alleen Adonai de ware en allerhoogste God is (Ps. 83:19).

Bij de Joden is de gewoonte ontstaan om iedere keer wanneer de naam Haman wordt genoemd, o.a. tijdens het lezen van de Megilat Esther (de Estherrol), te gaan stampvoeten of met een ratel te draaien. De vernietiger wordt uiteindelijk zelf vernietigd… Haman wordt ‘gehamast.’